Inspecteur slaat plank mis met verkapte winstuitdeling

dinsdag 1 oktober 2019 Michel Halters 782x gelezen

Van onzakelijke uitgaven voor de sloop en bouw van een woning van een dga door een vennootschap kan alleen sprake zijn voor zover de uitgaven niet leidden tot een equivalente waardevermeerdering van de woning. Een met de onzakelijke uitgaven overeenkomend voordeel voor de dga is genoten in de jaren waarin ter bevrediging van de persoonlijke behoefte van de dga de onverantwoorde investeringen in de woning zijn gedaan.

Een dga had via zijn houdstervennootschap 6% van de aandelen in een tussenhoudster. Zijn zus had via haar houdstervennootschap eveneens 6% van die aandelen. Hun vader hield via zijn houdstervennootschap de resterende aandelen. Deze tussenhoudster hield alle aandelen in een B.V. die een fruithandel exploiteerde. De tussenhoudster kocht in 2005 de woning naast het fruitbedrijf voor € 617.500. Daarvan had een bedrag van € 182.500 betrekking op de opstal. In 2006 liet de tussenhoudster de bestaande woning slopen en een nieuwe woning bouwen. Hiermee was een bedrag van € 681.703 gemoeid.

 

Zakelijke prijs

In 2008 overleed de vader. Daarop besloten de dga en zijn zus dat zijn zus het bedrijf zou gaan voortzetten. In dat kader kwamen de zus en de dga ook overeen dat de tussenhoudster de woning waarin de dga woonde, zou verkopen voor de zakelijke prijs van € 835.000. Dat leverde voor de tussenhoudster in 2009 een boekverlies op van € 430.967. In een eerdere procedure voor de vennootschapsbelasting accepteerde de Hoge Raad dit boekverlies niet, omdat de transactie was ingegeven door aandeelhoudersmotieven. Vanwege deze onttrekkingen legde de inspecteur (ook) een navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2009 op vanwege verkapte winstuitdelingen.

 

Indirect meerderheidsbelang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat in 2009 geen verkapte winstuitdeling kan zijn gedaan. De reden is dat de uitgaven ten onrechte waren geactiveerd. Van onzakelijke uitgaven kan alleen sprake zijn voor zover deze uitgaven niet leidden tot een even zo grote waardevermeerdering van de woning. Een met de onzakelijke uitgaven corresponderend voordeel voor de aandeelhouder is dan genoten in de jaren waarin ter bevrediging van de behoefte van de dga de bedoelde investeringen in de woning zijn gedaan. Bij verkoop van de woning in 2009 komt een dergelijk voordeel juist niet tot uitdrukking. Het hof verwerpt ook het argument van de inspecteur dat de vennootschap zich een voordeel heeft laten ontgaan door geen compensatie te bedingen voor die kosten. De reden is dat de vader een indirecte meerderheidsbelang in de tussenhoudster had, niet de dga zelf. Het hof was het met de dga eens dat alleen de vader had kunnen besluiten om de uitgaven van sloop en nieuwbouw niet te verhalen.  

 

Wet: art. 4.12 en 4.43 lid 1 Wet IB 2001

Meer informatie: Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 17 september 2019 (gepubliceerd 27 september 2019), ECLI:NL:GHARL:2019:7498

U moet eerst inloggen voordat u een reactie kunt plaatsen. Gebruik de knop rechtsboven om in te loggen.

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor de gratis nieuwsbrief van Taxence en ontvang dagelijks het laatste nieuws en informatie over andere relevante producten van Sdu Licent Academy.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Contact

Taxence is een uitgave van Sdu Licent Academy

 

Maanweg 174

2516 AB Den Haag

 

Contactformulier

Taxence fiscaal nieuws voor professionals is een uitgave van Licent Academy.
© 2019 www.taxence.nl - alle rechten voorbehouden.