• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Geruisloze inbreng voor beleggingsparticipaties?

21 maart 2017 door

Ondernemers kunnen hun onderneming geruisloos inbrengen in de B.V. (artikel 3.65 Wet IB 2001). Eén van de vereisten van het ondernemerschap is dat de belastingplichtige verbonden kan worden voor verbintenissen betreffende de onderneming. In de praktijk zoeken belastingplichtigen de grenzen van dit ‘verbondenheidscriterium´ op. Dit is een doorn in het oog van de staatssecretaris van Financiën, zo blijkt ook uit het arrest van 3 maart 2017.

Verbondenheidscriterium

Voor ondernemerschap is sinds 2001 vereist dat de belastingplichtige verbonden is voor verbintenissen betreffende de onderneming. Met dit ‘verbondenheidscriterium’ wilde de wetgever bereiken dat alleen echte ondernemers toegang zouden krijgen tot de ondernemersfaciliteiten, en dus niet belastingplichtigen die in feite slechts beleggers zijn.

 

In de praktijk zijn echter beleggingsstructuren opgekomen waarbij de aansprakelijkheid voor schulden betreffende de onderneming zoveel mogelijk wordt uitgekleed. Desondanks claimen belastingplichtigen de ondernemerstatus en de daarbij behorende faciliteiten, zoals willekeurige afschrijving en de mogelijkheid van geruisloze inbreng. Dit was ook aan de orde in dit arrest.

 

HR 3 maart 2017

Belanghebbende participeerde in een scheepvaartfonds, dat naar civielrecht als een openbare maatschap kwalificeerde. Formeel voldeed belanghebbende daarmee aan het verbondenheidscriterium. Participanten in een openbare maatschap zijn privaatrechtelijk namelijk verbonden voor verbintenissen van de maatschap.

 

Feitelijk echter was de verbondenheid voor bepaalde overeenkomsten volledig ‘uitgekleed’. Met een aantal belangrijke contractspartijen van het fonds (betreffende de aankoop en financiering van het schip) was namelijk overeengekomen dat zij hun vorderingen slechts konden verhalen op het fondsvermogen. Verhaal op het privévermogen van de participanten was dus contractueel uitgesloten. De staatssecretaris was van mening dat in dat geval niet aan het ‘verbondenheidscriterium’ was voldaan. De participant was dus geen ondernemer en kon dus zijn participatie niet geruisloos inbrengen in de vennootschap.

 

Het hof oordeelde dat voor alle andere verbintenissen de verhaalsmogelijkheid niet contractueel was uitgesloten. Aan het verbondenheidscriterium is dan volgens het hof sowieso voldaan. Voor ondernemerschap is namelijk niet vereist dat verbondenheid bestaat voor alle verbintenissen van de onderneming. De Hoge Raad volgt – zonder hier veel woorden aan vuil te maken – het oordeel van het hof.

 

En nu?

De Hoge Raad liet zich jammer genoeg niet uit over de vraag of een contractuele uitsluiting van de (privé)verhaalsmogelijkheid voor alle ondernemingsschulden een beletsel is voor de ondernemersstatus. In ieder geval lijkt een uitsluiting voor een aantal niet bezwaarlijk te zijn. Ook dan kunnen belastingplichtigen overigens de feitelijke aansprakelijkheid fors terugbrengen. Denk hierbij aan een uitsluiting die geldt voor de qua aard en/of omvang risicovolle overeenkomsten (en voor de overige niet). Vermoedelijk laat de staatssecretaris het hier dan ook niet bij zitten.

 

Almer de Beer verzorgt op 23 maart de PE-Pitstop Inbreng in de B.V. Tijdens deze pitstop leert u alles over de regels en het rechtspraak waarmee de ruisende en geruisloze inbreng is omgeven. > Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Blogs, IB-ondernemer, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Nieuw besluit over omzetting fonds voor gemene rekening in N.V.
Volgende artikel
Actualisatie besluit over functionele valuta

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Bedrijf op curacao, feitelijke leiding in Nederland

Standpunt kwalificatie Curaçaose naamloze vennootschap

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Curaçaose naamloze vennootschap vergelijkbaar is.

Standpunt Schots co-invest fonds en carried interest fonds

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord of voor de toepassing van artikel 2, vierde lid, Wet Vpb 1969 een co-invest fonds en een carried interest fonds kunnen worden aangemerkt als beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 Wet op het Financieel Toezicht.

AI

Opinie | Zit er AI in processtukken of hallucineer ik?

AI speelt een steeds grotere rol in de rechtspraktijk, met name bij het opstellen van processtukken. Na een afbakening van de begrippen ‘AI’ en ‘processtukken’ gaat mr. J. Hollander in deze NTFR Opinie in op het bredere debat in literatuur en jurisprudentie over het gebruik van AI. De conclusie is dat het huidige gebruik van... lees verder

balans

Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 gepubliceerd

De staatssecretaris van Financiën heeft het Beleidsbesluit hybridemismatches 2026 gepubliceerd. Het besluit vervangt het eerdere beleidsbesluit en bevat nieuwe standpunten en voorbeelden over de toepassing van de hybridemismatchmaatregelen van afdeling 2.2A Wet Vpb 1969, met name ten aanzien van Amerikaanse CFC-regimes, vaste inrichtingen en cost-plusstructuren.

valuta

Standpunt beoordeling laagbelastheid vrije beleggingen: CFC-heffing telt niet mee

De Kennisgroep deelnemingsvrijstelling heeft de vraag beantwoord of rekening wordt gehouden met een bij de belastingplichtige geheven CFC-heffing voor de beoordeling of de vrije beleggingen van het lichaam waarin een deelneming wordt gehouden laagbelast zijn. Volgens de Kennisgroep deelnemingsvrijstelling wordt met deze CFC-heffing geen rekening gehouden.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Opleidingen

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×