De nota van wijziging bij de Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie verduidelijkt de samenloop van twee verleggingsregelingen in de Wet op de omzetbelasting 1968.
Met deze nota van wijziging wordt artikel III, onderdeel A, van het wetsvoorstel aangepast. In het voorgestelde artikel 12, vierde lid, Wet op de omzetbelasting 1968 wordt expliciet toegevoegd dat dit lid niet alleen geldt “onverminderd het bepaalde in het tweede lid”, maar ook “in afwijking van het derde lid”.
De aanleiding voor deze wijziging is dat de oorspronkelijke wettekst ten onrechte de indruk kon wekken dat twee verschillende verleggingsregelingen gelijktijdig op dezelfde prestatie van toepassing zouden kunnen zijn. Dat zou tot onduidelijkheid kunnen leiden over wie de btw verschuldigd is.
Nota naar aanleiding van het Verslag Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie
Het kabinet verwacht dat de implementatie van de Richtlijn btw in het digitale tijdperk leidt tot minder administratieve lasten voor ondernemers.
De implementatie van de Richtlijn btw in het digitale tijdperk (ViDA) is erop gericht de administratieve lasten voor ondernemers te verminderen door het aantal btw-registraties in andere lidstaten terug te dringen. Daartoe wordt de reikwijdte van de Unieregeling uitgebreid, zodat na implementatie in beginsel vrijwel alle veel voorkomende btw-belaste B2C-goederenleveringen en diensten in andere lidstaten via een éénloketregeling kunnen worden aangegeven. Uitzonderingen blijven onder meer vrijgestelde prestaties, de margeregeling, de reisbureauregeling en bepaalde afstandsverkopen van ingevoerde goederen.
Minder registraties, minder lasten
Volgens het kabinet bouwt de richtlijn voort op het bestaande systeem van gecentraliseerde aangifte en afdracht van btw. De uitbreiding van de éénloketregelingen is met name gericht op verdere vermindering van administratieve lasten en vereenvoudiging van grensoverschrijdende btw-verplichtingen. De jaarlijkse administratieve lastenverlichting voor Nederlandse ondernemers wordt, op basis van de effectbeoordeling van de Europese Commissie, geraamd op circa € 81 miljoen. Daarbij is rekening gehouden met zowel het vervallen van buitenlandse registratie- en aangifteplichten als de aanvullende administratieve verplichtingen.
Overbrengingsregeling en uitvoering
Met de nieuwe overbrengingsregeling kunnen ondernemers eigen goederen centraal melden via het éénloketsysteem, terwijl belastingdiensten zicht houden op goederenstromen. Daarnaast wordt de grensoverschrijdende verleggingsregeling verplicht, waardoor ondernemers zich in meer gevallen niet meer in andere lidstaten hoeven te registreren. Hoewel hiervoor een opgaaf ICP moet worden ingediend, verwacht het kabinet per saldo een lastenverlichting, ook voor het mkb.
De Belastingdienst acht het wetsvoorstel uitvoerbaar. Mocht implementatie in het nieuwe OB-pakket vertraging oplopen, dan is voorzien in een terugvalmogelijkheid via het bestaande systeem voor de éénloketregelingen. Voor ondernemers heeft dit volgens het kabinet geen praktische gevolgen voor de dienstverlening.
Bron: Nota van wijziging en Nota naar aanleiding van het Verslag bij de Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie, 2026-0000268629, Ministerie van Financiën, 2 juli 2026





Geef een reactie