• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Fiscus mag voor nieuwbouw waardecriterium hanteren

16 januari 2018 door Remco Latour

Het Hof van Justitie van de EU heeft zich uitgelaten over de situatie waarin een verbouwing van een onroerende zaak leidt tot het ontstaan van een nieuwe onroerende zaak. Er kan pas sprake zijn van nieuwbouw als de onroerende zaak een verandering van betekenis ondergaat. De wetgever mag hierbij in beginsel een waardecriterium toepassen.

Btw-belaste levering

In beginsel is de levering van een onroerende zaak vrijgesteld van omzetbelasting. Wel kunnen de partijen onder voorwaarden opteren voor een belaste levering. Een belangrijke voorwaarde is dat de afnemer de onroerende zaak gebruikt voor btw-belaste prestaties. Maar de levering van een onroerende zaak die hooguit twee jaar geleden voor het eerst in gebruik is genomen is in onder andere Nederland van rechtswege belast met omzetbelasting. Hetzelfde geldt overigens voor de levering van een bouwterrein. Dit verschil in fiscale behandeling is toegestaan op grond van de Btw-richtlijn.

 

Grote verbouwing

Soms ondergaat een onroerende zaak een zo uitgebreide verbouwing, dat de vraag opkomt of feitelijk sprake is van nieuwe onroerende zaak. Gezien het eerder besproken verschil in fiscale behandeling tussen nieuwe en ‘oude’ onroerende zaken is het antwoord op deze vraag van belang voor de btw. Als door de verbouwing een nieuwe onroerende zaak is ontstaan, zal men bij verkoop van deze onroerende zaak mogelijk btw moeten factureren.

 

Oordeel Hoge Raad

In zijn arrest van 19 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM6681 oordeelde de Hoge Raad dat een verbouwing pas viel aan te merken als de vervaardiging van een goed, als door de werkzaamheden aan de onroerende zaak in wezen nieuwbouw had plaatsgevonden. Hierbij is niet beslissend of het pand al dan niet is te vereenzelvigen met het pand zoals dat bestond vóór de verbouwing, aldus de Hoge Raad. Onlangs heeft het Hof van Justitie van de EU een uitspraak gedaan die meer inzage in deze problematiek geeft.

 

Uitgaven voor verbeteringswerkzaamheden

Een vennoot van een Poolse vennootschap had in 2005 een gebouw ingebracht in die vennootschap. In 2006 werd het gebouw ingericht ten behoeve van de economische activiteit van de vennootschap. Daartoe had de vennootschap investeringen gedaan die ongeveer 55% van de beginwaarde van het gebouw bedroegen. Op grond van de Poolse wet kwalificeert de verbetering van een onroerende zaak als een eerste ingebruikneming als de verbeteringskosten minstens 30% van de beginwaarde bedragen. Toen de Poolse vennootschap begin 2009 het gebouw verkocht, stelde de Poolse fiscus daarom dat het hier ging om een btw-belaste levering van een nieuwe onroerende zaak. Een van de vragen die de Poolse belastingrechter had voor het Hof was of de verbouwing als nieuwbouw mocht tellen.

 

Toegestaan criterium

Het Hof merkt op dat de Btw-richtlijn geen definitie geeft van het begrip ‘verbouwing’. Maar op zijn minst moet het desbetreffende gebouw veranderingen van betekenis hebben ondergaan, die zijn bedoeld om het gebruik ervan te wijzigen of de omstandigheden waaronder het wordt betrokken, ingrijpend aan te passen. Het Hof ziet het Poolse criterium van minimaal 30% van de beginwaarde als een toegestaan criterium om te constateren dat een verandering van betekenis zich heeft voorgedaan.

 

Verboden koppeling aan btw-belaste handeling

Overigens stelt de Poolse wet ook dat pas sprake kan zijn van een eerste ingebruikneming van een onroerende zaak als deze is gebruikt voor btw-belaste handelingen. Het Hof oordeelt dat de btw-vrijstelling niet mag zijn gebonden aan de voorwaarde dat de eerste ingebruikneming heeft plaatsgevonden in het kader van een btw-belaste handeling. Op dit punt is de Poolse wet wel in strijd met het Europees recht.

 

Wet: artikel 11, eerste lid, onderdeel a, sub 1º Wet OB 1968

Meer informatie: Hof van Justitie van de EU 16 november 2017, C-308/16

Filed Under: BTW, Nieuws, Verdieping, Verdieping

Reageer
Vorige artikel
Enkele aandachtspunten bij cafetariaregelingen in 2018
Volgende artikel
Geen vrijstelling overdrachtsbelasting deels gesloopt gebouw

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Woongebruik verhindert btw-belaste verhuur werkkamer

Ook zeer beperkt woongebruik staat btw-belaste verhuur van een werkkamer in de weg, oordeelt de Hoge Raad.

douanerechten online bestellingen buiten eu

Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie in werking per 1 januari 2027

De Wet implementatie Richtlijn btw in het digitale tijdperk – enkele btw-registratie is in het Staatsblad gepubliceerd en treedt in werking met ingang van 1 januari 2027.

BTW en subsidies: geen automatische vrijstelling van btw

Subsidies worden in de praktijk vaak als vanzelfsprekend buiten het bereik van de btw geplaatst. Die aanname gaat niet altijd op. De btw kent eigen, Europees geharmoniseerde regels voor de vraag of een subsidie in de heffing wordt betrokken, en die regels sluiten niet één-op-één aan bij hoe subsidies in de praktijk worden ervaren. Een subsidie kan wel degelijk leiden tot btw-heffing, ook als de verstrekker en de ontvanger daar zelf niet van uitgaan.

BOR

Certificaten vallen onder bedrijfsopvolgingsvrijstelling

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat de bedrijfsopvolgingsvrijstelling in de overdrachtsbelasting van toepassing is op de schenking van certificaten van aandelen. Volledige zeggenschap over de onderneming is daarvoor niet vereist.

steun sportverenigingen

Standpunt sportvrijstelling

De Kennisgroep omzetbelasting heeft vragen beantwoord over de toepassing van de sportvrijstelling op het verlenen van het recht om te sporten en op het ter beschikking stellen van sportattributen door een onderwijsinstelling.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online cursus Auto van de zaak | PE Accreditatie

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Masterclass Inbreng in en terugkeer uit de BV | PE Accreditatie

Verdiepingscursus DGA-advisering | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

AI Governance & Compliance: Veilige toepassing van AI in juridische/fiscale praktijk | PE Accreditatie

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA | PE Accreditatie

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×