Het ministerie van Justitie en Veiligheid is een internetconsultatie gestart over de lege boedelproblematiek: faillissementen waarin onvoldoende vermogen aanwezig is om de curator volledig te betalen.
Volgens het onderliggende WODC-onderzoek blijft in 21% tot 27% van de bedrijfsfaillissementen een deel van het salaris van de curator onbetaald. Het geschatte onbetaalde salaris bij faillissementen van rechtspersonen bedraagt gemiddeld circa € 7,9 miljoen per jaar. Dit kan ertoe leiden dat noodzakelijke werkzaamheden, waaronder onderzoek naar fraude en onregelmatigheden, onvoldoende worden uitgevoerd. Op langere termijn kan dit de houdbaarheid van het faillissementssysteem aantasten.
Reddingscultuur
Het document noemt verschillende mogelijke oorzaken. Zekerheidsgerechtigden, zoals pand- en hypotheekhouders, kunnen zich buiten de boedel verhalen, waardoor minder vermogen beschikbaar blijft. Daarnaast kan de Nederlandse ‘reddingscultuur’ ertoe leiden dat ondernemingen langer doorgaan voordat faillissement wordt aangevraagd. Andere factoren zijn het uitgebreidere takenpakket van curatoren, de verschuiving naar kapitaalextensieve dienstverlening en fraude of andere onrechtmatigheden waardoor vermogen aan de boedel wordt onttrokken.
Een faillissement zou mogelijk meer moet worden gereserveerd voor situaties waarin deze procedure daadwerkelijk meerwaarde heeft. Bedrijfsbeëindiging buiten faillissement, bijvoorbeeld via turboliquidatie of vereffening, zou daarom kunnen worden versterkt. Ook wordt gedacht aan snellere beëindiging van niet-levensvatbare ondernemingen, vermindering van verplichtingen voor curatoren en afzonderlijke financiering van maatschappelijke taken en fraudesignalering.
Mogelijke opties
Voor de financiering worden drie beleidsrichtingen voorgelegd: (1) niets wijzigen, (2) betrokken partijen per faillissement laten bijdragen, of (3) een collectief fonds instellen. Bij optie 2 zouden bijvoorbeeld zekerheidsgerechtigden, bestuurders/ondernemers en de aanvrager van het faillissement bijdragen. Een fonds zou onder meer kunnen worden gevuld door ondernemers, financiers en bijdragen uit andere faillissementen, maar brengt relatief hoge uitvoeringskosten mee.
De voorlopige voorkeur van het kabinet is optie 2, omdat deze naar verwachting effectiever, efficiënter en beter voorspelbaar is en de lasten bij direct betrokken partijen legt, zonder aanvullende overheidsmiddelen.
De internetconsultatie staat open tot en met 1 februari 2027.




Geef een reactie