• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

CPB analyseert 4 varianten belastingheffing vermogen

18 maart 2015 door Jelle Berghuis

Er zijn diverse alternatieven voor de belastingheffing op financieel vermogen (box 3). Een heffing op het daadwerkelijk vermogensrendement heeft als voordeel dat de belasting meer geheven wordt naar draagkracht en meer stabiliserend werkt voor de economie. Nadeel is dat de opbrengst aanzienlijk minder stabiel en de uitvoering ingewikkelder is. Maar er zijn ook andere alternatieven, zo blijkt uit het Centraal Economisch Plan 2015 (CEP), dat vandaag door het Centraal Planbureau is gepubliceerd.

Mogelijke wijzigingen van de vermogensrendementsheffing of het forfaitair rendement leiden tot andere belastingopbrengsten. De effecten van vier verschillen de varianten zijn door het CPB onderzocht. Het gaat hierbij om

  • Een progressieve heffing met een tarief van 50% in plaats van 30% op vermogens vanaf 500.000 euro op het forfaitaire rendement van 4%;
  • Een forfaitair rendement gekoppeld aan de spaarrente van de laatste vijf jaren, zoals in het voorstel van de Commissie Van Dijkhuizen;
  • Een heffing op basis van het daadwerkelijke rendement met een tarief van 30% en onbeperkte verliescompensatie (vanaf 2003); en
  • Een forfaitair rendement per vermogenscomponent, gebaseerd op de langjarige rendementen tussen 1990 en 2012.

In alle varianten blijft de heffingsvrije grens op ongeveer 21.000 euro staan.

 

Resultaten

Een progressief tarief op het forfaitair rendement vanaf 500.000 euro levert ongeveer 20% extra inkomsten op.  Dat is veel minder dan de procentuele stijging van het tarief omdat de vele vermogens onder de 500.000 euro worden ontzien. De opbrengst blijft stabiel over de jaren.

 

Dat geldt niet voor een forfaitair rendement gekoppeld aan de spaarrente, zoals voorgesteld door de Commissie Van Dijkhuizen. Naarmate de rente lager wordt, komt de opbrengst lager uit, tot 37% in 2012.

 

Bij een heffing van 30% op het daadwerkelijke rendement blijven de opbrengsten tussen 2008 en 2012 ook achter bij de huidige opbrengst, omdat het daadwerkelijke rendement dan ongeveer 2% bedraagt. Dat wordt veroorzaakt door de lagere rente en de lagere koersen.

 

De gemiddelde rendementen sinds 2008 lijken vanuit een langetermijnperspectief erg laag te zijn. Gebruiken we de langjarige gemiddelden tussen 1990 en 2012 als forfaitaire rendementen op de verschillende vermogensbestanddelen, dan stijgen de belastinginkomsten met ongeveer 20%. De precieze jaarlijkse toename schommelt vanwege de jaarlijkse andere samenstelling van het vermogen.

 

Evenwicht

De box-3-opbrengst wordt volatieler met een belasting op feitelijke rendementen, meer in overeenstemming met het draagkrachtprincipe. De opbrengst beweegt namelijk mee met de spaarrente en vooral de aandelenkoersen. Dit is positief vanuit het oogpunt van automatische stabilisatie, maar ingewikkeld voor budgettaire sturing. Een verbreding van de grondslag kan wellicht de opbrengst helpen stabiliseren. Bij feitelijk rendement is de uitvoering ook complexer. Minder regressie in de belasting op rendement op vermogen kan ook langs een andere weg worden bereikt. Een variant met forfaitaire rendementen per vermogensbestanddeel op basis van langjarige gemiddelden laat zien dat op de lange termijn belastinginkomsten niet lager of volatieler zijn dan bij een belasting op het jaarlijkse rendement. Ook een progressief tarief op het forfaitair rendement voor grotere vermogens kan aan zo’n wens tegemoet komen. Bij eventuele aanpassingen van box 3 is het belangrijk om het evenwicht tussen verschillende belastingen in de gaten te houden om belastingarbitrage te beperken.

Meer informatie: Centraal Economisch Plan 2015 gepubliceerd

Filed Under: Fiscaal nieuws, Nieuws, Overige

Reageer
Vorige artikel
Wie terugkomt op etikettering, heeft bewijslast
Volgende artikel
Voortduren ondernemingsactiviteiten impliceert geen overname

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

rechtspraak

Vooraankondiging arresten Hoge Raad 7 augustus 2026

Onder voorbehoud zal de Hoge Raad op vrijdag 7 augustus 2026 de volgende arresten in genoemde zaken wijzen. De met toepassing van artikel 80a RO en 81 RO te wijzen arresten zijn ook in dit overzicht opgenomen.

Vooraankondiging arresten Hoge Raad 10 juli 2026

Onder voorbehoud zal de Hoge Raad op vrijdag 10 juli 2026 de volgende arresten in genoemde zaken wijzen. De met toepassing van artikel 80a RO en 81 RO te wijzen arresten zijn ook in dit overzicht opgenomen.

Kabinet schrapt en vereenvoudigt 403 regels voor ondernemers

Het kabinet heeft 403 regels voor ondernemers geschrapt of vereenvoudigd. Daarmee is de doelstelling van 500 aangepakte regels vóór de zomer niet volledig gehaald, maar volgens het kabinet is wel een belangrijke stap gezet om de regeldruk voor bedrijven te verlagen.

rechtspraak Hoge Raad

Vooraankondiging arresten Hoge Raad 3 juli 2026

Onder voorbehoud zal de Hoge Raad op vrijdag 3 juli 2026 de volgende arresten in genoemde zaken wijzen. De met toepassing van artikel 80a RO en 81 RO te wijzen arresten zijn ook in dit overzicht opgenomen.

Beoogde extra belastingopbrengsten kansspelbelasting blijven achter

De monitor naar de effecten van de verhoging van de kansspelbelasting laat zien dat de beoogde extra belastingopbrengsten achterblijven bij de verwachtingen. Per 1 januari 2025 is het tarief verhoogd van 30,5% naar 34,2% en per 1 januari 2026 verder naar 37,8%. Het doel van deze verhogingen was om de belastinginkomsten structureel te verhogen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×