• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Vragen en antwoorden uitspraak HR hoogte belastingrentepercentage Vpb

10 februari 2026 door redactie

nob commentaar invorderingsrente

De Belastingdienst heeft een aantal vragen en antwoorden gepubliceerd over de uitspraak van de Hoge Raad over de hoogte van het belastingrentepercentage vennootschapsbelasting.

De Hoge Raad heeft op 16 januari 2026 beslist dat de Belastingdienst het hogere belastingrentepercentage niet mag toepassen op de vennootschapsbelasting. Daarom zal voor de vennootschapsbelasting hetzelfde belastingrentepercentage gelden als voor de andere belastingen.

1. Belastingrentepercentage-arrest geldt ook voor belastingrenteregels vanaf 2024

Vraag

De procedure voor de Hoge Raad betrof een voorlopige aanslag over 2021. Aan belanghebbende is met dagtekening 15 juli 2023 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting (Vpb) opgelegd voor het jaar 2021. De belastingrente is in rekening gebracht over de periode 1 juli 2022 tot en met 26 augustus 2023. De vraag is voor welke jaren het arrest van de Hoge Raad geldt. Met ingang van 1 januari 2024 is de systematiek gewijzigd aan de hand waarvan de Belastingdienst het geldende belastingrentepercentage bepaalt. In het aanwijzingsbesluit massaal bezwaar belastingrente Vpb is aangegeven dat deze wijziging van de systematiek aan de hand waarvan de Belastingdienst het geldende belastingrentepercentage bepaalt, geen reden is om deze aanwijzing niet van toepassing te laten zijn op de met ingang van 1 januari 2024 in rekening gebrachte belastingrente voor de Vpb, de bronbelasting, de solidariteitsbijdrage, de minimumbelasting en het winstaandeel. Wel kan deze wijziging van de systematiek een reden zijn om 1 of meer andere proefprocedures te selecteren.

Geldt het arrest van de Hoge Raad, gezien deze gewijzigde systematiek, ook voor de belastingrente die met ingang van 1 januari 2024 door de Belastingdienst in rekening is gebracht?

Antwoord

Het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026, nr. 24/0419, ECLI:NL:HR:2026:59 ziet ook op de tekst van het Besluit belasting- en invorderingsrente dat geldt voor de jaren 2024 tot en met 2026. De Hoge Raad overweegt namelijk:

“4.8.2 Een lastenverzwaring die geheel of in overwegende mate op budgettaire motieven berust, komt onder meer in strijd met het evenredigheidsbeginsel indien de hogere lasten zonder goede grond slechts bij één groep belastingplichtigen worden gelegd. Als gevolg van het ongefundeerde selectieve karakter van de lastenverzwaring wordt die groep belastingplichtigen daardoor onevenredig getroffen. Het evenredigheidsbeginsel loopt in zoverre parallel met het gelijkheidsbeginsel.”

Van 2024 tot en met 2026 zijn bij 1 groep belastingplichtigen nog steeds hogere lasten gelegd, zonder dat hiervoor andere gronden zijn vermeld. Weliswaar blijkt dat het kabinet zich bewust is van de ongelijkheid, en deze enigszins verkleint, omdat het kabinet het wenselijk acht de verschillende percentages ‘meer naar elkaar toe te laten tenderen’ (Staatsblad 2023, 511, toelichting p. 39-42). Desondanks is het belastingrentepercentage voor de Vpb en aanverwante belastingen in de jaren 2024 tot en met 2026 nog steeds circa 33 tot 50% hoger dan het belastingrentepercentage voor de overige belastingen.

2. De Belastingdienst bekijkt of het arrest van 16 januari 2026 gevolgen heeft voor de belastingrente bij de inkomstenbelasting en dergelijke

Vraag

De Belastingdienst heeft op haar website aangegeven dat ze op dit moment bekijkt wat de gevolgen zijn van het arrest van 16 januari 2026 voor de andere belastingen die vallen onder het massaal bezwaar. Welke belastingen bedoelt de Belastingdienst hiermee?

Antwoord

Het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026, nr. 24/0419, ECLI:NL:HR:2026:59 geldt voor de belastingen die zijn vermeld in artikel 1, aanhef en letter b, van het Besluit belasting- en invorderingsrente. Dit zijn de Vpb, de bronbelasting, de solidariteitsbijdrage en het winstaandeel (vermeld in het aanwijzingsbesluit massaal bezwaar belastingrente Vpb). Doordat de Hoge Raad voor die belastingen het belastingrentepercentage toepast dat geldt voor de andere belastingen die zijn vermeld in artikel 1, letter a, van het Besluit belasting- en invorderingsrente (waaronder de inkomstenbelasting), bekijkt de Belastingdienst wat de gevolgen van het arrest zijn voor de belastingen die zijn vermeld in het aanwijzingsbesluit massaal bezwaar belastingrente inkomstenbelasting.

3. Het arrest geldt niet voor belastingaanslagen die onherroepelijk vaststaan op 16 januari 2026

Vraag

Na het arrest van de Hoge Raad inzake de hoogte van de belastingrente op voorlopige en definitieve aanslagen Vpb, is de vraag of bij voorlopige en definitieve aanslagen die onherroepelijk vaststaan de mogelijkheid bestaat om binnen 5 jaar een verzoek om ambtshalve vermindering vanwege de belastingrente in te dienen.

Antwoord

Het arrest van de Hoge Raad van 16 januari 2026, nr. 24/0419, ECLI:NL:HR:2026:59 geldt niet voor belastingaanslagen die onherroepelijk vaststaan op 16 januari 2026 (Besluit fiscaal bestuursrecht § 23). Verzoeken om ambtshalve vermindering zullen dus worden afgewezen.

4. De datum van de collectieve uitspraak op bezwaar is nog onbekend

Vraag

De uitspraak op massaal bezwaar moet uiterlijk binnen 6 weken na het arrest worden gedaan. Is het de verwachting dat deze uitspraak op een eerdere datum zal worden gedaan?

Antwoord

De Belastingdienst bereidt de collectieve uitspraak op bezwaar voor. Op dit moment is de verwachting dat uitspraak wordt gedaan op een datum die dicht bij de wettelijke einddatum ligt.

Meer informatie

Lees meer over het massaal bezwaar in Massaal bezwaar voor de hoogte van het belastingrentepercentage – wat betekent dit voor mijn bezwaar?

Bron: Forum Fiscaal Dienstverleners, 9 februari 2026

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Vpb & Div.bel

Reageer
Vorige artikel
Oproep tot vereenvoudiging erfprocesrecht
Volgende artikel
Reparatieclausule bij implementatie CSRD en verzoek uitstel debat

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Jersey

Standpunt kwalificatie Jersey Limited Company

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Jersey Limited Company vergelijkbaar is.

Standpunt kwalificatie Macau Limitada

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Macau Limitada vergelijkbaar is.

ACM krijgt meer mogelijkheden om kleinere fusies en overnames te onderzoeken

De Autoriteit Consument & Markt (ACM) krijgt meer mogelijkheden om fusies en overnames te onderzoeken die mogelijk schadelijk zijn voor de concurrentie. De Tweede Kamer heeft ingestemd met een wijziging van de Mededingingswet, waardoor de toezichthouder straks ook kan kijken naar overnames die onder de reguliere omzetdrempels voor een verplichte melding blijven.

vastgoed buitenland

Beleidsbesluit earningsstrippingmaatregel 2026

Het Beleidsbesluit earningsstrippingmaatregel 2026 actualiseert het beleid voor de toepassing van artikel 15b Wet Vpb 1969. Het besluit vervangt het Beleidsbesluit earningsstrippingmaatregel 2025.

vastgoed buitenland

Standpunt buitenlandse collectieve beleggingsinstelling in relatie tot het Unierecht

De Kennisgroep IBR Vpb & winst heeft de vraag beantwoord of het Unierecht zich verzet tegen de toepassing van artikel 4, derde lid, onderdeel b, Wet op de dividendbelasting 1965 op grond waarvan de inhoudingsvrijstelling buiten toepassing blijft op een buitenlandse collectieve beleggingsinstelling die een vergelijkbare functie vervult als een fiscale beleggingsinstelling.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Fiscale aspecten fusies & overnames

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×