Verweerder heeft zijn stelling dat de door eiseres voor het vrije verkeer aangegeven biodiesel niet in Bosnië en Herzegovina is vervaardigd, tegenover de gemotiveerde betwisting door eiseres, niet aannemelijk gemaakt. Dit geldt ook wanneer de verschillende door OLAF vastgestelde feiten in onderlinge samenhang worden bezien. Hieruit volgt dat verweerder ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat de …
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:6468&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken



Geef een reactie