• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Eis van mantelzorgcompliment niet discriminerend

14 februari 2013 door Marieke Jansen

De partnervrijstelling voor de erfbelasting kan alleen door bloedverwanten in eerste graad worden geclaimd als een mantelzorgcompliment is ontvangen. Dat eerstegraads bloedverwanten zonder mantelzorgcompliment geen recht hebben op deze vrijstelling, leidt volgens Hof Den Haag niet tot een ongerechtvaardigde discriminatoire behandeling.

Een partner heeft een partnervrijstelling van € 616.880 voor de erfbelasting. Sinds 1 januari 2010 komen bloedverwanten niet meer in aanmerking voor deze vrijstelling voor de erfbelasting. In beginsel kunnen zij namelijk niet meer aangemerkt worden als partner. Dit kan alleen anders zijn als de bloedverwant in eerste graad een uitkering heeft ontvangen als bedoeld in art. 19a van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (huidig art 1a, vierde lid Successiewet). Dit wordt het mantelzorgcompliment genoemd.

 

De keuze van de wetgever om voor het begrip ‘partner’ onderscheid te maken tussen eerstegraads bloedverwanten met een mantelzorgcompliment en diegenen zonder deze uitkering, leidt niet tot strijd met het discriminatieverbod (artikel 14 EVRM of 26 IVBPR). Voor zover er al sprake is van gelijke gevallen, is er een objectieve en redelijke rechtvaardiging om deze gevallen verschillend te behandelen. Dit oordeelde Hof Den Haag in een zaak die een erfgenaam aanspande omdat de inspecteur hem niet de partnervrijstelling verleende die hij claimde. Het standpunt van de inspecteur dat de erfgenaam geen recht had op de toepassing van de partnervrijstelling, was volgens het hof dus juist.

 

Wet: artikel 1a, lid 1 en lid 4 onderdeel d en lid 7 SW (tekst 2010), artikel 14 EVRM, artikel 26 IVBPR

Meer informatie: Bron: Hof Den Haag, 20 november 2012 (gepubliceerd op 6 februari 2013), LJN: BZ0891

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Geen ontkomen aan earn-out regeling
Volgende artikel
Overzicht pakket maatregelen woningmarktakkoord

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

nieuwe pensioenwet; transitie

Box 3 van jou of box 3 van mij?

In welke gevallen mogen fiscale partners de verdeling van hun gezamenlijke grondslag sparen en beleggen (box 3) nog wijzigen?

belastingrente

Ongespecificeerde rente eerst naar oudste schuldigerkenning

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij meerdere schuldigerkenningen een niet-gespecificeerde rentebetaling eerst aan de oudste schuld moet worden toegerekend. Omdat daardoor over de tweede schuldigerkenning niet tijdig en volledig rente is betaald, is art. 10 SW daarop van toepassing.

Economisch belang in onverdeelde aandelen vormt aanmerkelijk belang

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat een erfgenaam door haar economische belang in onverdeelde aandelen een aanmerkelijk belang heeft. Dat de aandelen niet op haar naam staan en tot een gemeenschap van vier erfgenamen behoren, maakt dit niet anders.

box 3 rendement

Heffingvrij vermogen verlaagt werkelijk rendement box 3 niet

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat bij box 3-rechtsherstel over het werkelijke rendement geen rekening wordt gehouden met het heffingvrije vermogen. De inspecteur heeft wel de hoorplicht geschonden.

waardering woning successiewet

Kapitalisatiefactor geldt ook bij tijdelijk vruchtgebruik

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de kapitalisatiefactor uit het Uitvoeringsbesluit Successiewet ook geldt voor een vruchtgebruik dat na uiterlijk één jaar eindigt. Toch wordt het beroep van de zoon gegrond verklaard, omdat de inspecteur tijdens de procedure alsnog rekening houdt met eigenaarslasten.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Online cursus Familiestichting en family governance

Basiscursus Estate planning

Stoomcursus Relatievermogensrecht – Civiel en fiscaal – Het hele relatievermogensrecht in één dag!

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus Technisch aanmerkelijk belang | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×