• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BX4020, Hoge Raad, CPG 11/02954

10 augustus 2012 door redactie

CONCLUSIE PG Belanghebbende is een fiscale eenheid bestaande uit een BV en haar directeur-grootaandeelhoud(st)er (hierna: dga). Tot het bedrijfsvermogen behoort een pand, dat de BV na een geruisloze inbreng in 1996 heeft verkregen. Het pand is altijd belast verhuurd, de bovenverdiepingen (de eerste en de tweede etage) tot in 2002. De bovenverdiepingen zijn in 2003 en 2004 verbouwd tot woonruimte. De verbouwing heeft, zo staat in cassatie vast, niet geleid tot de vervaardiging van een nieuw goed. Medio mei 2004 heeft de dga de bovenverdiepingen als woning duurzaam in gebruik genomen. Voor het gebruik als woning betaalt zij de BV geen vergoeding. Voor het Hof was in geschil of belanghebbende recht heeft op aftrek van omzetbelasting ter zake van de kosten van verbouwing van de bovenverdiepingen. Naar het oordeel van het Hof heeft voorafgaand aan de verbouwing een levering plaatsgevonden op grond van artikel 3, lid 1, aanhef en onderdeel g, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: de Wet), zodat de aan de verbouwing toe rekenen – ná de levering in de zin van artikel 3, lid 1, onderdeel g, van de Wet berekende – voorbelasting niet voor aftrek in aanmerking kwam. Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld en daarbij drie middelen voorgesteld. A-G Van Hilten behandelt na bespreking van het eerste middel middel IIII alvorens op het tweede middel in te gaan. VERVOLG INHOUDSINDICATIE, ZIE CONCLUSIE

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BX4020

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BX4042, Hoge Raad, 11/00468
Volgende artikel
LJN: BX4116, Hoge Raad, 11/04924, 11/04926 en 11/04927

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

BOR beperkt tot 49% bij uitbreiding ab wegens ontbreken vijfjaarstermijn

Het hof oordeelt dat de bedrijfsopvolgingsregeling alleen geldt voor het deel van de aandelen dat de moeder al vijf jaar in bezit heeft. Voor het binnen vijf jaar geërfde 51%-belang start een nieuwe bezitstermijn, zodat de BOR daarvoor niet geldt.

yoga werkruimte

Woonkamer zonder eigen sanitair geen werkruimte

Het hof oordeelt dat de huur van een appartement niet aftrekbaar is als ondernemingskosten, omdat de woonkamer geen zelfstandige werkruimte vormt. Ook tijdens de coronacrisis veranderen de verkeersopvattingen daarover niet.

wet excessief lenen

Kamer wil snel vermogenswinstbelasting, nieuwe coalitie verdeeld

Een Kamermeerderheid wil dat het nieuwe kabinet vaart zet achter het verder hervormen van de belasting op het rendement op vermogen. Uiterlijk op Prinsjesdag 2028 moet er een voorstel liggen voor een vermogenswinstbelasting, waarbij 'papieren' winsten op beleggingen buiten schot blijven.

kapitaalverzekering

Standpunt proefpersonenverzekering en assurantiebelasting

De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft een standpunt ingenomen over de vraag of een proefpersonenverzekering is vrijgesteld van assurantiebelasting.

bedrag ineens pensioen

Standpunt Belgisch rustpensioen en berekening jaarruimte

De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft een vraag beantwoord over welk bedrag bij de berekening van de pensioenaangroei voor de bepaling van de jaarruimte in mindering moet worden gebracht als de belastingplichtige Belgisch rustpensioen opbouwt.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Congres Estate Planning 2026

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×