Economisch belang verhoogt strategisch belang niet

donderdag 26 september 2019 Remco Latour 315x gelezen

Als een lichaam (indirect) al volledige zeggenschap over een vennootschap kan uitoefenen, is volgens Hof Den Bosch geen reden om aan te nemen dat de verkrijging van het economische belang een hoge strategische waarde heeft. Als het lichaam toch een hoge prijs betaalt voor de economische eigendom van de vennootschap, is het nog maar de vraag of deze hoe prijs de opgeofferde waarde van het totale belang in de vennootschap wel zo sterk verhoogt.

De Belastingdienst ging in hoger beroep bij het hof nadat Rechtbank Zeeland-West-Brabant had geoordeeld dat een B.V. een liquidatieverlies op een deelneming in een ander lichaam kon aftrekken. Zie: ‘Liquidatieverlies kan ook vanuit holding zelf komen’. Voor het hof gooit de inspecteur het over een andere boeg door de hoogte van het opgeofferde bedrag van de deelneming te betwisten. Volgens de B.V. heeft zij in januari 2011 een bedrag van € 500.001 betaald voor de verkrijging van aandelen in een lichaam waarin zij een deelneming houdt. De intrinsieke waarde van die aandelen bedroeg op dat moment maar € 9.701. De B.V verklaart dat het verschil een informele kapitaalstorting betreft vanwege het strategische belang van de desbetreffende aandelen.

 

Geen strategische meerwaarde

Maar het hof vindt dat niet aannemelijk. De B.V. had namelijk via een combinatie van certificatenbezit, bestuurderspositie en de eigendom van cumulatief preferente aandelen al de volledige zeggenschap over het lichaam. De gekochte aandelen vertegenwoordigden alleen een economisch belang. Dit economisch belang had geen strategische meerwaarde die zo’n groot verschil tussen de koopprijs en de intrinsieke waarde rechtvaardigde. Daarnaast maakt de inspecteur aannemelijk dat dit verschil is bedoeld om een juridische procedure tussen de B.V. en de verkoper van de aandelen te beëindigen. Onder deze omstandigheden is de informele kapitaalstorting niet toe te voegen aan het opgeofferde bedrag. Het gevolg is dat het opgeofferde bedrag niet uitkomt boven de liquidatie-uitkering. Het hof oordeelt dat de B.V. geen liquidatieverlies heeft geleden en dus zo’n verlies niet mag aftrekken.

 

Wet: art. 13d Wet Vpb 1969

Meer informatie: Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 22 maart 2019 (gepubliceerd 25 september 2019), ECLI:NL:GHSHE:2019:1137

U moet eerst inloggen voordat u een reactie kunt plaatsen. Gebruik de knop rechtsboven om in te loggen.

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor de gratis nieuwsbrief van Taxence en ontvang dagelijks het laatste nieuws en informatie over andere relevante producten van Sdu Licent Academy.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Contact

Taxence is een uitgave van Sdu Licent Academy

 

Maanweg 174

2516 AB Den Haag

 

Contactformulier

Taxence fiscaal nieuws voor professionals is een uitgave van Licent Academy.
© 2019 www.taxence.nl - alle rechten voorbehouden.