• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BY2691, Hoge Raad, CPG 11/05763

9 november 2012 door redactie

Conclusie PG: A-G Niessen heeft conclusie genomen in de volgende zaak. In verband met de regeling Flexibel Pensioen en Uittreden ontvangt belanghebbende van de Stichting Pensioenfonds ABP uitkeringen (FPU-uitkeringen). Het recht op deze uitkeringen heeft belanghebbende opgebouwd door zijn werkzaamheden voor A, te weten van 1 september 1968 tot en met 30 september 2002. Tot 27 december 2000 heeft belanghebbende in Nederland gewoond. Sindsdien is hij woonachtig in Thailand. Na daartegen gemaakt bezwaar is de aanslag ib/pvv voor het jaar 2005 berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 25.582 onder verrekening van ingehouden loonheffingen ten bedrage van € 1.013. De verschuldigde ib/pvv bleef, na verrekening van de loonheffingen, vastgesteld op nihil. In hoger beroep is geoordeeld dat artikel 19, lid 1, van de Overeenkomst Nederland-Thailand de heffingsbevoegdheid ter zake van die uitkeringen toewijst aan Nederland, zodat het gelijk met betrekking tot deze vraag aan de Inspecteur is. De A-G gaat in op de vraag of de FPU-uitkering een beloning is ‘betaald door of uit fondsen in het leven geroepen door een van de Staten of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan aan een natuurlijke persoon ter zake van diensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of dat plaatselijke publiekrechtelijke lichaam daarvan in de uitoefening van overheidsfuncties’ (vgl. artikel 19 van de Overeenkomst Nederland-Thailand), zodat het heffingsrecht over die beloning aan Nederland zou zijn toegewezen. Belanghebbende betoogt dat met de invoering van de WHW zijn werkzaamheden voor A niet meer aangemerkt kunnen worden als ‘diensten bewezen aan die Staat of aan dat onderdeel of dat plaatselijk publiekrechtelijke lichaam daarvan in de uitoefening van overheidsfuncties’. Volgens heersende leer is in art. 2:1 BW geregeld welke lichamen als publiekrechtelijke rechtspersonen gelden. De A-G merkt op dat universiteiten kunnen behoren tot de in art. 2:1, lid 2 van het BW vermelde categorie publ

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BY2691

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BY2694, Hoge Raad, CPG 12/00765
Volgende artikel
LJN: BY2667, Hoge Raad, 12/01639

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Jersey

Standpunt kwalificatie Jersey Limited Company

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Jersey Limited Company vergelijkbaar is.

Standpunt kwalificatie Macau Limitada

De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen heeft de vraag beantwoord met welke Nederlandse rechtsvorm een Macau Limitada vergelijkbaar is.

Inspecteur handelt niet voortvarend bij navordering erfenis

Hof Amsterdam oordeelt dat de inspecteur niet voortvarend genoeg heeft gehandeld bij de navordering van erfbelasting over Belgisch vermogen. De navorderingsaanslag en vergrijpboete worden daarom vernietigd.

Waarderingsregel bijtelling auto niet in strijd met EU-recht

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de waarderingsregel voor de bijtelling wegens privégebruik van een auto niet in strijd is met het EU-recht. Recente Europese rechtspraak geeft geen aanleiding om hierover prejudiciële vragen te stellen.

Nederland wil ruimere EU-regels voor financiering groeibedrijven

Innovatieve startups en scale-ups dreigen financiering mis te lopen doordat zij volgens Europese regels ten onrechte kunnen worden aangemerkt als een Onderneming in Moeilijkheden (OIM). Nederland en tien andere EU-landen vinden het voorstel van de Europese Commissie om de regels vanaf 2027 aan te passen niet ver genoeg gaan.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×