De berekeningsvarianten van de transitievergoeding

maandag 24 augustus 2015 Lieke van den Eijnden 563x gelezen

De Wet Werk en Zekerheid (WWZ) heeft onder andere als doelstelling het ontslagrecht eerlijker en eenvoudiger te maken. Vanaf 1 juli 2015 krijgt een werknemer die minimaal 24 maanden in dienst is geweest een transitievergoeding, ongeacht of de UWV- of de kantonrechter-route wordt bewandeld. Dat is eerlijk. Of de transitievergoeding en met name de overgangsmaatregelen in dit kader het eenvoudiger maken, is de vraag.

De hoogte van de transitievergoeding bedraagt maximaal € 75.000,-- bruto of een (hoger) jaarsalaris. De opbouw gaat per half dienstjaar en is als volgt:

<  10 dienstjaren: 1/6 maandsalaris per half dienstjaar;

> 10 dienstjaren:  1/4 maandsalaris per half dienstjaar.

 

Tot 1 januari 2020 gelden er twee overgangsmaatregelen. De eerste overgangsregeling is er voor de kleine werkgever met minder dan 25 werknemers die wegens slechte bedrijfseconomische omstandigheden werknemers moet ontslaan. Als er aan deze voorwaarden is voldaan, dan mag de werkgever de transitievergoeding berekenen vanaf 1 mei 2013. Deze datum sluit aan bij het toentertijd net gesloten sociaal akkoord. Op dat moment zijn werkgevers gaan reserveren voor de transitievergoeding, althans dat is de gedachte.

 

De tweede overgangsregeling betreft de oudere werknemer die niet in dienst is van een kleine werkgever (minder dan 25 werknemers). Indien een werknemer 50 jaar of ouder is en de arbeidsovereenkomst 120 maanden (dus 10 jaar) heeft geduurd, dan is de opbouw na zijn 50e verjaardag een 1/2 maandsalaris per half dienstjaar. De opbouw van de oudere werknemer gaat dus beduidend sneller. Wat minder snel gaat, is de berekening van deze overgangsmaatregel. Want vanaf wanneer gaat deze versnelde opbouw in en hoe berekent u deze precies? Er zijn een groot aantal berekeningsvarianten te bedenken:

 

  1. Indiensttredingsdatum is het uitgangspunt. Vanaf die datum worden de halve dienstjaren geteld. De versnelde opbouw is pas van toepassing na voltooiing van het halve dienstjaar waarin de werknemer 50 is geworden; 
  2. Indiensttredingdatum is het uitgangspunt, maar direct vanaf het bereiken van de leeftijd van 50 jaar begint voor de opbouw van de transitievergoeding een nieuw half dienstjaar te tellen met de versnelde opbouw. Het nadeel van deze variant is dat niet voltooide halve dienstjaren kunnen ontstaan, wat in het nadeel van de werknemer kan zijn;
  3. Variant op methode 2. De onvoltooide halve dienstjaren worden bij elkaar opgeteld, wat mogelijk weer tot een voltooid half dienstjaar leidt. De vraag is vervolgens wel of de opbouw over dit halve dienstjaar 1/6, 1/4 of 1/2 is.
  4. Pro rato berekenen van de transitievergoeding als een werknemer in een lopend half dienstjaar 50 jaar wordt;
  5. Ontslagdatum is het uitgangspunt. Vanaf die datum telt u hoeveel halve dienstjaren er zijn voltooid. Vervolgens kijkt u in hoeveel dienstjaren de werknemer boven of onder de 50 jaar is geweest.

 

Eenvoudig hè?! De jurisprudentie zal ons hierover uiteindelijk meer duidelijkheid moeten geven. Tot die tijd (en daarna) kunt u de Toolkit Flexibele Arbeid & Ontslag gebruiken, met daarin een rekentool die de diverse varianten voor u uitrekent.

U moet eerst inloggen voordat u een reactie kunt plaatsen. Gebruik de knop rechtsboven om in te loggen.

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor de gratis nieuwsbrief van Taxence en ontvang dagelijks het laatste nieuws en informatie over andere relevante producten van Sdu Licent Academy.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Contact

Taxence is een uitgave van Sdu Licent Academy

 

Maanweg 174

2516 AB Den Haag

 

Contactformulier

Taxence fiscaal nieuws voor professionals is een uitgave van Licent Academy.
© 2019 www.taxence.nl - alle rechten voorbehouden.