• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Blog | De foutenleer is uit de tijd

1 november 2023 door Michel Halters

foutenleer

De foutenleer steunt op de conceptie van de totale winst en de balanscontinuïteit bij vermogensvergelijking. Beide elementen zijn niet meer van deze tijd. De vraag is bovendien of de foutenleer in Europees verband nog stand kan houden. Ook kunnen nog andere bezwaren worden ingebracht tegen de foutenleer.

De foutenleer in het kort

In zijn arrest van 22 oktober 1952, ECLI:NL:HR:1952:60, heeft de Hoge Raad de basis gelegd voor wat bekend is geworden als de foutenleer. De Hoge Raad overweegt dat in principe als algemeen beginsel moet worden aanvaard dat het zuiver bedrijfsvermogen aan het begin van het boekjaar het zuivere bedrijfsvermogen aan het einde van het vorige boekjaar. Dit staat bekend als balanscontinuïteit. Volgens de Hoge Raad heeft de balanscontinuïteit tot doel dat belasting wordt geheven over de totale winst uit onderneming gedurende het bestaan van die onderneming. Het kan zijn dat de balanscontinuïteit moet worden doorbroken. Dat is het geval als bij de vaststelling van het eindvermogen van het vorige boekjaar bepaaldelijk een fout is gemaakt. Met een fout bedoelt de Hoge Raad dat het bedrijfsvermogen niet volgens de wet of goedkoopmansgebruik is vastgesteld. Tegenover het beginsel van de balanscontinuïteit staat namelijk het beginsel dat de winst over een bepaald jaar zoveel mogelijk overeenkomstig de wet of goedkoopmansgebruik moet worden bepaald. Dit bekent dat de jaarwinstberekening de balanscontinuïteit kan doorbreken. Echter de balanscontinuïteit gaat weer voor op de jaarwinstbepaling als door een fout de situatie dreigt te ontstaan dat een stuk winst niet of dubbel wordt belast. In dat geval gaat de balanscontinuïteit weer voor. Voor de vermogensvergelijking wordt dan het beginvermogen van het oudste nog openstaande boekjaar gesteld op het juiste bedrijfsvermogen.

Bezwaar tegen het concept van de totale winst

Als het belangrijkste uitgangspunt van de foutenleer heeft de Hoge Raad het belasten van de totale winst gedurende het bestaan van de onderneming genomen. De gedachte dat dat het doel van de wetgever is, is nu zo algemeen dat (bijna) niemand hier kritisch over is. Een nog steeds zeer lezenswaardig kritisch artikel tegen de gedachte van de totaalwinst is het artikel dat verscheen in WFR 1977/279 van H.J. Hofstra, getiteld “Verrekening van positieve en negatieve inkomens en winsten in de tijd”. De gedachte van het belasten van de totale winst gaat naar mijn mening terug naar de dividend- en tantièmebelasting van 1917. Dit was een uitdelingsbelasting. Door deze belasting gingen onder andere nv’s belasting betalen over hun uitgedeelde winsten. Een nv – en later ook bijvoorbeeld een bv – kan echter pas tot uitkering van winsten aan aandeelhouders overgaan als sprake is van positieve winstreserves, vergelijk het huidige art. 2:216 BW. Anders gezegd pas als alle verliezen uit het verleden zijn verrekend met winsten kan sprake zijn van voor uitdeling aan aandeelhouders beschikbare winst. Dat betekent ook dat belasting kan worden geheven als alle verliezen uit het verleden zijn verrekend. Hier ligt de oorsprong dat de wetgever de totale winst uit onderneming moet belasten. Maar bij een stelsel dat is gebaseerd op een jaarlijkse heffing van belasting over de winst uit onderneming ligt dit niet meer zo voor de hand. De dividend- en tantièmebelasting is bovendien in 1940 al afgeschaft. Een ander bezwaar tegen de motivering van de Hoge Raad is dat de wetgever in diverse wettelijke bepalingen inbreuk heeft gemaakt op het totaalwinstbeginsel. Denk bijvoorbeeld aan de verliesverrekening of geruisloze doorschuiffaciliteiten.

De balanscontinuïteit

Volgens de Hoge Raad in het arrest van 22 oktober 1952 dient de balanscontinuïteit ervoor om de totale winst gedurende het bestaan van de onderneming te kunnen belasten. Dit is onjuist. Dit is niet het doel, maar een mogelijk gevolg. Het doel van de balanscontinuïteit bij vermogensvergelijking is ervoor te zorgen dat de winst in jaar t op hetzelfde bedrag uitkomt als de winst van jaar t volgens een winst- en verliesrekening. Sluit het beginvermogen niet aan op het eindvermogen van het voorgaande boekjaar dan is het gevolg dat een deel van de winst niet of dubbel wordt belast bij vermogensvergelijking. Het gaat hierbij alleen om jaar t. Voor het jaar t+1 geldt de balanscontinuïteit van het jaar daarop. Vermogensvergelijking als methode om de winst te bepalen was wettelijk verplicht onder het Besluit op de Winstbelasting 1940, het Besluit op de inkomstenbelasting 1941 en het Besluit op de vennootschapsbelasting 1942. Met de invoering van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 en de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 is de vermogensvergelijking als wettelijke methode om de fiscale winst te bepalen afgeschaft. Onder een systeem van enkel boekhouden is het niet mogelijk de winst te bepalen op basis van een winst- en verliesrekening. Bij dat systeem boekhouden worden alleen de ontvangsten en uitgaven bijgehouden. De enige manier om de jaarlijkse winst te kunnen benaderen was door middel van een vermogensvergelijking.

Geen balanscontinuïteit nodig bij winst- en verliesrekening

Met een systeem van dubbel boekhouden is geen vermogensvergelijking meer nodig om de winst te kunnen bepalen. De winst kan eenvoudigweg bepaald worden door een winst- en verliesrekening. Een vermogensvergelijking heeft thans alleen nog een controlerende functie, vergelijk bijvoorbeeld de aangifte vennootschapsbelasting. Hierbij wordt eerst de fiscale winst bepaald op basis van de winst- en verliesrekening en als controle daarop de vermogensvergelijking.

Foutenleer in strijd met het evenredigheidsbeginsel?

De Hoge Raad is nog niet in de gelegenheid geweest prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ. Mogelijk is daar wel aanleiding toe. In HvJ 27-01-2022, zaak C-788/19 (Commissie/Spanje), (ECLI:EU:C:2022:55, NTFR 2022/800) heeft het HvJ geoordeeld dat onbeperkte navorderingstermijnen onevenredig zijn en in strijd zijn met het verdragsrecht. Het is voor mij daarom de vraag of de foutenleer niet in strijd komt met voornoemd arrest van het HvJ. In dat kader zou het de Hoge Raad sieren als hij bij de eerstvolgende gelegenheid bij een oordeel over de foutenleer prejudiciële vragen stelt aan het HvJ of de onbeperkte navorderingstermijnen door de foutenleer niet in strijd komen met internationaal verdragsrecht.

Overige bezwaren

Ook in de fiscale literatuur bestaan veel bezwaren tegen de foutenleer. Een belangrijk bezwaar noemt Bruins Slot in ‘Foutenherstel, begin dan bij…de foutenleer’, NTFRB 2014/43. Hierin geeft Bruins Slot aan bezwaren te hebben tegen de foutenleer vanwege het omzeilen van wettelijke navorderings- en bezwaartermijnen door de foutenleer. Een ander bezwaar is dat alleen bepaalde balanswaarderingsfouten met de foutenleer zijn te herstellen. De foutenleer is niet van toepassing op herstel van alleen een correctie van de fiscale winst. Zo is de foutenleer niet van toepassing als is verzuimd de startersaftrek toe te passen of als is verzuimd een bepaald transactieresultaat aan te geven. Daarmee is de foutenleer willekeurig. Het leidt bovendien tot een ongelijke behandeling tussen ondernemers, die te maken kunnen krijgen met een onbeperkte navordering of onbeperkte mogelijkheid bezwaar te maken ten opzichte van niet-ondernemers. Voor de laatste groep geldt een beperkte vijfjaarstermijn voor de fiscus om na te kunnen vorderen dan wel voor de belanghebbende om bezwaar te maken.

Filed Under: Blogs

Reageer
Vorige artikel
Opinie | Democratische legitimatie van internationale belastinghervorming
Volgende artikel
Opinie | Het Unierechtelijke en anderszins verdragsrechtelijk gewaarborgde evenredigheidsbeginsel. Alle wegen leiden naar Rome

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

salaris

Opinie | De dga en zijn management-bv: wees toch reëel

Met het handhavingsmoratorium dat alweer bijna twee jaar is afgeschaft, is de management-bv weer onvermijdelijk in het spotlicht geraakt. Bepaald geen nieuw vraagstuk en daarom des te opmerkelijker dat hier nog veel misverstanden, onduidelijkheden en dus discussies over blijken te bestaan. Zoals die inzake de fictieve dienstbetrekking, de doorbetaaldloonregeling en de gebruikelijkloonregeling. In deze NTFR... lees verder

recreatiewoning

Opinie | De bewegingsruimte van de inspecteur in de omzetbelasting

In de literatuur is betoogd dat van de inspecteur mag worden verwacht dat hij zich magistratelijk opstelt. In bezwaarprocedures is dat in grote lijnen inderdaad het geval. De inspecteur omzetbelasting houdt zich echter niet alleen bezig met bezwaar- en beroepsprocedures maar ook met het beoordelen van aangiften, suppleties, teruggaafverzoeken, andere verzoeken, zoals het verzoek om het btw-nummer te laten afvoeren en het in behandeling nemen van verzoeken om vooroverleg. In deze NTFR Opinie gaat mr. Micha Soltysik in op de bewegingsruimte die de inspecteur hierbij heeft.

crypto box 3 jongere

Opinie | Naar een EU-belasting voor cryptoactiva?

In deze NTFR Opinie bespreekt prof. mr. dr. Dennis Post het onderzoek van de Europese Commissie naar een EU-belasting op cryptoactiva. De auteur bespreekt de twee onderzochte varianten (een transactiebelasting en een vermogenswinstbelasting) en plaatst deze in de context van belastingheffing over cryptoactiva in Nederland.

Opinie | De Belastingdienst weet het al: over gegevensdeling en informatieplichten

De Autoriteit Persoonsgegevens (‘AP’) droeg de Belastingdienst op te stoppen met het gebruik van het BSN in betalingskernmerken en vorderingsnummers. In de discussie daarna draaide het steeds om de vraag hoeveel de Belastingdienst van burgers mag weten. Dat is te eenzijdig volgens mr. S. El Oiskhiri want de Belastingdienst beschikt al over burgergegevens. Een andere... lees verder

bfi's

Opinie | Waarom de Hoge Raad de zaak NEO in de gaten moet houden

Bij een uitdeling door een dochtervennootschap aan een in een lidstaat of verdragsstaat gevestigde moedervennootschap geldt een inhoudingsvrijstelling voor de dividendbelasting, tenzij sprake is van misbruik. Wat precies misbruik vormt is nog niet geheel duidelijk. We weten dat sprake is van misbruik als de belastingplichtige de vrijstelling door een gekunstelde constructie wil veiligstellen terwijl toepassing van de vrijstelling in dat geval in strijd is met het doel van de EU-Moederrichtlijn (‘MDR’). Het probleem is dat we niet precies weten in welke gevallen het doel van de MDR wordt ondermijnd. De Hoge Raad had de Belgische-houdsterzaken daarom moeten verwijzen naar het HvJ.  Prof. dr. Otto Marres verwacht dat het HvJ in de zaak NEO wat meer zal uitweiden over wat nu precies richtlijnondermijnend is.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×