Gerechtshof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur geen nieuw feit heeft voor navordering, maar toch mag navorderen wegens kwade trouw van de adviseur. De inspecteur maakt daarnaast de gecorrigeerde goodwill van € 684.883 aannemelijk.
Een bv maakt deel uit van een groep die diensten verleent op het gebied van SAP-software. In maart 2017 wordt 49% van haar aandelen verkocht en in oktober 2017 wordt de bv geliquideerd, waarna haar personeel overgaat naar een andere groepsmaatschappij. De aangifte Vpb 2017 wordt onder horizontaal toezicht ingediend. Daarin wordt geen winst wegens goodwill aangegeven. Ook wordt de inspecteur niet afzonderlijk geïnformeerd over het ingenomen standpunt, waarna de aanslag geautomatiseerd overeenkomstig de aangifte wordt vastgesteld. In 2022 legt de inspecteur een navorderingsaanslag op waarbij hij € 684.883 aan goodwill tot de winst rekent. In geschil is onder meer of de inspecteur mag navorderen en of de goodwill juist is vastgesteld.
Geen nieuw feit door ambtelijk verzuim
Het hof oordeelt dat de inspecteur geen nieuw feit heeft. Hij wist vóór het opleggen van de aanslag al dat kort daarvoor aandelen voor een aanzienlijk bedrag waren verkocht en dat daarbij rekening was gehouden met goodwill. Gezien de lopende discussie had hij de geautomatiseerde aanslagregeling moeten blokkeren. Dat de aangifte onder horizontaal toezicht is ingediend, maakt dit niet anders. Horizontaal toezicht zet de wettelijke voorwaarden voor navordering niet opzij.
Kwade trouw en goodwill
Navordering is toch mogelijk omdat de voormalige adviseur te kwader trouw handelt. Hij weet dat aangiften onder horizontaal toezicht snel geautomatiseerd worden afgedaan en had de inspecteur moeten informeren dat de aangifte werd ingediend zonder rekening te houden met goodwill. Door dit niet te doen, onthoudt hij essentiële informatie en neemt hij bewust het risico dat te weinig belasting wordt geheven. Deze kwade trouw wordt aan de bv toegerekend. Ook de goodwillcorrectie blijft in stand. De inspecteur mag voor de waardering aansluiten bij de binnen de groep gebruikte waarderingsformule, die ook bij transacties tussen onafhankelijke partijen is toegepast.
Wet: Artikel 16 – Algemene wet inzake rijksbelastingen | NDFR
Bron: Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, 19-08-2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:2267, 24/1187 | NDFR





Geef een reactie