Een vrouw die na aankoop een paniekaanval krijgt en daardoor de woning niet durft te bewonen, mag toch het 2%-tarief toepassen. Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat sprake is van een onvoorziene omstandigheid.
Een vrouw koopt op 3 augustus 2021 een woning voor € 625.000. Zij doet bij levering op 20 september 2021 een verklaring dat zij de woning zelf gaat bewonen en betaalt 2% overdrachtsbelasting. De vrouw heeft jaren geleden een PTSS-diagnose gekregen waarvoor zij behandeling heeft gevolgd. Ten tijde van de aankoop is haar PTSS stabiel en staat zij niet meer onder behandeling. Na de sleuteloverdracht laat zij offertes maken voor herstel en inrichting van de woning. Wanneer zij voor het eerst alleen de woning betreedt, krijgt zij een paniekaanval. Iets in de woning (een ruimte of geur) triggert herinneringen aan traumatische gebeurtenissen. De vrouw durft daarna niet meer de woning binnen te gaan en verkoopt de woning op 2 november 2021 met een klein verlies. De inspecteur heft overdrachtsbelasting na tegen het 8%-tarief, omdat de vrouw de woning nooit heeft bewoond. De vrouw stelt zich op het standpunt dat de paniekaanval een onvoorziene omstandigheid is in de zin van artikel 15a lid 5 WBR.
Paniekaanval is onvoorziene omstandigheid
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de vrouw aannemelijk heeft gemaakt dat de paniekaanval een onvoorziene omstandigheid was en de doorslaggevende reden om de woning niet te bewonen. De vrouw kocht de woning met de intentie er te gaan wonen, maakte kosten voor aanpassing en verkocht de woning drie maanden later met verlies. Dat zij eerst verklaard heeft dat zij spijt had van de aankoop, verandert daaraan niets. De rechtbank vindt de verklaring van de vrouw geloofwaardig. Dat de vrouw de PTSS-diagnose al had, maakt niet dat de paniekaanval voorzienbaar was. Haar PTSS-klachten waren al twee jaar stabiel en er was geen enkele aanleiding om te voorzien dat juist deze woning haar toestand zou aantasten.
Vrouw is doorstromer, geen belegger
De vrouw is te beschouwen als doorstromer en niet als de andere koper voor wie de wetgever het 8%-tarief heeft bedoeld, namelijk kopers die hun aanschaf doen zonder van plan te zijn er zelf te gaan wonen. De vrouw was wel voornemens om in de woning haar hoofdverblijf te hebben. De onvoorziene omstandigheid is ook vergelijkbaar met de door de wetgever genoemde voorbeelden zoals overlijden, echtscheiding of verlies van een baan. De naheffingsaanslag wordt vernietigd.
Wet: art. 14 en art. 15a lid 5 WBR
Bron: Rechtbank Noord-Holland, 08-12-2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:14333, HAA 24/4828 | NDFR





Geef een reactie