Schenking van aandeelhouder werkgever vormt loon

maandag 13 augustus 2018 Laura Jentink 1 reactie 1765x gelezen

Stel, de enig aandeelhouder in een vennootschap schenkt een deel van de aandelen aan een beoogd opvolger (geen familielid), die tevens werknemer/statutair bestuurder van de vennootschap is. Volgens Rechtbank Den Haag houdt zo'n schenking een dusdanig verband met de dienstbetrekking, dat sprake is van loon uit dienstbetrekking.

Een vennootschap had tot februari 2018 indirect drie aandeelhouders. De oprichter (voormalig enig aandeelhouder) hield via zijn persoonlijke holding 66,67% van de aandelen in de moeder van de vennootschap. Zijn beoogde bedrijfsopvolgers, een Nederlander en een Fransman, hielden ieder via een eigen persoonlijke holding respectievelijk 22,22% en 11,11% van de aandelen in de moeder van de vennootschap. De oprichter had geen kinderen en de beoogde bedrijfsopvolgers waren geen familie van hem. De Nederlander was vanaf 1 oktober 1998 in loondienst bij de vennootschap en vanaf 19 januari 2009 was hij statutair bestuurder van de vennootschap tegen een salaris van € 6.550 bruto per maand. De Fransman was directeur en bestuurder van de vennootschap. In 2010, toen de oprichter nog indirect enig aandeelhouder van de vennootschap was, heeft de inspecteur het standpunt ingenomen dat een schenking van aandelen in de vennootschap aan de Nederlander loon uit dienstbetrekking vormde. Bij een schenking aan de Fransman was volgens de fiscus geen sprake was van loon uit dienstbetrekking, omdat tussen de oprichter en de Fransman een vader-zoon relatie was gegroeid. De Fransman had in verband met een beroerte vanaf juni 2016 geen werkzaamheden meer kunnen verrichten. Vervolgens is het belang van de Fransman in februari 2018 ingekocht. Op 13 februari 2017 schonk de oprichter twaalf aandelen in zijn persoonlijke holding aan de Nederlander.

 

De meest geschikte werknemer

Deze schenking vormt volgens de rechtbank loon. Daarbij neemt de rechtbank onder meer in aanmerking dat de Nederlander gezien de duur van zijn dienstbetrekking en de door hem uitgeoefende functies de meest geschikte werknemer was om de oprichter op te volgen. De schenking vindt daarmee haar grond in de door de Nederlander in de uitoefening van zijn dienstbetrekking bij de vennootschap geleverde arbeidsprestaties. Daarmee wordt hij ook voor de toekomst voor wat betreft zijn functie als bestuurder aan de vennootschap gebonden. De vennootschap maakt niet aannemelijk dat tussen de oprichter en de Nederlander zodanige persoonlijke betrekkingen bestonden dat aannemelijk is dat de onderhavige schenking overwegend berust op sympathie van de oprichter jegens de Nederlander. De vennootschap stelt nog dat de oprichter en de Nederlander elkaar ook buiten het werk om zien. Hun echtgenoten kunnen goed met elkaar overweg en de echtparen betrekken elkaar over en weer bij bijzondere gebeurtenissen in de familiesfeer, zoals verjaardagen en bruiloften. Deze omstandigheden zijn onvoldoende voor de rechtbank om tot een ander oordeel te komen. Hetzelfde geldt voor de enkele stelling dat de onderlinge relatie zich sinds 2010 verder heeft ontwikkeld en dat na het wegvallen van de Fransman de relatie in de persoonlijke sfeer behoorlijk is verdiept.

 

Wet: art. 10 Wet LB 1964

 

Commentaar Laura Jentink

Laura Jentink is auteur van Loonzaken

"Een schenking door een werkgever aan een werknemer is loon als deze schenking voortvloeit uit de dienstbetrekking. Wat in deze procedure opvalt, is dat geen sprake is van een schenking door een werkgever aan een werknemer. Een werkgever is lang niet altijd inhoudingsplichtig voor vergoedingen en verstrekkingen door derden aan werknemers. Dit is beperkt tot specifieke situaties, waaronder het geval dat binnen concernverband met medeweten van de werkgever loon wordt verstrekt aan de werknemer. Zonder dit als zodanig te benoemen, lijkt de rechtbank van een dergelijke situatie uit te gaan. Deze zaak lijkt gezien de omvang van de schenking een proefprocedure. Het ligt daarom voor de hand dat hoger beroep is ingesteld. De uitkomst daarvan is zeer interessant als daarin ook aandacht wordt besteed aan de reikwijdte van de inhoudingsplicht."

 

(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Loonzaken.nl)

Meer informatie: Rechtbank Den Haag 19 juni 2018 (gepubliceerd 10 augustus 2018), ECLI:NL:RBDHA:2018:9041

U moet eerst inloggen voordat u een reactie kunt plaatsen. Gebruik de knop rechtsboven om in te loggen.


Reacties

Reacties

mr Gert-Jan Bennink 14/08/2018 17:14

In de vragenrubriek Vakstudie Nieuws V-N 2013 afl.5 onder punt 31 heb ik dit probleem voorgelegd in combinatie met (echte) ondernemingen met veel onroerende zaken op de balans.
In het kader van deze proefprocedure wijs ik graag op het heldere antwoord van V-N. Het plan 2010 van de heer De Jager (wetsgeschiedenis) toont dat opvolging door (geschikte) werknemers wel degelijk voorzien is en onder deze vrijstelling dient te vallen. De Kennisgroep loonbelasting is helaas een geducht tegenstander die moeiteloos zou kunnen figureren in een aflevering van Yes minister. Het politieke geheugen is kortstondig. Het gegeven dat de rechtspraak het ondernemingsbegrip minder beperkt uitlegt dan destijds de heer De Jager is m.i. een opsteker. Jammer dat mogelijk prima opvolgingstrajecten stuiten op onze vrienden van de Belastingdienst.

mr. G.J.H. Bennink

Aanmelden nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor de gratis nieuwsbrief van Taxence en ontvang dagelijks het laatste nieuws en informatie over andere relevante producten van Sdu Licent Academy.

Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht
Invoer verplicht

 

 

















 

Contact

Taxence is een uitgave van Sdu Licent Academy

 

Maanweg 174

2516 AB Den Haag

 

Contactformulier

Taxence fiscaal nieuws voor professionals is een uitgave van Licent Academy.
© 2019 www.taxence.nl - alle rechten voorbehouden.