Rechtbank Gelderland staat aftrek toe van het verlies op een oude lening aan een zustervennootschap. Verliezen op latere onzakelijke leningen verhogen het opgeofferde bedrag voor de liquidatieverliesregeling niet.
Een bv verstrekt verschillende leningen aan een zustervennootschap waarmee zij dezelfde aandeelhouder heeft. Op 1 januari 2018 bedraagt de oudste lening € 196.208. In 2018 en 2019 worden nog drie leningen verstrekt. In juli 2020 koopt de bv de aandelen in de zustervennootschap voor € 1, waarna deze in december 2020 wordt ontbonden. De bv brengt de verliezen op de leningen in aanmerking bij haar aangifte Vpb. Volgens de inspecteur zijn de leningen onzakelijk en zijn de verliezen niet aftrekbaar. Voor de latere leningen is tussen partijen niet in geschil dat deze vanaf het aangaan onzakelijk zijn. In geschil is vooral de behandeling van de oudste lening en de vraag of de latere leningen het opgeofferde bedrag voor de liquidatieverliesregeling verhogen.
Oude lening is zakelijk
De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de oudste lening bij het aangaan of later onzakelijk is geworden. Alleen wijzen op het negatieve eigen vermogen van de zustervennootschap eind 2017 is onvoldoende. Omdat bij de liquidatie in 2020 definitief vaststaat dat de lening niet meer wordt terugbetaald, mag het verlies worden afgetrokken. Vanwege een eerdere aflossing van € 90.207 resteert een aftrekbaar verlies van € 106.001.
Onzakelijke leningen tellen niet mee
De verliezen op de drie latere onzakelijke leningen behoren niet tot het opgeofferde bedrag. Beslissend is in welke hoedanigheid het debiteurenrisico is aanvaard. Toen de bv de leningen in 2018 en 2019 verstrekte, was zij nog geen aandeelhouder. Alleen het bestaan van plannen om later aandeelhouder te worden, is onvoldoende om de leningen aan haar hoedanigheid van toekomstig aandeelhouder toe te rekenen. Het verlies op deze leningen verhoogt daarom het liquidatieverlies niet.
Bron: Rechtbank Gelderland, 07-10-2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:7639, ARN 25/6046 | NDFR
Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie
Bij het staken van een onderneming moet vaak ook de betrokken rechtspersoon worden ontbonden. Wanneer kies je voor een gewone liquidatie, turboliquidatie of faillissement? En hoe kan een WHOA-liquidatieakkoord helpen om een faillissement te voorkomen en de rechtspersoon zorgvuldig af te wikkelen?
De cursus behandelt de verschillende mogelijkheden en de bijbehorende aandachtspunten. Daarbij is er bijzondere aandacht voor de turboliquidatie. Deze lijkt aantrekkelijk, maar kent ook risico’s. Aan bod komen de positie van onbetaald gebleven schuldeisers en de mogelijke aansprakelijkheid van het bestuur.





Geef een reactie