• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Prejudiciële vragen over verzekeringsplicht Rijnvarende met twee werkgevers

23 oktober 2026 door Jessica Lindenberg

binnenvaartschip subsidie

De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de EU over de toepassing van de Rijnvarendenovereenkomst. Centraal staat de vraag welke socialezekerheidswetgeving geldt voor een Rijnvarende die aan boord van hetzelfde schip ook andere werkzaamheden verricht voor een tweede werkgever.

Werkzaamheden voor twee werkgevers

Een man woont in 2015 in Nederland en werkt als schipper voor een in Luxemburg gevestigde werkgever. Hij verricht zijn werkzaamheden aan boord van een schip dat in de Rijnvaart wordt gebruikt. De eigenaar van het schip is gevestigd in Nederland, maar volgens de Rijnvaartverklaring wordt het schip geëxploiteerd door de Luxemburgse werkgever.

Van 1 januari tot en met 31 mei 2015 werkt de man daarnaast voor een Bulgaarse werkgever. Voor deze werkgever benadert hij andere schippers voor de opslag van goederen. Hij verricht deze werkzaamheden aan boord van hetzelfde schip, maar niet als varend personeel. De werkzaamheden houden geen verband met de Rijnvaart.

In geschil is of de man over deze periode premieplichtig is voor de Nederlandse volksverzekeringen.

Toepassing Rijnvarendenovereenkomst

Hof ‘s-Hertogenbosch oordeelt dat de Rijnvarendenovereenkomst van toepassing is. Volgens het hof is de personele werkingssfeer van deze overeenkomst niet beperkt tot bepaalde werkzaamheden. Ook de werkzaamheden voor de Bulgaarse werkgever vallen daarom onder de overeenkomst. Op grond van de Rijnvarendenovereenkomst is uitsluitend de Luxemburgse socialezekerheidswetgeving van toepassing. Nederland mag daarom over de betreffende periode geen premies volksverzekeringen heffen.

De staatssecretaris gaat in cassatie. Volgens hem bevat de Rijnvarendenovereenkomst geen regeling voor situaties waarin een Rijnvarende daarnaast andere werkzaamheden verricht. Daarom moeten volgens hem de algemene aanwijsregels van Verordening (EG) nr. 883/2004 worden toegepast. Die leiden volgens de inspecteur tot Nederlandse verzekeringsplicht.

Prejudiciële vragen

De Hoge Raad constateert dat de Rijnvarendenovereenkomst niet uitdrukkelijk regelt welke wetgeving van toepassing is wanneer iemand naast zijn werkzaamheden als Rijnvarende ook andere werkzaamheden aan boord van hetzelfde schip verricht.

De Hoge Raad neigt naar de uitleg dat de aanwijsregels van de Rijnvarendenovereenkomst ook voor die andere werkzaamheden gelden. Dit sluit aan bij het doel van de overeenkomst om personen die op hetzelfde schip werken onder dezelfde socialezekerheidswetgeving te laten vallen. Bovendien wordt daarmee voorkomen dat tijdelijke andere werkzaamheden tot een wijziging van de toepasselijke wetgeving leiden. De Hoge Raad acht deze uitleg echter niet zeker.

Daarom stelt de Hoge Raad prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Eerst vraagt hij of het Hof van Justitie bevoegd is de Rijnvarendenovereenkomst uit te leggen. Die bevoegdheid staat niet vast, omdat de overeenkomst wel haar grondslag vindt in een EU-verordening, maar is gesloten tussen lidstaten. Als het Hof van Justitie bevoegd is, wil de Hoge Raad weten of de Rijnvarendenovereenkomst in deze situatie de toepasselijke socialezekerheidswetgeving aanwijst en, zo ja, welke wetgeving dat is.

De Hoge Raad houdt iedere verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie de vragen heeft beantwoord.

Bron: Hoge Raad 23 oktober 2026, ECLI:NL:HR:2026:1730

Filed Under: Fiscaal nieuws, IB-ondernemer, Inkomstenbelasting, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Belastingrechter niet bevoegd bij geschil over huurtoeslag
Volgende artikel
Woongebruik verhindert btw-belaste verhuur werkkamer

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Late verrekening lijfrente na scheiding blijft belast

Een bedrag dat een vrouw ruim twintig jaar na haar echtscheiding ontvangt ter verrekening van verzwegen lijfrentepolissen, is belast in box 1. Het lange tijdsverloop en het feit dat de lijfrente al volledig is uitgekeerd, maken dat niet anders.

Box 2 of box 3 vraagt om rekenen én spreiden

De keuze tussen beleggen in privé of via de BV hangt af van het verwachte rendement en de kosten. Tijdens de Tax Talks-focusuitzending bespreekt Jeroen Knol waar het omslagpunt ligt en waarom ook spreiding, flexibiliteit en liquiditeit belangrijk zijn.

Klikbrief verhindert navordering maar kwade trouw redt deel

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur voor 2017 geen nieuw feit heeft omdat hij vóór het opleggen van de aanslag al over een concrete klikbrief beschikte. Navordering blijft wel mogelijk voor de bijtelling en verzwegen omzet omdat de ondernemer daarvoor te kwader trouw is.

10% criterium lucratief belang

Borgstellingsverlies aftrekbaar als negatief resultaat

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat een borgstellingsverlies van € 37.500 aftrekbaar is als negatief resultaat uit overige werkzaamheden. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat de borgstelling bij het aangaan of later onzakelijk is geworden.

contant geld

A-G: liquide middelen holding geen ondernemingsvermogen zonder functie

A-G Koopman concludeert dat liquide middelen en effecten van een holding niet tot het ondernemingsvermogen behoren als zij geen concrete functie vervullen binnen de onderneming.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Online cursus Auto van de zaak | PE Accreditatie

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×