Vordering door negatief aandeel vennoot is verhaal apart

maandag 19 november 2018 Remco Latour 1221x gelezen

Als een vennoot van een vof bij zijn uittreding een negatief eigen vermogensaandeel heeft in die vof, kan dit negatieve eigen vermogen worden omgezet in een vordering van de vof op de voormalige vennoot. Deze vordering heeft volgens de Hoge Raad een ander karakter dan een vordering vanwege een geldverstrekking aan een uittredende vennoot. Dit biedt mogelijkheden tot afwaardering.

Een man dreef met zijn echtgenote en zijn vader een onderneming via een vof. Tegen de tijd dat de vader uittrad als vennoot, had hij een negatief aandeel in het eigen vermogen van ruim een ton.  Bij zijn uittreding werd dit negatieve kapitaal omgezet in een vordering van de vof op de vader. Na een paar jaar bleek dat de vader, zelfs na de verkoop van zijn eigen woning, maar een deel van zijn schuld kon aflossen. De vraag is of de resterende vennoten de vordering op de (schoon)vader mogen afwaarderen ten laste van de winst.

 

Zakelijk

De Hoge Raad wijst erop dat men een schuld moet toetsen op zakelijkheid op het moment van ontstaan. Zolang de inspecteur niet het tegendeel beweert, geldt als uitgangspunt dat de onderlinge rechtsbetrekkingen zakelijk zijn. De vordering vanwege de verplichting van een uittredende vennoot om het negatieve kapitaal aan te zuiveren vloeit rechtstreeks voort uit deze zakelijke verhoudingen. De fiscus mag zo’n vordering niet gelijkstellen aan een vordering uit hoofde van een geldverstrekking aan de uittredende vennoot. Als de vordering van de vof op de uittredende vennoot op moment van zijn uittreden onvolwaardig is, komt het vermogensverlies niet voort uit een aanvaarding van een onzakelijk debiteurenrisico. Voor zover de nominale waarde van die vordering op het moment van haar ontstaan meer bedraagt dan de waarde in het economische verkeer, mogen de achterblijvende vennoten dat verlies aftrekken, aldus de Hoge Raad. Dit alles geldt echter niet voor een waardedaling van de vordering die zich na de uittreding heeft voorgedaan.

 

Wet: art. 3.8 Wet IB 2001

Meer informatie: Hoge Raad 16 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2132

U moet eerst inloggen voordat u een reactie kunt plaatsen. Gebruik de knop rechtsboven om in te loggen.

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor de gratis nieuwsbrief van Taxence en ontvang dagelijks het laatste nieuws en informatie over andere relevante producten van Sdu Licent Academy.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Contact

Taxence is een uitgave van Sdu Licent Academy

 

Maanweg 174

2516 AB Den Haag

 

Contactformulier

Taxence fiscaal nieuws voor professionals is een uitgave van Licent Academy.
© 2019 www.taxence.nl - alle rechten voorbehouden.