Het hof oordeelt dat de inzet van praktijkondersteuners door een zorggroep kwalificeert als medische zorg en niet als het ter beschikking stellen van personeel. Daardoor geldt de medische btw-vrijstelling en is de naheffingsaanslag ten onrechte opgelegd.
Een zorggroep sluit in 2014 overeenkomsten met huisartsenpraktijken voor de inzet van praktijkondersteuners huisartsenzorg somatiek (POH-S). Deze praktijkondersteuners behandelen zelfstandig chronische patiënten met onder meer diabetes en COPD, nadat de huisarts de diagnose heeft gesteld. De inspecteur legt een naheffingsaanslag omzetbelasting over 2014 op, omdat volgens hem sprake is van het ter beschikking stellen van personeel, waarvoor de medische vrijstelling niet geldt. De rechtbank laat de naheffingsaanslag in stand. In hoger beroep is in geschil of de zorggroep een vrijgestelde medische dienst verricht of belast personeel ter beschikking stelt. Niet in geschil is dat de praktijkondersteuners beschikken over de vereiste beroepskwalificaties en daadwerkelijk gezondheidskundige zorg verlenen.
Aard van de prestatie doorslaggevend
Hof ’s-Hertogenbosch stelt voorop dat de inspecteur geen (incidenteel) hoger beroep hoefde in te stellen, maar zich wel met nieuwe gronden mag verweren. Vervolgens beoordeelt het hof de aard van de prestatie. Uit de overeenkomsten, protocollen, handleidingen en de feitelijke werkwijze leidt het hof af dat de zorggroep meer doet dan personeel leveren. Zij ontwikkelt zorgprogramma’s, stelt protocollen op, bewaakt de kwaliteit, verzorgt scholing en draagt verantwoordelijkheid voor de inhoud en kwaliteit van de zorg. De huisarts besteedt de somatische zorg voor bepaalde patiëntgroepen feitelijk uit aan de praktijkondersteuner binnen het door de zorggroep ingerichte zorgprogramma.
Medische vrijstelling van toepassing
Volgens het hof is doorslaggevend dat de zorggroep de verantwoordelijkheid draagt voor het resultaat, de inhoud en de kwaliteit van de verleende zorg. De prestatie bestaat daarom uit een overeenkomst van opdracht tot het verlenen van gezondheidskundige verzorging. Dat de praktijkondersteuners organisatorisch in de huisartsenpraktijk werken en dat de huisarts eindverantwoordelijk blijft, maakt dit niet anders. Nu ook vaststaat dat de praktijkondersteuners over de vereiste kwalificaties beschikken, is de medische vrijstelling van toepassing. Het hof vermindert de naheffingsaanslag en de belastingrente en kent een proceskostenvergoeding toe.
Wet: art. 11, lid 1, onderdeel g, Wet OB 1968
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 10-12-2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3536, 23/1130 | NDFR





Geef een reactie