• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Onzelfstandige werkruimte is belast

12 juni 2012 door Asha Stuivenwold

De zelfstandigheid van een werkruimte is een geliefd discussiepunt tussen inspecteur en ondernemer. Voldoet de werkruimte aan de zelfstandigheidseis (én het inkomenscriterium) dan zijn de kosten immers aftrekbaar. Maar wanneer is een kamer in de privéwoning zelfstandig?  

Ondernemers die in hun koopwoning een werkruimte hebben ingericht die ze voor de zaak gebruiken, moeten aan een aantal voorwaarden voldoen wil deze werkruimte ook voor de inkomstenbelasting gelden als werkruimte. De werkruimte moet namelijk zelfstandig zijn én de ondernemer moet voldoen aan het inkomenscriterium.

 

Zelfstandige werkruimte is vereist

In de artikel 3.16 Wet IB 2001 staat de zinsnede ‘naar verkeersopvatting een zelfstandig gedeelte van de woning’. Hiermee wordt bedoeld dat de werkruimte zo’n zelfstandigheid bezit dat de ruimte duidelijk te onderscheiden is door uiterlijke kenmerken. Eigenlijk zou de ruimte moeten zijn te verhuren aan een derde. Omdat de feiten per situatie verschillen, is er discussie mogelijk met de inspecteur over de vraag of een ruimte wel of niet zelfstandig is.

 

Inkomenscriterium is ook van belang

Behalve de zelfstandigheid moet de ondernemer ook voldoen aan het volgende inkomenscriterium:

  • als hij over werkruimte elders beschikt, moet hij ten minste 70% van de inkomsten in de ruimte thuis verdienen om te voldoen aan het inkomenscriterium;
  • als hij niet elders de beschikking heeft over werkruimte, moet hij ten minste 70% van de inkomsten in of vanuit de ruimte thuis verdienen én ten minste 30% van het inkomen in de ruimte thuis verdienen.

 

Aan de eisen voldaan?

Voldoet de ondernemer aan zowel de zelfstandigheideis voor de werkruimte en de inkomenseis voor het inkomen? Dan is sprake van een zelfstandige werkruimte voor de fiscale wetgeving. In dat geval moet de ondernemer deze werkruimte rekenen tot zijn box 3-vermogen. Ook het deel van de hypotheekschuld dat betrekking heeft op de werkruimte, gaat naar box 3. Wanneer hij een gebruikersvergoeding ontvangt van zijn onderneming, wordt deze vergoeding niet belast in box 3. Ook de werkelijke waardestijging van de werkruimte wordt niet belast, omdat er al een forfaitair rendement wordt aangenomen.

 

Winstbepaling zelfstandige ruimte

Voor de gebruiksvergoeding die de onderneming betaalt voor de werkruimte, heeft de onderneming recht op aftrek. Het recht op aftrek van de gebruiksvergoeding die de onderneming betaalt, is aan een maximum gebonden. De aftrek van de gebruiksvergoeding is beperkt tot ten hoogste het voordeel dat voor de werkruimte in box 3 in aanmerking wordt genomen (artikel 3.17 Wet IB 2001).

 

Onzelfstandige werkruimte, en dan?

Als de werkruimte niet aan de criteria voldoet, is sprake van een onzelfstandige werkruimte. In dit geval is de fiscale behandeling vrij eenvoudig. De ondernemer past het eigenwoningforfait toe op de gehele woning die tot zijn privévermogen behoort. Dus inclusief het gedeelte waar hij zijn werkplek heeft ingericht. De onderneming heeft geen recht op aftrek van kosten ten aanzien van de werkruimte.

 

Recente rechtspraak

Bij Hof Arnhem was onlangs de vraag aan de orde of sprake was van een zelfstandige werkruimte. Ook deze zaak was zeer feitelijk van aard. De werkruimte lag in het gedeelte van de koopwoning van de ondernemer waar oorspronkelijk een garage was gepland. De ondernemer rekende de woning tot zijn privévermogen. De toegang tot de werkruimte was via een centrale hal die ook toegang gaf tot het woongedeelte. De werkruimte had twee openslaande tuindeuren. Om de werkruimte af te sluiten van de rest was in de centrale hal tussen het woongedeelte en de werkruimte een multiplex tussenwand geplaatst met een afsluitbare deur. De hal gaf toegang tot een toilet met een wasbak en een kraantje en de meterkast, die zich in de hal aan de zijde van de werkruimte bevonden. In het woongedeelte van de woning was op de begane grond nog één ander toilet aanwezig in de badkamer. De nutsvoorziening voor de werkruimte en het woongedeelte liepen via één leiding.

 

Oordeel van de rechter: onzelfstandig

Hof Arnhem oordeelde dat de werkruimte niet ‘een naar verkeersopvattingen zelfstandig gedeelte van de woning’ was. De werkruimte was weliswaar afsluitbaar van het woongedeelte door de multiplex tussenwand, maar daardoor ontstond geen zelfstandig gedeelte van de woning. De werkruimte had immers geen watervoorziening, behalve een toiletkraantje en aftapkraantje van de waterleiding. Ook was er – behalve het toilet en de wasbak van het toiletkraantje – geen waterafvoer aanwezig. Zonder dit soort voorzieningen had de werkruimte volgens het hof onvoldoende zelfstandigheid om verhuurd te kunnen worden aan derden. Ten overvloede besliste het hof ook nog dat de ondernemer in deze zaak zijn inkomen niet hoofdzakelijk in de werkruimte verwierf, zodat de kosten van de werkruimte ook daarom niet aftrekbaar waren.

 

Hulpmiddel

Overigens heeft de Belastingdienst een hulpmiddel op internet geplaatst om de ondernemer te helpen bij het bepalen of sprake is van een werkruimte. Zie ons eerdere bericht hierover.

Meer informatie: Gerechtshof Arnhem, 30 mei 2012 (gepubliceerd op 8 juni 2012), LJN: BW7843

Filed Under: IB-ondernemer, Nieuws, Verdieping, Winst uit onderneming

Reageer
Vorige artikel
Geïmporteerde oldtimers niet uitgesloten van MRB-vrijstelling
Volgende artikel
Stelselmatig aangifteverzuim leidt tot celstraf

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belangen aandelen

Genotsrecht via lening geeft toch aanmerkelijk belang

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat een man via een leningconstructie met winstdelende vergoeding een genotsrecht op aandelen heeft. Daardoor houdt hij ondanks een optierecht van een derde nog steeds een aanmerkelijk belang en is de verkoopwinst belast in box 2.

lijfrente

Lijfrentepremieaftrek geweigerd bij staking vóór inbreng bv

Een ondernemer die zijn assurantieportefeuille eind 2017 staakt, kan deze niet in 2018 in een bv inbrengen. De stakingswinstlijfrente is daardoor terecht geweigerd.

belastingrente

Collectieve uitspraak massaal bezwaar belastingrente IB

De inspecteur heeft een collectieve uitspraak gedaan op het massaal bezwaar tegen het in rekening gebrachte percentage belastingrente voor de inkomstenbelasting (IB) en enkele overige middelen vanaf 1 oktober 2020. In zijn arrest van 16 januari 2026 (ECLI:NL:HR:2026:59) heeft de Hoge Raad geoordeeld dat artikel 1, letter a, Besluit belasting- en invorderingsrente (Besluit BIR) niet... lees verder

voorlopige aanslag 2021

Verschillen bij IB-aanslagen

Verschillen tussen voorlopige en definitieve aanslagen zijn inherent aan de systematiek. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan verbeteringen in samenwerking, controleprocessen en communicatie richting belastingplichtigen.

Schuldvermenging na cessie leidt tot kwijtscheldingswinst

Door cessie wordt de bv zowel schuldeiser als schuldenaar van een rc-schuld. De schuld gaat door vermenging teniet en de vrijval is belast als kwijtscheldingswinst.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Opleidingen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Stoomcursus Tax accounting

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×