• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Buitenlandse ab-houder profiteert van derdenverdrag

19 februari 2019 door Remco Latour

Buitenlandse ab-houder

Dankzij de zogeheten meestbegunstigingsclausule in diverse belastingverdragen tussen Nederland en andere staten kunnen latere wijzigingen van belastingverdragen tussen derde landen extra gunstig zijn. Buitenlandse aanmerkelijkbelanghouders kunnen bijvoorbeeld alle of meer dividendbelasting terugvragen.

Buitenlandse aanmerkelijkbelanghouder

Als een buitenlands belastingplichtige een aanmerkelijk belang houdt in een Nederlandse vennootschap, is zijn inkomen uit dat aanmerkelijk belang belast in Nederland. Dit volgt tenminste uit de Nederlandse wet. Daarbij is het uitgangspunt dat de aandelen geen ondernemingsvermogen van de belastingplichtige zijn. In dat geval is immers het regime van belastbaar inkomen uit werk en woning in Nederland van toepassing. Overigens kan voor een buitenlandse rechtspersoon hetzelfde gelden. Een aanmerkelijk belang in een Nederlandse vennootschap leidt tot belastingplicht in Nederland als:

  • de belastingplichtige het aanmerkelijk belang houdt met als (een van de) hoofddoel(en) het ontgaan van inkomstenbelasting bij een ander; en
  • sprake is van een (reeks van) kunstmatige constructie(s) of transactie(s).

Belastingverdrag beperkt heffing

Veel belastingverdragen die Nederland heeft gesloten met andere staten beperken de belasting die Nederland mag heffen op dividenden op (aanmerkelijkbelang)aandelen. Zo mag Nederland volgens het verdrag met Zuid-Afrika in beginsel belasting heffen op dividenden uit Nederland. Deze heffing mag echter niet meer bedragen dan:

  • 5% van het bruto dividend als de aandeelhouder minstens 10% van de aandelen in het lichaam heeft dat het dividend uitkeert; of
  • 10% in andere gevallen.

Meestbegunstigingsclausule

Het verdrag met Zuid-Afrika bevat echter een zogeheten meestbegunstigingsclausule. Als Zuid-Afrika na 28 december 2008 in een belastingverdrag met een andere staat het maximaal te hanteren tarief op dividenden verlaagt, geldt die verlaging ook voor dividenden uit Nederland. De datum van 28 december 2008 is hier gekozen omdat dit de datum is waarop het verdrag tussen Nederland en Zuid-Afrika in werking is getreden.

Nieuw protocol met Zweden

Het belastingverdrag tussen Zuid-Afrika en Zweden dateert van vóór 28 december 2008. Volgens dit verdrag mag Zuid-Afrika onder bepaalde deelnemingsverhoudingen geen belasting heffen op uitgaande dividenden. Op 7 juli 2010 is dit verdrag via een protocol gewijzigd. Dit protocol bevat ook een meestbegunstigingsclausule. Deze clausule had als gevolg dat op dat moment in deelnemingsverhoudingen een vrijstelling gold voor uitgaande dividenden van Zuid-Afrika naar Zweden.

Doorwerking naar Nederlands verdrag

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het sluiten van een nieuw protocol tussen Zweden en Zuid-Afrika doorwerkt naar het belastingverdrag tussen Nederland en Zuid-Afrika. Dit komt door de meestbegunstigingsclausule in het Nederlandse verdrag. Dat Zweden zijn recht op heffing in bepaalde gevallen niet heeft beperkt, doet daar niets aan af. Een Zuid-Afrikaanse Ltd die alle aandelen hield in een Nederlandse B.V. kan daarom de 5% ingehouden dividendbelasting volledig terugvragen.

Wet: art. 7.5 Wet IB 2001 en artikel 17, derde lid Wet Vpb 1969

Verdrag: art. Verdrag: art. 10, tiende lid Verdrag NL – Zuid-Afrika

Meer informatie: Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:57

Filed Under: Internationaal & Europees recht, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Mijlpaal Team Verhuld Vermogen Belastingdienst
Volgende artikel
Vooraankondiging arresten Hoge Raad 22 februari 2019

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

speciaal vignet voor grensarbeiders; coronacrisis

Bij Belgisch pensioen telt totaal brutobedrag voor drempel

Een in België wonende man ontvangt een Nederlands pensioen van ruim € 29.000 per jaar. De Hoge Raad oordeelt dat voor de drempeltoets van € 25.000 in het belastingverdrag Nederland-België het volledige brutobedrag aan pensioen en lijfrente in aanmerking moet worden genomen. Een man woont in de jaren 2014 tot en met 2017 in België... lees verder

minimumbelasting

Beantwoording vragen Side-by-Side-pakket

Staatssecretaris Eerenberg stuurt de Tweede Kamer de beantwoording van het schriftelijk overleg over het Side-by-Side-pakket wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2).

cryptohandel MiCA

EC stelt Nederland in gebreke vanwege vertraging Wet gegevensuitwisseling cryptoactiva

Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×