Het fiscale Omnibusvoorstel van de Europese Commissie kan grote gevolgen hebben voor de Nederlandse belastingopbrengsten. Het voorstel, gepubliceerd op 24 juni 2026, heeft als doel de Europese belastingregelgeving voor bedrijven te vereenvoudigen en het concurrentievermogen van de EU te vergroten.
Volgens onderzoekers Jan van de Streek en Jan Vleggeert van de Universiteit Leiden leidt het voorstel echter tot een structureel budgettair verlies voor Nederland van maximaal circa € 3 miljard vanaf 2029 en circa € 8 miljard vanaf 2037.
Dividendbelasting
De grootste derving betreft de dividendbelasting. Vanaf 2037 wil de Europese Commissie het bestaande verbod op bronheffing op dividenden tussen moeder- en dochterbedrijven uitbreiden tot alle dividenden tussen bedrijven binnen de EU. Daardoor zou Nederland geen dividendbelasting meer kunnen heffen over dividenden die Nederlandse beursvennootschappen betalen aan beleggingsvennootschappen in andere lidstaten. Van de Streek en Vleggeert vermoeden dat hiermee feitelijk de afschaffing van de dividendbelasting wordt ingeluid. Zij wijzen erop dat beleggingen bovendien via andere EU-landen kunnen worden gestructureerd om Nederlandse dividendbelasting te vermijden. Hierdoor dreigt volgens hen nagenoeg de gehele netto-opbrengst weg te vallen. De geschatte derving bedraagt vanaf 2037 circa € 4 miljard. Als alternatief noemen zij een uitdelingsbelasting die wordt geheven van de uitkerende vennootschap zelf.
Box 3
Een tweede gevolg betreft box 3. Het voorstel houdt in dat Nederland in beginsel geen vennootschapsbelasting meer kan heffen over beleggingsdividenden die een Nederlandse NV of BV ontvangt van bedrijven uit andere EU-lidstaten. Hierdoor kan een directeur-grootaandeelhouder die via zijn BV in Europese aandelen belegt, het dividendrendement binnen die BV vooralsnog onbelast genieten. Pas wanneer het rendement door de BV wordt uitgekeerd, is inkomstenbelasting in box 2 verschuldigd.
Volgens Van de Streek en Vleggeert kan deze mogelijkheid een aanzuigende werking hebben. Aandelenbeleggers zouden van box 3 naar een eigen BV kunnen overstappen. Als dit in 2037 massaal gebeurt, ramen zij de derving in box 3 op circa € 1 miljard. Mogelijke beleidsopties zijn het jaarlijks belasten van de waardeaangroei van aandelenbeleggingen in BV’s of het in box 2 in aanmerking nemen van een fictieve winstuitkering.
Vennootschapsbelasting
Ten slotte voorziet het Omnibusvoorstel in een verruiming van de renteaftrek in de vennootschapsbelasting. Onder de huidige earningsstrippingmaatregel is de aftrek van rente beperkt. De Europese Commissie stelt onder meer voor om bankrente in beginsel uit te zonderen, het toegestane strippercentage vanaf 2029 op 30% te stellen en de mkb-drempel vanaf 2032 te verhogen naar € 3 miljoen. De onderzoekers schatten dat hierdoor een belastingopbrengst van circa € 2 tot € 3 miljard grotendeels kan verdwijnen. Zij noemen een alternatieve renteaftrekbeperking als mogelijke flankerende maatregel.
Het volledige artikel verschijnt in het augustusnummer van het Maandblad Belasting Beschouwingen.






Geef een reactie