Wie goederen invoert en invoer-btw betaalt, heeft niet automatisch recht op aftrek van die btw. Vooral wanneer de importeur geen eigenaar is van de goederen, vraagt de aftrek om een zorgvuldige beoordeling. Uit Europese rechtspraak, waaronder het Weindel-arrest, volgt dat het verband tussen de invoer en de eigen belaste prestaties daarbij een belangrijke rol speelt. In de praktijk kan een onjuiste beoordeling leiden tot forse naheffingen.
Wanneer bestaat recht op aftrek van invoer-btw?
Het Hof van Justitie oordeelde dat een ondernemer die goederen invoert maar daarvan geen eigenaar is, in beginsel geen recht heeft op aftrek van invoer-btw.
Wie optreedt als aangever of importeur en de invoer-btw voldoet, mag deze alleen aftrekken als:
- er een direct en onmiddellijk verband bestaat met de eigen belaste omzet;
- de kosten van de ingevoerde goederen aantoonbaar zijn verwerkt in de prijs van latere belaste handelingen van die ondernemer.
Veelgemaakte fouten in de praktijk
In de praktijk gaat dit onder meer mis in de volgende situaties:
- Een ondernemer die in opdracht van een derde goederen ver- of ompakt, voert de goederen zelf in en trekt de btw af. Dit mag echter alleen als de dienstverlener zelf eigenaar is en de goederen bijvoorbeeld doorverkoopt.
- Een Nederlandse groepsvennootschap voert met een eigen artikel 23-vergunning goederen in en trekt de btw af, terwijl de goederen feitelijk in eigendom zijn van een buitenlandse zuster- of moedermaatschappij.
- Een douanevertegenwoordiger brengt de invoer-btw in aftrek. De douanevertegenwoordiger mag de btw bij invoer echter niet in aftrek brengen. Dat mag alleen de door hem vertegenwoordigde ondernemer als deze de eigenaar is van de goederen. Het is uiteraard wel mogelijk dat hij als fiscaal vertegenwoordiger optreedt voor de door hem vertegenwoordigde ondernemer en de btw in de B02 aangifte of in de btw-aangifte van de door hem vertegenwoordigde in aftrek brengt.
Niet in alle situaties ligt de aftrek even duidelijk.
Hoe zit het met actieve veredeling en consignatie?
Bij actieve veredeling en consignatie ligt de situatie namelijk genuanceerder. Op basis van een Nederlands beleidsbesluit is aftrek voor de veredelaar en consignatiehouder momenteel onder bepaalde voorwaarden wel mogelijk.
Daarmee ontstaat de vraag hoe dit beleid zich verhoudt tot het Weindel-arrest en welke ruimte de Europese rechtspraak laat voor een ruimere interpretatie.
Verdieping tijdens het Nationaal Btw Congres
Op het Nationaal Btw Congres bespreken Marja van den Oetelaar en Samantha Zwart-Speelman tijdens hun workshop wanneer recht bestaat op aftrek van invoer-btw en welke aandachtspunten daarbij in de praktijk spelen.
Daarbij gaan zij onder meer in op de invoer via artikel 22 en artikel 23 Wet OB, directe en indirecte douanevertegenwoordiging en de positie van de veredelaar en consignatiehouder. Ook bespreken zij welke betekenis de Europese rechtspraak heeft voor het bestaande Nederlandse beleid.





Geef een reactie