Het besluit btw-aftrek is aangepast. Het besluit wijzigt het Besluit Omzetbelasting.
De wijzigingen zien vooral op de aftrek van btw door leden van een vereniging van eigenaren (VvE) en op de verwerking van de per 1 januari 2026 ingevoerde herzieningsregeling voor investeringsdiensten. Het wijzigingsbesluit bevat diverse technische actualisaties van het besluit over de aftrek van omzetbelasting, maar bevat ook enkele inhoudelijk relevante wijzigingen voor de praktijk.
De belangrijkste wijziging betreft de goedkeuring voor btw-aftrek bij een VvE. In het bestaande beleid konden bij een VvE aangesloten ondernemers onder voorwaarden de door de VvE niet in aftrek gebrachte btw alsnog in aftrek brengen, om cumulatie van btw te voorkomen. Voorheen gold daarbij als voorwaarde dat de VvE niet als ondernemer kwalificeerde. Deze voorwaarde wordt vervangen.
Voortaan geldt als voorwaarde dat de VvE de betreffende goederen en diensten niet als ondernemer heeft aangeschaft. Hiermee wordt rekening gehouden met de praktijk waarin VvE’s steeds vaker als ondernemer optreden, bijvoorbeeld door de exploitatie van laadpalen of de verhuur van ruimten. Ook wanneer een VvE ondernemer is, kan de goedkeuring daardoor van toepassing blijven voor goederen en diensten die niet voor de belaste activiteiten van de VvE zijn aangeschaft. Deze wijziging geldt als een verduidelijking en is ook relevant voor bestaande situaties.
Daarnaast is het besluit aangepast aan de nieuwe wettelijke regeling voor de herziening van btw-aftrek op investeringsdiensten. De herzieningsregels, die al golden voor investeringsgoederen, zijn uitgebreid naar investeringsdiensten aan onroerende zaken met een vergoeding van ten minste € 30.000. Om die reden zijn diverse onderdelen van het besluit aangepast en is het begrip ‘investeringsdienst’ opgenomen. Hierdoor kan de aftrek van btw op dergelijke diensten gedurende meerdere jaren worden herzien wanneer het gebruik van de dienst wijzigt.
Verder bevat het besluit enkele technische wijzigingen, waaronder actualisering van verwijzingen, een correctie van een wetsverwijzing en een aanvulling van jurisprudentieverwijzingen. Deze wijzigingen hebben geen zelfstandige materiële gevolgen voor belastingplichtigen.
Het besluit treedt in werking met ingang van 25 augustus 2026.
Geef een reactie