• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

V&A 23-002 over Staffelbesluit pensioenen gepubliceerd

25 april 2023 door Anne-Marie Noordenbos

jonge werknemers pensioenpremie

Het Centraal Aanspreekpunt Pensioenen heeft V&A 23-002 gepubliceerd. Dit V&A behandelt de vraag of per 1 januari 2024 een gelijkblijvende beschikbare premie in het huidige fiscale regime als gevolg van de wettelijk voorgeschreven daling van de toetredingsleeftijd van 21 jaar naar 18 jaar, op dat moment dient te worden aangepast, terwijl de pensioenregeling nog niet voldoet aan het nieuwe pensioenstelsel van de voorgestelde Wet toekomst pensioenen.

In het besluit van 20 december 2019, nr. 2019-21333 (het Staffelbesluit) is in bijlage I, onderdeel 4 onder g opgenomen dat de premie bij een beschikbare-premieregeling mag worden uitgedrukt in een vast bedrag of een vast percentage van de pensioengrondslag. Hierbij mogen partijen voor de beoordeling van het vaste bedrag of het vaste percentage uitgaan van de premie voor de leeftijdsklasse 20- tot en met 24-jarigen. Als de jongste werknemer 25 jaar of ouder is, is de premie ten hoogste gelijk aan de premie voor de leeftijdsklasse waartoe de jongste werknemer behoort.

Wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen

In het wetsvoorstel Wet toekomst pensioenen wordt de wettelijk maximale toetredingsleeftijd voor pensioenopbouw verlaagd van 21 jaar naar 18 jaar. Wanneer het wetsvoorstel wordt aangenomen, zal de verlaagde toetredingsleeftijd met ingang van 1 januari 2024 in werking treden.
Mogen partijen vanaf 1 januari 2024 bij toepassing van het huidige fiscale regime (tot uiterlijk 1 januari 2027), bij het vaststellen van een vast bedrag of vast percentage van de pensioengrondslag nog steeds uitgaan van de premie voor de leeftijdsklasse 20- tot en met 24-jarigen?
Ja, in dit geval hoeft de pensioenregeling niet te worden aangepast vanwege de lagere maximale toetredingsleeftijd van 18 jaar.
In bijlage I, onderdeel 4 onder g van het Staffelbesluit is opgenomen dat als sprake is van een beschikbare-premieregeling met een premie uitgedrukt in een vast bedrag of een vast percentage van de pensioengrondslag, mag worden uitgegaan van de premie voor de leeftijdsklasse 20- tot en met 24-jarigen. De premie voor die leeftijdsklasse geldt vanwege deze aanwijzing in het Staffelbesluit ook voor deelnemers die jonger zijn dan 20 jaar en hierdoor hoeft voor het leeftijdscohort 18-19 jaar in deze situatie geen aanpassing plaats te vinden.

Gelijkblijvende premie

Deze aanwijzing geldt alleen, als sprake is van een beschikbare-premieregeling met een gelijkblijvende premie. In geval van een beschikbare-premieregeling met een stijgende premiestaffel, kan voor het leeftijdscohort 18-19 jaar niet worden uitgegaan van het staffelpercentage voor het leeftijdscohort 20-24 jaar. Het staffelpercentage voor het leeftijdscohort 18-19 jaar dient te worden vastgesteld op het (lagere) percentage dat bij dit leeftijdscohort hoort.
Bijlage I, onderdeel 4 onder g van het staffelbesluit is tevens niet van toepassing bij een beschikbare-premieregeling met een stijgende premiestaffel, waarbij de werkgeverspremie bestaat uit een gelijkblijvende premie en de werknemer vrijwillig kan bijsparen tot maximaal de percentages van een stijgende premiestaffel.

Bron: Centraal Aanspreekpunt Pensioenen, 20 april 2023

Filed Under: Financiële planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Conceptregelingen en nadere memorie van antwoord bij wetsvoorstel toekomst pensioenen
Volgende artikel
Documenten over werkwijze kennisgroepen en coördinatiegroepen openbaar

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

verlies ondernemer

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het box 3-vermogen van de man terecht heeft gecorrigeerd wegens duurzaam overtollige liquiditeiten in zijn eenmanszaak. Slechts €165.000 van de bank- en spaartegoeden geldt als werkkapitaal; het restant is overtollig en valt in box 3.

lijfrente

Standpunt box 3 en terugstorting betaalde lijfrentepremies en/of -inleg na opzegging of ontbinding lijfrenteverzekeringen

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord op welke wijze het bedrag van de terugstorting van betaalde lijfrentepremies en/of   - inleg na opzegging of ontbinding van een lijfrenteproduct in aanmerking wordt genomen onder de Wet rechtsherstel box 3 en de box 3-wetgeving met ingang van 1 januari 2023.

deadline bezwaar vergoeding

Nadelig uitpakken box 3-verdeling voor toeslagen redt bezwaartermijn niet

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de termijnoverschrijding bij het bezwaar tegen de aanslagen IB/PVV 2023 niet verschoonbaar is. Ambtshalve vermindering is ook niet mogelijk, omdat de aanslagen al onherroepelijk vaststaan.

opstal waarde woning eigenwoningregeling

Onderlinge verdeling eigen woning wijzigen bij navordering

De Hoge Raad oordeelt dat een belastingplichtige en zijn partner een aanvankelijk gekozen onderlinge verdeling van een gemeenschappelijk inkomensbestanddeel mogen wijzigen zolang de navorderingsaanslagen van beiden nog niet onherroepelijk vaststaan. Die mogelijkheid geldt niet alleen voor het inkomensbestanddeel waarop de navordering ziet.

bedrag ineens pensioen

Standpunt pensioenvrijstelling Vpb

In samenwerking met de Kennisgroep pensioenen heeft de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen de vraag beantwoord of een voorwaarde van een minimumleeftijd of van een minimum loonbedrag voor deelname aan een pensioenregeling voor een buitenlands pensioenlichaam in de weg staat aan de toepassing van artikel 5, eerste lid, onderdeel b, Wet Vpb 1969.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Masterclass Vermogen in box 1, 2 en 3: de afwegingen

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Future Fit Professionals

AGENDA

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×