Verkrijging aandelen in OZL door dochter vrijgesteld

dinsdag 15 mei 2018 Michel Halters 955x gelezen

De verkrijging van de aandelen in een onroerendezaaklichaam door een dochter van haar vader is volgens Hof Amsterdam vrijgesteld van overdrachtsbelasting op grond van wetsgeschiedenis, de strekking van de doorkijkarresten en de structuur van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.

In 2013 schonk een vader alle aandelen in een onroerendezaaklichaam (OZL) aan zijn dochter. Deze dochter werkte sinds 2010 bij het OZL en ondersteunde haar vader bij zijn werkzaamheden. De exploitatie van de onroerende zaken kwalificeerde als materiële onderneming. Voor de overdrachtsbelasting deed de dochter een beroep op de vrijstelling overdrachtsbelasting vanwege de schenking van onroerende zaken van ouders aan kinderen. De inspecteur was echter van mening dat de vrijstelling niet van toepassing was en legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op. In geschil bij Hof Amsterdam is of de aanslag overdrachtsbelasting terecht is opgelegd. Rechtbank Noord Holland oordeelde eerder al dat de verkrijging van de aandelen in het OZL door de dochter was vrijgesteld, zie ‘Verkrijging aandelen in vastgoed-B.V. vrijgesteld dankzij 'doorkijk-arresten'’. Hof Amsterdam bevestigt de oordelen van Rechtbank Noord Holland. De verkrijging van de aandelen in het OZL is weliswaar naar de letter van de wet niet vrijgesteld, maar gelet op de omstandigheden van het geval, de strekking van de doorkijkarresten en de structuur van de Wet op belastingen van rechtsverkeer, moet de verkrijging van de aandelen in het OZL vrijgesteld zijn van overdrachtsbelasting. Met de gelijkstelling van aandelen in een OZL met de onroerende zaken is niet beoogd een belastingheffing in het leven te roepen omdat de verkrijging niet de onroerende zaken zelf betreft, maar de aandelen die de onroerende zaken vertegenwoordigen. Niet van belang is volgens Hof Amsterdam dat in de Wet andere vrijstellingsbepalingen staan die tot hetzelfde resultaat hadden kunnen leiden.

 

Belangrijke uitspraak voor de praktijk

Deze nog niet gepubliceerde uitspraak is onder de aandacht van onze redactie gebracht door Ivo van der Zee (Van der Zee Belastingadviespraktijk) en mw. Simone Schrijvers (NBC Lemaire). Ivo van der Zee heeft deze casus mogen bepleiten voor Hof Amsterdam op 1 mei 2018. Naar verwachting zal de Belastingdienst/staatssecretaris van Financiën cassatie instellen tegen deze uitspraak. De enige nog openstaande rechtsvraag is of artikel 15, lid 1, onderdeel b WBR ook geldt voor de overdracht van ouder op kind via schenking van 100% van de aandelen in een vastgoed-B.V., die bovendien als een materiële onderneming kwalificeert.

 

Meer weten?

Prof. dr. Tom Berkhout verzorgt maandag 11 juni 2018 een stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren. > Meer informatie en aanmelden.

 

Wet: art. 4 (lid 1 onderdeel a) en 15 (lid 1, onderdeel b) WBR 

 

Meer info: Gerechtsof Amsterdam 1 mei 2018, 17/00379 (nog niet gepubliceerd).

U moet eerst inloggen voordat u een reactie kunt plaatsen. Gebruik de knop rechtsboven om in te loggen.

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor de gratis nieuwsbrief van Taxence en ontvang dagelijks het laatste nieuws en informatie over andere relevante producten van Sdu Licent Academy.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Contact

Taxence is een uitgave van Sdu Licent Academy

 

Pr. Beatrixlaan 116
2595 AL Den Haag

 

Contactformulier

Taxence fiscaal nieuws voor professionals is een uitgave van Licent Academy.
© 2018 www.taxence.nl - alle rechten voorbehouden.