Rechtbank Den Haag oordeelt dat een vrouw bij de verkoop van twee bouwkavels niet als ondernemer voor de omzetbelasting heeft gehandeld. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat zij voor de verkoop actief stappen heeft gezet zoals een fabrikant, handelaar of dienstverrichter dat doet.
Een vrouw bezit sinds 2012 grond achter haar woning. Zij wil daar later een nieuwe eigen woning met een kleine en een grote schuur bouwen. Daarvoor vraagt zij advies, koopt zij bouwcontingenten en werkt zij mee aan een bestemmingsplanwijziging. Uiteindelijk ziet zij vanwege gestegen bouwkosten en haar woon- en milieuwensen af van de bouwplannen. In 2022 verkoopt zij twee afgesplitste percelen, die kwalificeren als bouwterreinen. De inspecteur legt over 2022 een naheffingsaanslag omzetbelasting op. Volgens hem heeft de vrouw bij de verkoop gehandeld als btw-ondernemer. De vrouw stelt dat de werkzaamheden waren gericht op haar eigen bouwplannen en niet op commerciële verkoop.
Geen actieve stappen voor verkoop
De rechtbank stelt voorop dat de inspecteur aannemelijk moet maken dat de vrouw voor de verkoop actief stappen heeft gezet met middelen die vergelijkbaar zijn met die van een fabrikant, handelaar of dienstverrichter. Daarin slaagt hij niet. De rechtbank vindt de verklaring geloofwaardig dat de eerdere werkzaamheden, waaronder de aankoop van bouwcontingenten en de bestemmingsplanwijziging, verband hielden met de voorgenomen bouw van de eigen woning en schuren. Ook de handelingen na de eerste verkoop, zoals het regelen van een ontsluitingsweg en het verplaatsen van bomen, houden mede verband met haar persoonlijke wensen. Zij handelt daarom bij de verkoop van de twee percelen niet als ondernemer voor de btw.
Gebruik grond is evenmin economische activiteit
Ook het subsidiaire standpunt van de inspecteur slaagt niet. Volgens hem stelde de vrouw het perceel tegen een vergoeding in natura ter beschikking aan de voormalige eigenaar, die de slootkanten onderhield. De rechtbank acht echter niet aannemelijk dat dit onderhoud de werkelijke tegenwaarde vormt voor het gebruik van de grond. Van een belaste dienst is daarom geen sprake. De levering van de twee bouwterreinen is niet belast met omzetbelasting. De naheffingsaanslag wordt verminderd tot de niet in geschil zijnde correctie van € 18.441 voor een ander verhuurd pand.
Wet: art. 7 en art. 11, zesde lid, Wet OB 1968
Bron: Rechtbank Den Haag, 08-09-2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:31513, AWB – 25 _ 5020 | NDFR





Geef een reactie