De staatssecretaris van Financiën zet besluitvorming over een nationale handelingskostenvergoeding voor e-commerce voorlopig on hold. Eerst moeten Europese ontwikkelingen, het advies van de Raad van State en de afschaffing van de de-minimisregeling zorgvuldig worden meegewogen.
Sinds de opkomst van onlineplatformen is het aantal e‑commercezendingen naar de Europese Unie explosief toegenomen. Nederland is voorstander van een Europese handelingskostenvergoeding (EU‑handling fee) om de additionele toezichtkosten op e‑commercegoederen te dekken. Tegelijkertijd zijn voorbereidingen getroffen voor een mogelijke nationale handling fee, als Frankrijk, België en Luxemburg vooruitlopend op een Europese regeling zelf een nationale vergoeding zouden invoeren.
Ontwikkelingen in andere lidstaten en advies Raad van State
Tijdens de Eurogroep en Ecofinraad is aangegeven dat Nederland “volgend” is bij de invoering van een nationale handelingskostenvergoeding. Om een waterbedeffect en een explosieve groei aan zendingen via Nederland te voorkomen, moet Nederland voorbereid zijn om een eigen handling fee in werking te laten treden als omringende landen dat doen. Het is echter nog onduidelijk of België en Luxemburg een nationale vergoeding invoeren en per wanneer. Wel heeft Italië als eerste lidstaat per 1 januari 2026 een nationale handelingskostenvergoeding ingevoerd.
Daarnaast heeft de staatssecretaris op 18 december het advies van de Raad van State ontvangen over de wijziging van het Algemeen douanebesluit in verband met de invoering van een handelingskostenvergoeding voor e‑commercezendingen. De Raad van State erkent de urgentie om in te grijpen, maar plaatst enkele kanttekeningen bij onderdelen van het concept‑AMvB. De staatssecretaris geeft aan meer tijd nodig te hebben om dit advies grondig en zorgvuldig te bestuderen en te bezien of, en zo ja op welke wijze, aanpassing van het ontwerp nodig is.
Effect van afschaffing de-minimisregeling
De Ecofinraad heeft in december een politiek akkoord bereikt over de versnelde afschaffing van de Europese vrijstelling van invoerrechten voor goederen tot en met € 150 (de de‑minimisregeling) en de tijdelijke invoering van een vast tarief van € 3 per productgroep per 1 juli 2026. Volgens de staatssecretaris heeft de afschaffing van de de‑minimisregeling naar verwachting een vergelijkbaar materieel effect als een handelingskostenvergoeding: het maakt het minder aantrekkelijk om individuele pakketjes te verzenden ten opzichte van bulkzendingen en draagt bij aan een meer gelijk speelveld tussen Europese bedrijven en online platforms van buiten de EU. Als andere lidstaten bovenop deze wijziging alsnog een nationale handling fee invoeren en Nederland dat niet doet, kan opnieuw een waterbedeffect ontstaan.
De besluitvorming over het al dan niet invoeren van een nationale handelingskostenvergoeding wordt daarom tot nader order uitgesteld.





Geef een reactie