• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

BOR-optimalisatie: lagere going concernwaarde en overname van schulden

3 september 2018 door

De meeste praktijkfiscalisten weten inmiddels uit ervaring hoe gecompliceerd de heffing van erf- en schenkbelasting over ondernemingsvermogen kan zijn, juist ook bij opvolging in de familiesfeer.

Waardering

Allereerst rijst de vraag hoe het ondernemingsvermogen wordt gewaardeerd. Uitgangspunt is de waarde in het economisch verkeer (artikel 21, lid 1 SW), maar meer specifiek schrijft de wet voor dat ondernemingsvermogen wordt gewaardeerd ‘alsof de onderneming wordt voortgezet (waarde going concern), maar tenminste op de liquidatiewaarde’. Dat geldt zowel voor het vermogen van een IB-onderneming als ook voor het ondernemingsvermogen van een B.V.  (artikel 21, lid 13 SW).

 

Bedrijfsopvolgingsregeling

De waarde going concern is ook van belang binnen de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR): indien de liquidatiewaarde van de onderneming hoger is dan de waarde going concern, wordt als eerste voorwaardelijk vrijgesteld het verschil tussen beide waarden. Bij de meeste ondernemingen zal juist de waarde going concern (waarin begrepen de goodwill) hoger zijn dan de liquidatiewaarde. Bij de bedrijven in de land- en tuinbouw is vaak het omgekeerde het geval. Daar is men gewend om te werken met de lagere going concernwaarde. Voor deze bedrijven is zelfs een rekenmodel goedgekeurd aan de hand waarvan de lagere waarde going concern kan worden bepaald (Besluit van 16 november 2015, nr. BLKB2015/1346M, Stcrt. 2015, 41921).

Maar ook bij andere ondernemingen is het nuttig om te kijken of de liquidatiewaarde van de onderneming hoger ligt dan de waarde going concern. Denk aan ondernemingen met relatief groot of duur vastgoed of met andere kostbare uitrusting waar de winst (tijdelijk) achterblijft. Hoewel het goedgekeurde rekenmodel alleen voor landbouwbedrijven geldt, kan de daarbinnen gehanteerde DCF-methode mogelijk inspireren bij de bepaling van de waarde going concern.

 

Overname van schulden

Indien ondernemingsvermogen wordt verkregen tegen een tegenprestatie of onder een last, wordt het vermogen voor de BOR gewaardeerd zonder rekening te houden met die tegenprestatie of last (artikel 35b, lid 4 SW). In het arrest van 12 juli 2013, nr. 12/01745, oordeelde de Hoge Raad dat als een overnemer ook de tot het ondernemingsvermogen behorende schulden van de overdrager overneemt -hetgeen juist ook bij familiebedrijven voorkomt-, deze schuldoverneming in dit verband niet is aan te merken als het voldoen van een tegenprestatie. Het ondernemingsvermogen moet in dat geval derhalve worden gewaardeerd met inbegrip van de overgenomen schulden.

Uit het rekenmodel voor de bepaling van de waarde going concern van landbouwbedrijven blijkt dat overgenomen schulden in mindering komen op de volgens de DCF-methode bepaalde waarde going concern. Er mag van uit worden gegaan dat dit in zoverre niet anders is bij andere dan landbouwbedrijven en ook voor de hand ligt bij de waardering van aandelen als de onderneming is ondergebracht in een B.V.

 

De bedrijfsopvolgingsregeling is ingewikkeld, maar daarmee ook een uitdaging voor de fiscale fijnproever!

 

Meer weten?

André Verduijn spreekt op vrijdag 20 april 2018 op het Nationaal Congres Familiebedrijven. Tijdens dit congres gaan diverse specialisten in op de uitdagingen en kansen bij advisering over het familiebedrijf.

> Meer informatie en aanmelden.

 

.

. . .

Filed Under: Blogs, Estate Planning

Reageer
Vorige artikel
De Wtt en het belang van zorgvuldig cliëntenonderzoek
Volgende artikel
Privacystructuren: open C.V. of open FGR?

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Liquide middelen vallen onder doorschuifregeling aandelen

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat € 700.000 aan liquide middelen ondernemingsvermogen vormt voor de doorschuifregeling bij schenking van aandelen. Verhuurd vastgoed en een woning met ontwikkelplannen kwalificeren daarentegen als beleggingsvermogen.

Waarom belastingramingen in de begroting ten onrechte centraal staan

Een raming is nog geen belastingopbrengst. Toch worden in Den Haag miljarden aan verwachte fiscale inkomsten ingeboekt alsof het geld al binnen is. Vervolgens worden diezelfde ramingen gebruikt als argument om belastingwetgeving door te zetten, aan te passen of juist tegen te houden. Box 3 laat volgens mr. dr. Ineke Koele zien hoe riskant dat... lees verder

onderhuur

Grote erfenis leidt vaker tot verhuizing en investering in woning

Mensen die € 50.000 of meer erven van hun ouders, verhuizen vaker en komen na een verhuizing vaker in een koopwoning, vrijstaande woning of grotere woning terecht. Ook investeren zij vaker in zonnepanelen, terwijl het effect van de erfenis op extra hypotheekaflossingen relatief beperkt is. Dat blijkt uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de... lees verder

Standpunt belastbaarheid termijnen van Pre Bre Herwaarderingslijfrente bij schenking aan minderjarig (klein)kind

De Kennisgroep verzekeringsproducten en assurantiebelasting heeft vragen beantwoord bij wie de termijnen van een Pre Brede Herwaarderingslijfrente zijn belast wanneer deze zijn geschonken aan een minderjarig (klein)kind.

Inspecteur handelt niet voortvarend bij navordering erfenis

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur niet voortvarend genoeg heeft gehandeld bij de navordering van erfbelasting over Belgisch vermogen. De navorderingsaanslag en vergrijpboete worden daarom vernietigd.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Pitstop casuscollege bedrijfsopvolging | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Estate Planning

AGENDA

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×