• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Erfbelasting over hogere waarde dan bedrag legaat

1 oktober 2015 door Marieke Jansen

Er bestaat een verschil in civiele en fiscale waardering van de woning bij erven. Dit kan tot gevolg hebben dat een groter bedrag aan erfbelasting verschuldigd is dan het bedrag dat daadwerkelijk is ontvangen, aldus A-G IJzerman.

Na het overlijden van moeder, ontving haar zoon krachtens legaat in december 2011 een bedrag van € 45.687. Deze hoogte was berekend als een percentage van de nalatenschap, welke vooral werd bepaald door de voormalige woning van erflaatster. Civielrechtelijk werd uitgegaan van de marktwaarde van de woning op de dag van overlijden. Volgens de inspecteur moest men voor de heffing van erfbelasting echter uitgaan van de (hogere) WOZ-waarde van de woning voor het jaar 2010. Gerechtshof Amsterdam stelde de inspecteur in het gelijk. Advocaat-Generaal IJzerman merkte op dat, gelet op de bewoordingen in het testament, de waarde van het krachtens legaat verkregene mede afhankelijk was van de waarde van een onroerende zaak die werd gebruikt als woning. Gezien eerdere arresten van de Hoge Raad, moest het legaat voor toepassing van de erfbelasting daarom worden gewaardeerd met de waarderingsfictie die geldt voor een woning (artikel 21, lid 5 SW). Bij de wettelijke invoering van deze waarderingsfictie oordeelde de Hoge Raad al dat van deze praktische regeling niet kan worden gezegd dat zij elke redelijke grond ontbeert. In deze zaak moest volgens de A-G dan ook worden uitgegaan van de voor die woning vaststaande WOZ-beschikking voor het belastingjaar 2010 en adviseerde hij tot ongegrond verklaring van het beroep in cassatie van de zoon.

Wet: artikel 21, lid 5 Successiewet

Meer informatie: Parket bij de Hoge Raad, 10 september 2015 (gepubliceerd 25 september 2015), ECLI:NL:PHR:2015:1978

Filed Under: Estate Planning, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Schenking door hanteren waarde in verhuurde staat
Volgende artikel
Wiebes koerst op fiscale transparantie

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingrente

Geen verhoogde kindvrijstelling zonder 50% onderhoud

Een zoon maakt niet aannemelijk dat zijn moeder ten minste 50% heeft bijgedragen aan zijn levensonderhoud. Het hof wijst daarom de verhoogde kindvrijstelling in de erfbelasting af.

Doe voor 1 maart aangifte schenkbelasting 2025

In 2025 een schenking ontvangen? Dan vóór 1 maart 2026 aangifte schenkbelasting doen meldt de Belastingdienst.

Werkinstructie schenkbelasting bij niet-ANBI’s openbaar

De staatssecretaris van Financiën heeft een werkinstructie (deels) openbaar gemaakt over schenkbelasting bij niet-ANBI’s.

Bedrijfsopvolgingsregeling

Standpunt terugname vrijstelling ob bij gefaseerde bedrijfsoverdracht

De Kennisgroep overdrachtsbelasting heeft de vraag beantwoord of de vrijstelling van overdrachtsbelasting van artikel 15, eerste lid, onderdeel b van de WBR in het geval van een gefaseerde bedrijfsoverdracht wordt teruggenomen wanneer tussentijds, vóór voltooiing van de bedrijfsoverdracht, een eerder fasegewijs verkregen deel van de onderneming door de overnemer wordt ingebracht in een bv.

belastingrente

Standpunt genietingstijdstip reguliere voordelen bij overlijden en box 3

De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord hoe lopende rente- en huurtermijnen bij overlijden in aanmerking moeten worden genomen onder de tegenbewijsregeling voor box 3.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus Estate planning voor de AB-houder & inkomstenbelasting

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

AGENDA

Online cursus afwaarderen & kwijtschelden van vorderingen

Masterclass Management- en werknemersparticipatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Online cursus Afwikkeling van overnameregelingen in firmacontract en statuten

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Verdiepende AI training voor de fiscale praktijk

Cursus AI-Implementatie – Organiseren van AI-geletterdheid

Masterclass Het ideale testament – Bestaat dat echt?

Online cursus Digitale nalatenschap in de praktijk: regelen én afwikkelen

Specialisatieopleiding btw en internationaal zakendoen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×