• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

LJN: BX7895, Hoge Raad, CPG 11/04395

21 september 2012 door redactie

Conclusie PG: Inbreng onroerend goed in een CV zonder in aandelen verdeeld kapitaal terwijl verkoop aan een derde al gepland is; vrijstelling ex art. 15(1)(e) Wet BvR?; verkapte overdracht?; wanverhouding creditering ten opzichte van inbrengverplichting?; fraus legis? Feiten: Op 1 december 1999 is een CV opgericht. Beherende vennoten zijn de belanghebbenden; commandiet is een BV, waarin alle vier de belanghebbenden middellijk aandelen houden. Bij akte van inbreng van 30 december 1999 en ingeschreven op 31 december 1999 heeft de BV een perceel weiland met ligboxenstal en percelen bouw- en weiland, getaxeerd op ruim € 1 mio, ingebracht in de CV. De inbrengverplichting van de BV bedroeg niet meer dan f 1.000. De ingebrachte onroerende zaken zijn op 26 november 1999 getaxeerd op f 1.061.000, i.e. de waarde in het economische verkeer vrij van huur en gebruik bij voortgezet agrarisch gebruik. Op 1 november 2001 heeft de CV de onroerende zaken voor f 4.994.500 verkocht aan een niet-gelieerde derde. In geschil is of de inbreng van de onroerende zaken door de BV in de CV een vrijgestelde inbreng ex art. 15(1)(e) Wet belastingen van rechtsverkeer (Wet BvR) is in een vennootschap zonder in aandelen verdeeld kapitaal. Rechtbank en Hof zijn van oordeel dat nu de inbrengverplichting van de BV niet meer bedroeg dan f 1.000, de onderhavige verkrijging niet, dan wel tot ten hoogste voor f 1.000 kan worden beschouwd als een verkrijging krachtens art. 15(1)(e) Wet BvR. Aan toepassing van de vrijstelling staat volgens rechtbank en hof voorts in de weg dat de onroerende zaken ten tijde van de inbreng waren bestemd om te worden doorverkocht aan een derde. A.-G. Wattel maakt uit de parlementaire geschiedenis van (voorgangers van de) Wet BvR op dat de wetgever bij de vrijstelling van inbreng van een onroerende zaak in een personenvennootschap geen onderscheid heeft willen maken tussen ‘eigenlijke’ en ‘oneigenlijke’ inbreng (inbreng tegen een schuldvordering). Uit het arrest HR BNB 1993/199 maakt hij op dat de Hoge Raad dat onderscheid

Meer informatie: http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype=ljn&ljn=BX7895

Filed Under: Jurisprudentie

Reageer
Vorige artikel
LJN: BX7944, Hoge Raad, 11/03370
Volgende artikel
LJN: BT1517, Hoge Raad, 10/02824

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Wet DBA zzp

Kabinetskoers voor ‘rust en duidelijkheid onder zelfstandigen’

Het kabinet wil een ‘doorbraak’ forceren in de discussie rond zzp’ers met een aanpak die zorgt voor meer rust en duidelijkheid. Daarbij wordt ruimte voor ondernemerschap gecombineerd met het tegengaan van schijnzelfstandigheid en het versterken van verantwoordelijkheden.

kapitaalverlies

Hardheidsclausule bij verliesverrekening fiscale eenheid

De staatssecretaris keurt goed dat verliezen van een fiscale eenheid onder voorwaarden worden meegegeven aan een dochtermaatschappij. Dit gebeurt via analoge toepassing van bestaand hardheidsclausulebeleid bij verliesverdamping door liquidatie van de moedermaatschappij.

Standpunt negatief loon en aanmerkelijk belang

De Kennisgroep aanmerkelijk belang heeft de vraag beantwoord of in het kader van het terugleveren van de aandelen als gevolg van een 'bad leaver' bepaling sprake is van een vervreemdingsvoordeel.

minimumbelasting

Standpunt over toepassing definitie joint venture

De Kennisgroep Pijler 2 heeft vragen beantwoord over de toepassing van de definitie van joint venture in artikel 1.2, eerste lid, Wet minimumbelasting 2024. Aan de kennisgroep zijn vragen gesteld over de toepassing van de definitie van joint venture (‘JV’) in artikel 1.2, eerste lid, Wet minimumbelasting 2024 (‘WMB 2024’). Vragen Antwoorden Bron: Belastingdienst, 9... lees verder

sociaal belang

Giften aan sportverenigingen en fiscale mogelijkheden

Een uitbreiding van de giftenaftrek met eenmalige giften aan sportverenigingen is niet in lijn met de ambitie van het kabinet om het belastingstelsel te vereenvoudigen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

AGENDA

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Addify
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×