Btw-heffing over sociale media in Nederland is voorlopig nog niet aan de orde. Dit blijkt uit antwoorden van staatssecretaris Heijnen op Kamervragen over het FD-artikel ‘Deur op kier voor btw-afdracht over sociale media’.
Volgens de staatssecretaris heeft de Europese Commissie hier nog geen officieel standpunt over ingenomen. Wel heeft zij een eerste, niet‑bindende analyse gegeven waaruit volgt dat btw‑heffing onder bepaalde omstandigheden mogelijk zou kúnnen zijn, als er een duidelijk ‘rechtstreeks verband’ is tussen de digitale dienst en de verstrekte data. Tegelijk wijst de Commissie op grote praktische en juridische onzekerheden, zoals de moeilijke waardebepaling van data, de behoefte aan zorgvuldige beoordeling per geval en de mogelijke noodzaak om de Europese btw‑richtlijn aan te passen; daarom is nog geen gemeenschappelijk richtsnoer vastgesteld.
Italië
Vragen over btw-heffing op ‘gratis’ diensten van sociale mediabedrijven zijn niet nieuw. Centraal staat de vraag of tegenover de digitale (‘gratis’) dienst een vergoeding in natura staat: de persoonlijke data van gebruikers die bedrijven gebruiken om advertentie-inkomsten te verwerven. Het Btw-comité heeft hierover in 2018 unaniem een richtsnoer aangenomen dat geen btw kan worden geheven over dergelijke ‘gratis’ diensten, omdat het zogenoemde ‘rechtstreeks verband’ tussen de digitale diensten en het verstrekken van persoonlijke data ontbreekt. Dit richtsnoer geldt onverkort, en de staatssecretaris onderschrijft de mening van de Europese Commissie dat in de regel over het verstrekken van persoonlijke data bij ‘gratis’ toegang tot sociale media geen btw wordt geheven.
Italië heeft recent binnen het Btw-comité aan de orde gesteld dat er inmiddels situaties zijn waarvoor dit richtsnoer niet zou gelden.
Richtsnoer Btw-comité
De staatssecretaris vindt niet dat het verstrekken van persoonlijke data voor gratis toegang tot sociale media een belastbare transactie is. Uitgangspunt blijft het unanieme richtsnoer van het Btw‑comité uit 2018, dat bepaalt dat in de regel geen btw wordt geheven over dergelijke ‘gratis’ diensten. Wel erkent hij dat zich uitzonderlijke situaties kunnen voordoen, maar wijst erop dat het bepalen van de maatstaf van heffing nu niet goed mogelijk is en dat, gezien het grensoverschrijdende karakter van digitale diensten, een geharmoniseerde Europese aanpak en mogelijk aanpassing van de btw‑richtlijn nodig zijn.
De Belastingdienst kan alleen btw heffen over sociale media als er een duidelijke juridische grondslag is en aan bepaalde voorwaarden is voldaan. Op dit moment is het unanieme richtsnoer uit 2018 het uitgangspunt, waardoor btw‑heffing over de waarde van persoonlijke data in de regel niet aan de orde is. Voor situaties buiten dat richtsnoer is nog onduidelijk of er een voldoende ‘rechtstreeks verband’ bestaat tussen data en dienst én hoe de maatstaf van heffing moet worden bepaald. Daar komen nog vragen bij over welke lidstaat mag heffen, of gebruikers door het structureel ‘verkopen’ van data ondernemer worden voor de btw en wat de effecten zijn op vergelijkbare situaties zoals loyaliteitsprogramma’s. Daarom wordt deze kwestie nog verder besproken in EU‑verband, waarbij Nederland constructief meedenkt.
Belastingdienst
Op de vraag naar de mogelijke opbrengst van btw-heffing over sociale media in Nederland antwoordt de staatssecretaris dat er onvoldoende inzicht bestaat om een betrouwbare raming te maken. Italië geeft geen inzicht in de maatstaf van heffing of de wijze van berekening van de opgelegde (na)heffingsaanslagen, en de Commissie heeft geen richting gegeven voor het bepalen van de maatstaf van heffing en wijst juist op de mogelijke noodzaak van (aanvullende) EU-wetgeving. Indien uiteindelijk wordt vastgesteld dat sociale mediaplatforms btw verschuldigd zijn over toegang tot hun platforms, zal de Belastingdienst onderzoeken welke maatstaf van heffing geldt en binnen de wettelijke kaders beoordelen over welke periode en tot welke hoogte kan worden geheven, met in beginsel een naheffingstermijn van vijf jaren en met inachtneming van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.


Geef een reactie