• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

KGS toepassing liquidatieverliesregeling na inbreng aandelen in achterkleindochtervennootschap

17 september 2024 door Anne-Marie Noordenbos

doorschuiffaciliteit open cv

De Kennisgroep deelnemingsvrijstelling heeft de vraag beantwoord wat de omvang is van het in aanmerking te nemen liquidatieverlies in de situatie dat een deelneming wordt ontbonden en vereffend. Voorafgaand aan deze ontbinding en vereffening heeft een kleindochtervennootschap een deelneming na een waardedaling – die heeft plaatsgevonden gedurende de periode dat deze kleindochtervennootschap en deelneming gevoegd waren in een fiscale eenheid – ten titel van agiostorting ingebracht in een nieuw opgerichte achterkleindochtervennootschap.

Een belastingplichtige richt vennootschap TH1 op en stort daarin € 100 kapitaal. Vervolgens richt TH1 vennootschap TH2 op die op haar beurt vennootschap W opricht. Het door de belastingplichtige bij oprichting in TH1 gestorte kapitaal van
€ 100 heeft TH1 doorgestort in TH2 die op haar beurt een bedrag van € 100 heeft doorgestort in W. TH1 en TH2 zijn tussenhoudstermaatschappijen zonder eigen (operationele) activiteiten met als enige bezitting een deelneming. TH2 vormt een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting met W.

Op enig moment wordt (buiten de fiscale eenheid) vennootschap TH3 opgericht en stort TH2 daarin € 1 kapitaal. Vervolgens worden de aandelen W – ten titel van agiostorting – ingebracht in TH3. Voorafgaand aan deze inbreng is de waarde in het economische verkeer van W naar nihil gedaald. Enkele jaren daarna worden achtereenvolgens W, TH3, TH2 en TH1 ontbonden en wordt daarbij ook de vereffening telkens voltooid. De hiermee verband houdende liquidatie-uitkeringen bedragen nihil. Schematisch kan het voorgaande als volgt worden weergegeven. 

Vraag

Wat is in deze casus ten aanzien van de ontbinding en voltooide vereffening van TH1 de omvang van het door de belastingplichtige in aanmerking te nemen liquidatieverlies, zoals bedoeld in artikel 13d van de Wet Vpb1969?

Antwoord

Het door de belastingplichtige in aanmerking te nemen liquidatieverlies bedraagt nihil.

Op grond van artikel 13d, vijfde lid, Wet Vpb 1969, wordt het liquidatieverlies in beginsel gesteld op € 100, zijnde het door de belastingplichtige opgeofferde bedrag voor TH1 van € 100 verminderd met de liquidatie-uitkering van nihil.

Tot het vermogen van TH1 heeft middellijk een deelneming (W) behoord die
– door middel van een inbreng in een achterkleindochtervennootschap (TH3) – is vervreemd. W is in waarde gedaald sedert de verkrijging van de deelneming in TH1 door de belastingplichtige. Op grond van artikel 13d, zevende lid, eerste volzin, Wet Vpb 1969, wordt het liquidatieverlies slechts in aanmerking genomen voor zover dit verlies het bedrag van die waardedaling te boven gaat. De waardedaling van W bedraagt € 100. Dat ten tijde van de waardedaling sprake was van een fiscale eenheid tussen TH2 en W is niet relevant. Omdat het liquidatieverlies zoals dat is berekend op basis van artikel 13d, vijfde lid, Wet Vpb 1969, de waardedaling van € 100 niet overstijgt, bedraagt het door de belastingplichtige in aanmerking te nemen liquidatieverlies derhalve nihil.

Bron: Belastingdienst, 17 september 2024

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Internetconsultatie herijking fiscale bodem(voor)recht
Volgende artikel
Addendum op evaluatie van extraterritoriale kostenregeling

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Pillar2

Standpunt kwalificatie werkzaamheden op verschillende locaties in Nederland onder oud belastingverdrag

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of werkzaamheden uitgevoerd met een verplaatsbare installatie op verschillende locaties in Nederland kwalificeren als een vaste inrichting voor de toepassing van een belastingverdrag dat dateert van voor het OESO-modelverdrag 1977 en bijbehorend OESO-commentaar.

Bedrijf op curacao, feitelijke leiding in Nederland

Werkelijke leiding Curaçaose vennootschap ligt in Nederland

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een Curaçaose vennootschap in Nederland is gevestigd omdat de werkelijke leiding daar werd uitgeoefend. De boeten worden vernietigd omdat de aandeelhouder mocht vertrouwen op zijn fiscaal adviseur.

nob commentaar invorderingsrente

Vragen en antwoorden uitspraak HR hoogte belastingrentepercentage Vpb

De Belastingdienst heeft een aantal vragen en antwoorden gepubliceerd over de uitspraak van de Hoge Raad over de hoogte van het belastingrentepercentage vennootschapsbelasting. De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 beslist dat de Belastingdienst het hogere belastingrentepercentage niet mag toepassen op de vennootschapsbelasting. Daarom zal voor de vennootschapsbelasting hetzelfde belastingrentepercentage gelden als voor de... lees verder

lening

Standpunt begrip samenwerkingsverband Wet IB 2001 geactualiseerd

Het standpunt KG:059:2022:3 van de kennisgroep Resultaat uit Overige Werkzaamheden is aangevuld naar aanleiding van de uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 18 februari 2025. Het standpunt is inhoudelijk niet gewijzigd.

malta

Afwaardering lening aan gokvennootschap faalt door onzakelijk risico

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een lening aan een Maltese vennootschap voor online gokactiviteiten onzakelijk is. De debiteur is volledig met vreemd vermogen gefinancierd, heeft een negatieve solvabiliteit en de opbrengsten komen niet toe aan de crediteur.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

PE-Pitstop Emigratie van de aanmerkelijk belanghouder

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Congres Estate Planning 2026

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×