Het kabinet introduceert een nieuwe vrijwillige beëindigingsregeling voor veehouders die willen stoppen, bijvoorbeeld bij het ontbreken van bedrijfsopvolging. Veehouders in de buurt van stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden krijgen een extra hoge vergoeding om zo gericht stikstofuitstoot terug te dringen en ruimte te creëren voor natuurherstel en toekomstige vergunningverlening.
Voor de regeling is eerder al € 750 miljoen gereserveerd. De vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (Vbr) is een ruime subsidieregeling voor bedrijven met onder meer melkvee, varkens, pluimvee, vleeskalveren, ander rundvee, geiten, vleeseenden en konijnen. Aanvragen worden in twee rondes beoordeeld. Bedrijven binnen 1000 meter van overbelaste Natura 2000-gebieden krijgen voorrang én een hogere vergoeding: 110% van het waardeverlies van de stallen plus 100% voor de productierechten en een bijdrage van 45 euro per m² staloppervlak voor sloop. Buiten deze strook is de vergoeding voor het waardeverlies van de stallen 100%, met eveneens 100% vergoeding van de productierechten. Toekenning binnen 1000 meter gebeurt op volgorde van binnenkomst; daarbuiten op basis van rangschikking naar stikstofreductie per euro subsidie.
De regeling moet veehouders die vrijwillig willen stoppen “ruimhartig” ondersteunen, met naast financiële compensatie ook persoonlijke begeleiding in het proces. Tegelijkertijd stuurt het kabinet via de hogere vergoeding in de 1000‑meterzone op maximale stikstofreductie waar de natuur het zwaarst belast is.
De conceptregeling ligt sinds 12 januari ter internetconsultatie, die loopt tot en met 9 februari. Iedereen kan in deze periode reageren; op basis van de reacties kan de regeling nog worden aangepast. Parallel hieraan wordt de regeling voorgelegd aan de Europese Commissie in een pre‑notificatieprocedure om te toetsen of sprake is van toegestane staatssteun. Ook het Adviescollege Toetsing Regeldruk brengt advies uit.
Na de consultatie en de informele terugkoppeling van de Europese Commissie wordt de regeling zo nodig bijgesteld en vervolgens formeel ter goedkeuring genotificeerd. Pas na goedkeuring wordt de regeling officieel gepubliceerd en kan de uitvoerder, RVO, de openstelling voorbereiden. Het streven is om de regeling medio 2026 te openen, afhankelijk van de duur van de Europese procedures.





Geef een reactie