• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Privacystructuren: open C.V. of open FGR?

3 september 2018 door Jeroen Knol

Als alternatief voor een B.V. gebruiken we de laatste tijd steeds vaker een commanditaire vennootschap of fonds voor gemene rekening. Beide entiteiten hebben weliswaar geen rechtspersoonlijkheid, maar zijn wel VPB-plichtig. Voor de UBO die echter gesteld is op zijn privacy hebben een C.V. en FGR het grote voordeel dat beide entiteiten geen jaarrekening hoeven te deponeren. Wanneer kiest de adviseur voor een C.V. en wanneer voor een FGR? Wat zijn de praktische verschillen?

FGR biedt meer privacy

Vanuit privacy-overwegingen heeft een FGR de voorkeur. Voor de CV geldt namelijk in tegenstelling tot het FGR wel de verplichting om zich in te schrijven in het Handelsregister. Op grond van een beleidsregel wordt een C.V. namelijk altijd geacht een onderneming uit te oefenen. Daarnaast is straks de UBO van een C.V. publiek bekend via het UBO-register, terwijl er vooralsnog geen registratieplicht geldt voor het FGR. Overigens verwacht ik dat dit in de toekomst wel wordt gelijkgetrokken. In dit verband stel ik me ook telkens de vraag wat belangrijker is: naams-/persoonsanonimisering of vermogensanonimisering. Doorgaans zal dit laatste afdoende zijn voor menig dga en is er geen behoefte aan verdergaande complexiteit. Zowel de C.V. als de FGR voldoen dan.

 

C.V. minder geschikt voor overgang van box 3 naar box 2

Bij lage rendementen kan het fiscaal aantrekkelijk zijn om privévermogen van box 3 om te zetten in een aanmerkelijk belang van box 2. Een kapitaalstorting in een B.V. ligt dan voor de hand. Wie echter wil voorkomen dat de buurman via het handelsregister zicht krijgt op de spaarpot, komt uit bij een FGR. Een C.V. is namelijk minder geschikt, aangezien de weg terug alleen maar mogelijk is door een opheffing van de C.V. Art. 4.13 IB 2001 heeft namelijk de omissie dat alleen B.V.’s en FGR’s gestort kapitaal zonder ab-heffing kunnen terugbetalen.

 

FGR kan niet alleen

Nadeel van een FGR is dat er altijd twee participanten moeten zijn. De belastingdienst ziet de dga en zijn B.V. niet als twee participanten, net zo als participaties bij elkaar worden opgeteld die tot een huwelijksgoederengemeenschap behoren. Een C.V. kan daarentegen met één achterligger worden opgezet wanneer de beherend vennoot een stichting is. Wel kan dan ter voorkoming van het risico van een personele unie de commanditair vennoot niet tevens bestuurder van deze stichting zijn.

 

Ondernemen in een C.V., beleggen in een FGR

Belangrijkste reden om voor een C.V. te kiezen, is dat de belastingdienst alleen beleggingsvermogen accepteert in een FGR. Hoewel er veel kritiek is op dit standpunt, weigert de fiscus VPB-plicht voor een FGR als holding of wanneer deze een onderneming uitoefent. Een C.V. daarentegen kan wel als topholding fungeren. Na de bedrijfsoverdracht kiezen wij in de praktijk er dan ook vaak voor om het vermogen in twee delen op te knippen: het FGR voor de lange termijnbeleggingen (als effectenportefeuilles, verhuurd OG en vorderingen privé) en de C.V. in te zetten voor actievere investeringen (als informal investing en projectontwikkeling).

Meer weten?
Drs. Jeroen Knol verzorgt op 9 april en 21 juni een PE-Pitstop Fonds voor gemene rekening. > Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Blogs

Reageer
Vorige artikel
BOR-optimalisatie: lagere going concernwaarde en overname van schulden
Volgende artikel
Dividendbelasting: tijdelijke lastpak voor private equity

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

belastingverdrag

Opinie | Over Rechtsstatelijkheid en interpretatiebepalingen in belastingverdragen

In deze opinie bespreekt prof. dr. Irene Burgers de aanbeveling van de Raad van State om in de toelichting bij het belastingverdrag Nederland-Bangladesh duidelijker vast te leggen hoe de interpretatiebepaling moet worden toegepast. Volgens haar is dat nodig om spanning met de rol van het parlement, het fiscale legaliteitsbeginsel en de rechtszekerheid te voorkomen. Daarnaast... lees verder

AI

Opinie | Zit er AI in processtukken of hallucineer ik?

AI speelt een steeds grotere rol in de rechtspraktijk, met name bij het opstellen van processtukken. Na een afbakening van de begrippen ‘AI’ en ‘processtukken’ gaat mr. J. Hollander in deze NTFR Opinie in op het bredere debat in literatuur en jurisprudentie over het gebruik van AI. De conclusie is dat het huidige gebruik van... lees verder

Opinie | Van vestigingsland naar transitieland: fiscale onvoorspelbaarheid en gebrek aan voortvarendheid ondermijnen het vestigingsklimaat

Nederland daalt op internationale concurrentieranglijsten en fiscale onzekerheid heeft daarin een dominante rol. In deze NTFR Opinie staan mr. D.P.E. de Kruijff en mr. N.I. Groenland stil bij onder andere de grillige aanpak rondom de box 3-wetgeving, de aanhoudende onduidelijkheid rond fondsen voor gemene rekening en nieuwe btw-complicaties voor financiële structuren, waarmee een structureel patroon... lees verder

Opinie | AOW: Quo vadis? 

Volgens Prof. (em.) dr. P. Kavelaars is een ingrijpende AOW-operatie noodzakelijk. Voor de uiteindelijke houdbaarheid is het veel beter de AOW om te bouwen tot een bijstandachtige regeling die gefinancierd wordt uit de algemene middelen.

Opinie | De 30-jarige hypotheekrenteaftrek – een onuitvoerbare fiscale regeling

De 30-jarige hypotheekrenteaftrekregel, die vanaf 1 januari 2031 effectief van toepassing is, blijkt feitelijk onuitvoerbaar. Een mooi moment om tot een algehele afschaffing van de hypotheekrenteaftrek (met overgangsregeling) te komen, zo pleit em. prof. mr. G.T.K. Meussen in zijn NTFR Opinie. Lees de hele NTFR/NDFR Opinie gratis via NDFR

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×