Staatssecretaris Eerenberg licht toe hoe het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 verder wordt verbeterd en hoe wordt toegewerkt naar een vermogenswinstbelasting.
Op 12 februari 2026 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3. Daarmee wordt het mogelijk om vanaf 2028 belasting te heffen over het werkelijke rendement op vermogen. Dit vormt volgens het kabinet een verbetering ten opzichte van het huidige forfaitaire stelsel, al benadrukt de staatssecretaris dat het ideale stelsel voor box 3 nog niet is bereikt.
Mogelijke aanpassingen aan het wetsvoorstel
Tijdens de parlementaire behandeling heeft de Kamer via moties aangedrongen op een verdere ontwikkeling richting een volledige vermogenswinstbelasting. Tegelijkertijd is er onrust ontstaan over de effecten van de vermogensaanwasbelasting op het investeringsklimaat in Nederland. Het kabinet zegt deze zorgen te begrijpen en onderzoekt daarom verbeteringen aan het huidige wetsvoorstel.
Een van de opties die wordt bekeken, is het invoeren van een achterwaartse verliesverrekening van één jaar vanaf 1 januari 2029. Daarmee zouden verliezen kunnen worden verrekend met eerder behaalde inkomsten uit box 3. De Belastingdienst brengt momenteel in kaart welke capaciteit en ICT-aanpassingen hiervoor nodig zijn. Als een maatregel niet direct inpasbaar blijkt, kan dat betekenen dat andere projecten in de tijd moeten worden verschoven.
Belastingplan 2027
Eventuele wijzigingen kunnen worden meegenomen in het Belastingplan 2027. Daarbij geldt dat maatregelen die tot budgettaire derving leiden, volgens de begrotingsregels moeten worden gedekt binnen het brede vermogensdomein.
Toewerken naar een vermogenswinstbelasting
Naast mogelijke aanpassingen aan het huidige wetsvoorstel wil het kabinet het box 3-stelsel verder doorontwikkelen naar een vermogenswinstbelasting. Die ontwikkeling vraagt tijd, onder meer voor wetgeving, uitvoeringstoetsen, advisering door de Raad van State en de implementatie door de Belastingdienst en financiële instellingen.
Volgens het kabinet blijft invoering van het nieuwe stelsel in 2028 noodzakelijk, omdat het huidige systeem onhoudbaar is en jaarlijks een budgettaire tegenvaller van circa € 2,4 miljard oplevert. Tegelijk wordt gewerkt aan een betere definitie van startende ondernemingen in het wetsvoorstel en aan een gunstiger regime voor aandelenopties voor medewerkers van startups en scale-ups.
Bron: Wet werkelijk rendement box 3, nr. 2026-0000078057, Ministerie van Financiën, 6 maart 2026
Online cursus toepassing box 3 in de praktijk
In dit praktijkgerichte webinar gaan we niet uitgebreid in op de technische details van de box 3-heffing zelf. In plaats daarvan richten we ons op wat écht relevant is voor jouw adviespraktijk: het proactief begeleiden van klanten bij het optimaliseren van hun box 3-positie, met het oog op de naderende Wet tegenbewijsregeling box 3 en het verwachte OWR-formulier (Overzicht Werkelijk Rendement). Ook het voorstel van de Wet werkelijk rendement box 3 vanaf 1 januari 2028 komt zijdelings aan bod, maar de aandacht gaat vooral naar adviesmogelijkheden tot 1 januari 2028.





Geef een reactie