• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

NTFR
  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Belastingverdrag met Duitsland

17 november 2015 door Tanja Verstelle

Op 1 januari 2016 treedt het nieuwe belastingverdrag met Duitsland in werking. In het verdrag zijn soms forse aanpassingen opgenomen voor mensen die hun inkomen – loon of pensioen – ontvangen uit het ene land, maar wonen in het andere land. Belastingplichtigen kunnen onder voorwaarden gebruikmaken van overgangsrecht en –regeling en een compensatieregeling, als de nieuwe regels tot belastingnadeel leiden.

Algemene overgangsregeling (overgangsrecht)

Voor het eerste jaar na inwerkingtreding van het nieuwe verdrag geldt een algemene overgangsregel. Belastingplichtigen kunnen ervoor kiezen om nog één jaar de regels te volgen van het oude verdrag. Dit is gunstig voor veel belastingplichtigen die nadeel ondervinden van het nieuwe verdrag.

 

Overgangsregeling: Wonen in Duitsland – pensioen ontvangen uit Nederland

Onder het oude verdrag worden bedrijfspensioenen belast in het woonland van de gepensioneerde. Het Nederlandse pensioen van inwoners van Duitsland wordt derhalve in Duitsland belast. De heffing in Duitsland is door het daar geldende belastingrecht op pensioen veel voordeliger dan de heffing in Nederland. Afhankelijk van de ingangsdatum van het pensioen wordt slechts een deel van het pensioen in de heffing betrokken. Onder het nieuwe verdrag worden bedrijfspensioenen belast in het bronland indien het pensioen meer bedraagt dan € 15.000 per jaar. Het Nederlandse pensioen van inwoners van Duitsland wordt derhalve in Nederland belast. De heffing in Nederland over het gehele pensioen loopt op tot 52%. In veel gevallen leidt dit tot een fors hogere heffing dan in de oude situatie het geval was.

 

Om de gepensioneerden woonachtig in Duitsland met een Nederlands pensioen tegemoet te komen, geldt voor een periode van zes jaar na inwerkingtreding van het verdrag een overgangsregeling. Het tarief wordt gedurende die zes jaar stapsgewijs verhoogd. Een gepensioneerde kan alleen kiezen van de overgangsregeling gebruik te maken als hij vanaf 12 april 2012 onafgebroken inwoner van Duitsland is geweest en de eerste betaling van het betreffende pensioen voor 1 januari 2016 heeft ontvangen. De gepensioneerde kan de regeling niet meer toepassen zodra hij (tijdelijk) niet meer in Duitsland woont.

 

In het eerste jaar is het meestal gunstiger om te kiezen voor het algemene overgangsrecht.

 

Let op: De overgangsregeling geldt niet voor uitkeringen waarvoor Nederland reeds op grond van het oude verdrag het heffingsrecht had; denk daarbij aan een afkoopsom voor lijfrente en de AOW- / WIA- / WAO- / WAJONG-uitkeringen.

 

Wonen in Nederland – pensioen ontvangen uit Duitsland

Indien iemand in deze situatie nadeel ondervindt van de nieuwe regels voor pensioenen in het nieuwe verdrag kan hij uitsluitend gebruik maken van het algemene overgangsrecht.

 

Compensatieregeling: wonen in Nederland – inkomen in Duitsland belast

Net als tussen Nederland en België komt er ook tussen Nederland en Duitsland een compensatieregeling om het financiële nadeel op te heffen dat ontstaat doordat iemand wiens inkomen in Duitsland is belast niet gebruik kan maken van aftrekposten zoals de hypotheekrenteaftrek en persoonsgebonden aftrekposten.  Zodra iemand meer belasting in Duitsland moet betalen dan hij betaald zou hebben wanneer hij in Nederland gewerkt zou hebben, kan hij aangeven bij zijn belastingaangifte gebruik te willen maken van de compensatieregeling.  De compensatie wordt berekend door het verschil te nemen tussen:

  • het totaalbedrag van de belasting en eventueel premie volksverzekeringen die iemand  in Nederland betaalt, opgeteld bij de belasting en eventueel vergelijkbare premies voor de sociale zekerheid die diegene in Duitsland betaalt; en
  • het bedrag dat hij in Nederland aan belasting en premie volksverzekeringen zou betalen als de in Duitsland belaste inkomsten uit werk ook in Nederland belastbaar zouden zijn.

 

Splittingverfahren

Gehuwden of samenwonenden met een geregistreerd partnerschap, waarvan een partner in Nederland inkomsten heeft, kunnen er in alle gevallen voor gaan kiezen samen belastingaangifte te doen in Duitsland. Nu is dat nog niet mogelijk als het Nederlandse inkomen te hoog is.

 

Let op: de Compensatieregeling en het Splittingverfahren werken op elkaar in. Het hangt sterk af van de privésituatie wat het meest voordelig is: slechts een of beide regelingen toepassen.

 

Overige wijzigingen

De belangrijkste overige wijzigingen in het verdrag zijn te vinden in de 183-dagen regeling, de regelingen voor bestuurders en docenten, het winst artikel en informatie-uitwisseling. Voor de 183-dagen regeling bijvoorbeeld wordt niet langer aangesloten bij het kalenderjaar maar per tijdvak van 12 maanden beginnend of eindigend in het belastingjaar. Dit kan bij werkperiodes die doorlopen over de grens van een kalenderjaar tot gevolg hebben dat de periode van 183 dagen wel overschreden wordt, terwijl dat bij het oude verdrag niet zo zou zijn. De heffingsbevoegdheid verschuift in dat geval van het ene land naar het andere.

 

Wet:  Verdrag Nederland-Duitsland  

Meer informatie: Een pensioen, lijfrente of socialeverzekeringsuitkering ontvangen uit Duitsland

Filed Under: Internationaal & Europees recht, Nieuws, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Renteaftrekbeperkingen op een rijtje
Volgende artikel
Schumacker-toets ziet op heel jaar

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

speciaal vignet voor grensarbeiders; coronacrisis

Bij Belgisch pensioen telt totaal brutobedrag voor drempel

Een in België wonende man ontvangt een Nederlands pensioen van ruim € 29.000 per jaar. De Hoge Raad oordeelt dat voor de drempeltoets van € 25.000 in het belastingverdrag Nederland-België het volledige brutobedrag aan pensioen en lijfrente in aanmerking moet worden genomen. Een man woont in de jaren 2014 tot en met 2017 in België... lees verder

minimumbelasting

Beantwoording vragen Side-by-Side-pakket

Staatssecretaris Eerenberg stuurt de Tweede Kamer de beantwoording van het schriftelijk overleg over het Side-by-Side-pakket wereldwijde minimumbelasting (Pijler 2).

cryptohandel MiCA

EC stelt Nederland in gebreke vanwege vertraging Wet gegevensuitwisseling cryptoactiva

Staatssecretaris Eerenberg beantwoordt Kamervragen over de effectiviteit, uitvoerbaarheid en lasten van DAC8.

Splitsingsbewijsvermoeden bij verkoop binnen drie jaar in strijd met Fusierichtlijn

De Hoge Raad verklaart het driedrachtsvermoeden van art. 14a Wet vpb onverenigbaar met de Fusierichtlijn. De inspecteur moet eerst bewijzen dat geen zakelijke redenen bestaan voor een splitsing; het hof legde de bewijslast onjuist bij de vennootschap. De zaak is verwezen.

wet minimumbelasting 2024

Standpunt invulling ‘verdragsvaste inrichting’

De kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de ‘verdragsvaste inrichting’ (artikel 1.2, eerste lid, definitie vaste inrichting, onderdeel a, Wet minimumbelasting 2024). De vraag richt zich met name op de invulling van het wettelijk vereiste dat de bronstaat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

Online cursus Wet Fiscaal Kwalificatiebeleid Rechtsvormen (incl. aanpassing FGR)

Verdiepingscursus Internationale aspecten loonheffing

AGENDA

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV

Masterclass Vastgoedfiscaliteiten

Online cursus Vennootschapsbelastingplicht stichtingen & verenigingen

Masterclass De positie van de samenwoner in de inkomstenbelasting, relatievermogensrecht en vermogensplanning – Civiel en fiscaal

Online cursus De positie van het kind in het erfrecht en estate planning – Civiel en fiscaal

Online cursus introductie participatieregelingen en lucratieve belangen

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord

Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Congres Estate Planning 2026

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×