Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de bv niet overtuigend heeft aangetoond dat de onderneming van de Ltd nog niet gestaakt was bij voeging in de fiscale eenheid. Het liquidatieverlies kan daarom in 2019 niet in aftrek worden gebracht.
Een bv vormt vanaf 1 april 2018 samen met haar dochtermaatschappij bv1 een fiscale eenheid voor de vpb. Tot het vermogen van bv1 behoort een deelneming in een naar het recht van Isle of Man opgerichte ltd. Die ltd exploiteert een jacht en is vanaf de oprichting structureel verlieslatend. De verliezen worden jarenlang gefinancierd via leningen en kapitaalstortingen van bv1. In december 2018 verkoopt de ltd het jacht en op 4 november 2019 wordt zij ontbonden, zonder liquidatie-uitkering. De bv wil in 2019 een liquidatieverlies van ruim € 6,1 miljoen in aftrek brengen en dat verrekenen met de winst van de fiscale eenheid. De inspecteur weigert dit en stelt dat de onderneming van de ltd bij voeging al geheel of nagenoeg geheel was gestaakt. In geschil is of het liquidatieverlies in 2019 aftrekbaar is.
Onderneming ltd was bij voeging vrijwel gestaakt
Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt voorop dat de bewijslast bij de bv ligt: zij moet overtuigend aantonen dat en tot welk bedrag een liquidatieverlies in aanmerking kan worden genomen. De rechtbank kijkt eerst naar art. 15ab, lid 2, Wet Vpb. Vaststaat dat de activiteiten van de ltd sterk zijn afgenomen. In 2017 wordt het jacht alleen nog binnen de groep verhuurd en vanaf eind augustus 2017 staat het jacht meer dan een half jaar stil. Rond de voeging in de fiscale eenheid is geen sprake meer van verhuur aan derden. De bv stelt wel dat zij in 2017 en 2018 inspanningen heeft verricht om het jacht te verhuren, maar onderbouwt dat niet. Daarmee maakt zij niet overtuigend aannemelijk dat de onderneming bij voeging nog werd gedreven.
Ook om andere reden geen aftrek in 2019
Omdat de onderneming van de ltd bij voeging al geheel of nagenoeg geheel is gestaakt, kan een liquidatieverlies alleen in aftrek komen voor zover de winst van de fiscale eenheid aan bv1 is toe te rekenen. Uit de jaarstukken blijkt echter dat bv1 in 2019 zelf een negatief resultaat behaalt. Al daarom kan in dat jaar geen liquidatieverlies worden verrekend. Het beroep is op dit punt ongegrond. Alleen de belastingrente wordt verminderd, omdat voor 2022 en 2023 een te hoog percentage is toegepast.
Wet: art. 13d en art. 15ab Wet Vpb 1969
Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 22-01-2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:277, BRE 24/6969 | NDFR





Geef een reactie