Liquidatie-uitkering aan een in België wonende dga

dinsdag 2 juli 2019 Michel Halters 602x gelezen

Heeft een dga vroeger in Nederland gewoond en is hij geëmigreerd naar België? En ontvangt hij een liquidatie-uitkering? Dan heeft hij te maken met het belastingverdrag tussen Nederland en België. Behandeling van een liquidatie-uitkering is onder het nieuwe verdrag anders dan onder het oude verdrag. Dit artikel laat de belastingheffing in België verder buiten beschouwing.

Volgens de Wet IB 2001 zijn liquidatie-uitkeringen op grond van een fictie een vervreemdingsvoordeel en daarmee onderworpen aan het ab-tarief van 25% in 2019. Een Nederlandse dga die sinds langere tijd in België woont en een liquidatie-uitkering krijgt van zijn Nederlandse B.V. is daarover in België mogelijk belasting verschuldigd. Hierop zal niet verder worden ingegaan. De dga valt ook onder de werking van het belastingverdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en België. Twee artikelen en het protocol I zijn in dat kader van belang. Artikel 10 (dividend), artikel 13 (vermogenswinst) en protocol I van het huidige belastingverdrag met België.

Liquidatie-uitkering onder het oude belastingverdrag met België

In zijn arrest van 12 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AI0450, moest de Hoge Raad zijn oordeel geven over een inkoop van aandelen door een in Nederland gevestigde B.V. De dga woonde in 1997 al meer dan vijf jaar in België. In dat jaar kocht de B.V. aandelen in. De inspecteur vond dat de inkoop van aandelen voor toepassing van het oude belastingverdrag met België kwalificeerde als dividend waarop het bijzondere tarief van 15% van toepassing was (artikel 10, paragraaf 2 van het oude belastingverdrag tussen Nederland en België). De Hoge Raad oordeelde echter, in navolging van het hof, anders. De Hoge Raad oordeelde dat inkoop van eigen aandelen door een Nederlandse B.V. onder het oude belastingverdrag met België kwalificeerde als vermogenswinst in de zin van artikel 13 van het oude belastingverdrag. Belastingheffing kwam daardoor aan België toe.

Op 9 juni 2006 moest de Hoge Raad oordelen over een dga die in 1999 in België woonde en een liquidatie-uitkering ontving, Hoge Raad 9 juni 2006, ECLI:NL:HR:2006:AX7341. De staatssecretaris was in cassatie gegaan, want hij was van mening dat de liquidatie-uitkering voor toepassing van het oude belastingverdrag met België kwalificeerde als dividend en niet als vermogenswinst. De Hoge Raad verwees voor zijn oordeel naar zijn hiervoor genoemde arrest van 12 december 2003. De Hoge Raad oordeelde dat belastingheffing over een liquidatie-uitkering die een in België woonachtige dga ontving van een Nederlandse B.V. op grond van het belastingverdrag aan België is toegewezen.

Fiscale gevolgen liquidatie -uitkering onder het huidige verdrag met België

Onder het huidige belastingverdrag met België staat in protocol I dat ‘voordelen verkregen uit de vervreemding’ niet omvat inkomsten genoten bij het inkopen van aandelen door, of bij de liquidatie van, een vennootschap. Die inkomsten vallen onder het dividendartikel (artikel 10 van het huidige belastingverdrag met België). Nederland mag onder het huidige belastingverdrag met België dus een liquidatie-uitkering belasten tegen het bijzondere tarief van 15%.

Nederlandse belastingheffing liquidatie-uitkering is legitiem

Onlangs moest de Hoge Raad opnieuw een oordeel geven over een in België woonachtige dga die een liquidatie-uitkering ontving. Zie hierover uitgebreider ‘HR: liquidatie-uitkering is geen dividenduitkering’. Het ging om een dga die sinds 1992 in België woonde en tot in 2006, 25,5% van de aandelen had in een in Nederland gevestigde B.V. Deze B.V. werd in 2006 ontbonden en daardoor ontving de dga liquidatie-uitkeringen. De inspecteur had de ontvangen liquidatie-uitkering met 15% belast als inkomen uit aanmerkelijk belang. De dga was het hier niet mee eens. Hij vond dat de heffing van inkomstenbelasting door Nederland een ongeoorloofde belemmering van het vrije kapitaalverkeer opleverde. Ook vond hij dat er een ongelijke behandeling was van in zijn ogen gelijke gevallen. De twee gevallen die hij met elkaar vergeleek waren enerzijds de inwoner van België die een aanmerkelijk belang heeft in een Nederlandse B.V. en een liquidatie-uitkering ontvangt en anderzijds een Belgische inwoner met een aanmerkelijk belang in een Nederlandse B.V. die zijn aandelen vervreemdt. Bij vervreemding van de aandelen hoeft de dga in Nederland niets te betalen, terwijl bij een liquidatie-uitkering Nederland ook mag heffen. De Hoge Raad oordeelt dat er geen sprake is van een ongerechtvaardigde belemmering van het vrije handelsverkeer door het heffen van belasting over de liquidatie-uitkering. Ook oordeelt de Hoge Raad dat het verschil in belastingheffing tussen een vervreemder van de aandelen en de ontvanger van een liquidatie-uitkering terecht is. Bij vervreemding van de verkochte aandelen blijft de belastingclaim op de winstreserves volgens de Hoge Raad bestaan, terwijl bij liquidatie de vennootschap wordt ontbonden en de winstreserves door een liquidatie-uitkering toekomen aan haar aandeelhouders. Bij liquidatie vervalt de Nederlandse belastingclaim op de in de aandelen besloten liggend winstreserves en wordt die heffing geldend gemaakt door heffing over de liquidatie-uitkering. Bij vervreemding van de aandelen is van belang dat deze dga voor 1997 naar België was verhuisd en dus nog geen conserverende aanslag had ontvangen en langer dan 10 jaar in België woonde. Daardoor valt de vervreemding van de aandelen onder artikel 13, paragraaf 4 en niet onder artikel 13, paragraaf 5. Bij vervreemding van de aandelen mag België als woonstaat heffen.

Eerst aandelen verkopen dan vennootschap ontbinden

Verkoopt de dga uit het arrest van 21 juni 2019 eerst zijn aandelen aan een inwoner van Nederland en ontbindt deze inwoner vervolgens de B.V.? Dan zou een gunstiger resultaat zijn bereikt. Nederland kan dan geen belasting meer heffen op grond van het belastingverdrag, omdat de dga langer dan 10 jaar in België woonde. In beginsel krijgt de Nederlandse inwoner met aanmerkelijk belangheffing te maken, maar de inwoner heeft een hoge verkrijgingsprijs van de aandelen. De verkrijgingsprijs bij een zakelijke overdracht omvat ook de winstreserves. Het verschil tussen de liquidatie-uitkering en de verkrijgingsprijs voor de Nederlandse inwoner is (nagenoeg) nihil. De Nederlandse inwoner heeft dan ook (nagenoeg) geen inkomen uit aanmerkelijk belang. Wel moet de B.V. dividendbelasting inhouden voor zover de liquidatie-uitkering meer bedraagt dan het gemiddeld op de aandelen gestorte kapitaal. Een inwoner van Nederland kan deze dividendbelasting verrekenen met zijn verschuldigde inkomstenbelasting. Er ontstaat dus wel een financieringsnadeel doordat de B.V. dividendbelasting moet inhouden die de Nederlands belastingplichtige pas op een later moment kan terugvragen.

Op grond van de hierboven geschetste casus, kunnen vraagtekens gezet worden bij het oordeel van de Hoge Raad over het onderscheid tussen vervreemding van de aandelen en liquidatie en ontbinding van de vennootschap. Bij vervreemding van de aandelen door de in België wonende dga aan een Nederlandse inwoner en ontbinding van de vennootschap door deze inwoner, verliest Nederland uiteindelijk (na verrekening van de dividendbelasting) toch zijn belastingclaim op de winstreserves.

Gewijzigde wetgeving

Na invoering van de conserverende aanslag en de wijzigingen per 15 september 2015 geldt de situatie zoals weergegeven in het arrest niet meer. Bij verhuizing van een Nederlandse dga naar België krijgt hij een conserverende aanslag voor het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. Emigratie leidt niet direct tot afrekening over zijn aanmerkelijkbelangwinst, maar pas bij daadwerkelijke realisatie. Dit betekent dat de in België woonachtige dga bijvoorbeeld 30 jaar na emigratie nog steeds met Nederlandse belastingheffing wordt geconfronteerd, ondanks dat in het belastingverdrag met België staat dat Nederland slechts tot 10 jaar na emigratie de dga in de belastingheffing kan betrekken. Niet kan worden uitgesloten dat de Hoge Raad, net als in zijn arrest van 19 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BC4725, oordeelt dat Nederland handelt in strijd met de goede verdragstrouw. Als een dga meer dan 10 jaar in België woont en de Nederlandse fiscus vordert de conserverende aanslag vanwege aanmerkelijk belang in, dan is het raadzaam om tegen de heffing van Nederlandse belasting bezwaar te maken.

MLI

In de relatie tussen Nederland en België is het multilateraal instrument (MLI) en de ‘principal purpose test’ (PPT) niet van toepassing op het belastingverdrag. Er zijn nu namelijk onderhandelingen over een nieuw belastingverdrag met België. Wellicht dat Nederland en België in dit nieuwe verdrag een aantal bepalingen van het MLI en de PPT zullen overnemen.

Wet: art. 4.12 letter b, art. 4.16 lid 1 aanhef en letter c, en art. 4.34 Wet IB 2001

Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en België (geldend tot 1 januari 2003): artikelen 10 en 13

Huidig verdrag ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en België: artikel 10, artikel 13 en protocol I, paragraaf 15

U moet eerst inloggen voordat u een reactie kunt plaatsen. Gebruik de knop rechtsboven om in te loggen.

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor de gratis nieuwsbrief van Taxence en ontvang dagelijks het laatste nieuws en informatie over andere relevante producten van Sdu Licent Academy.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Contact

Taxence is een uitgave van Sdu Licent Academy

 

Maanweg 174

2516 AB Den Haag

 

Contactformulier

Taxence fiscaal nieuws voor professionals is een uitgave van Licent Academy.
© 2019 www.taxence.nl - alle rechten voorbehouden.