Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur voor 2017 geen nieuw feit heeft omdat hij vóór het opleggen van de aanslag al over een concrete klikbrief beschikte. Navordering blijft wel mogelijk voor de bijtelling en verzwegen omzet omdat de ondernemer daarvoor te kwader trouw is.
Een ondernemer verricht onder meer tuin- en bestratingswerkzaamheden en heeft een Ford Transit op de ondernemingsbalans. In december 2018 ontvangt de inspecteur een anonieme klikbrief over mogelijke belastingfraude. Naar aanleiding daarvan wordt een boekenonderzoek ingesteld, waarbij onder meer niet-verantwoorde contante omzet en privégebruik van de auto naar voren komen. Voor 2016 en 2017 volgen navorderingsaanslagen IB/PVV en Zvw. In geschil is onder meer of de inspecteur over een nieuw feit beschikt en of de bijtelling voor de bestelauto terecht is toegepast.
Klikbrief vormt ambtelijk verzuim
Voor 2016 beschikt de inspecteur wel over een nieuw feit. De klikbrief kwam pas na het opleggen van de definitieve aanslag binnen. Voor 2017 ligt dat anders. De klikbrief was vóór de administratieve afhandeling van de aangifte al beoordeeld en bevatte volgens het hof zulke concrete aanwijzingen dat direct tot een boekenonderzoek werd besloten. De inspecteur had daarom de automatische afhandeling van de aangifte moeten blokkeren. Door dat niet te doen, is sprake van een ambtelijk verzuim en ontbreekt een nieuw feit voor navordering over 2017.
Kwade trouw bij auto en omzet
Toch kan de inspecteur voor een deel navorderen. Uit de eigen administratie blijkt dat de ondernemer in 2017 minstens 744 kilometer privé reed. Hij wist daarom dat hij rekening moest houden met de bijtelling. Ook maakt de inspecteur aannemelijk dat omzet bewust buiten de administratie is gehouden en geen facturen zijn uitgeschreven. Daarmee is sprake van kwade trouw voor zowel de bijtelling als de omzetcorrectie. Voor de correctie van telefoonkosten is kwade trouw niet bewezen. Bovendien is de Ford Transit door de aanwezigheid van een bijrijdersbank niet nagenoeg uitsluitend geschikt voor goederenvervoer.
Wet: art. 16 AWR en art. 3.20 Wet IB 2001





Geef een reactie