• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Raamovereenkomst herziening internationaal belastingsysteem

9 juli 2021 door Michel Halters

Belastingverdragen

De staatssecretaris bericht dat op 1 juli 2021 binnen de OESO een akkoord is bereikt over een internationaal belastingsysteem dat past binnen de 21e eeuw. Ook is overeenstemming bereikt over een wereldwijde minimumbelasting.

Op 1 juli 2021 hebben 130 van de 139 landen binnen de OESO zich in hoofdlijnen akkoord verklaard over een nieuw raamwerk voor de internationale belastingheffing. Dit akkoord steunt op twee pijlers.

Eerste pijler

De eerste pijler van het akkoord regelt een andere verdeling van winsten en heffingsrechten tussen landen voor de grootste en meest winstgevende multinationals. Daaronder zijn een aantal grote digitale bedrijven. Doel is dat landen waar de multinationals klanten of gebruikers hebben meer winstbelasting kunnen heffen, ook als de multinational niet fysiek in een land aanwezig is.

Tweede pijler

De tweede pijler van het akkoord bevat afspraken over een wereldwijd minimumniveau van belastingheffing. Door deze afspraken moeten multinationals altijd ten minste 15% aan winstbelasting betalen. Een dergelijk minimumniveau gaat belastingontwijking door internationale bedrijven en schadelijke belastingconcurrentie tussen landen tegen.

Voorwaarden toepassing eerste pijler

De eerste pijler zal gaan gelden voor bedrijven met een wereldwijde omzet van meer dan € 20 miljard en een winstmarge van meer dan 10%. Afgesproken is bij een succesvolle implementatie dat de omzetdrempel zal worden verlaagd naar € 10 miljard. Een uitzondering geldt voor natuurlijke hulpbronnen en gereguleerde financiële diensten. De vraag is wanneer een bedrijf voldoende binding heeft met een land, om dat land heffingsrechten te geven. Relevant voor het antwoord op die vraag is de aan dat land toerekenbare omzet. Als een bedrijf meer dan € 1 miljoen omzet behaalt in een land, dan heeft dat land voldoende nexus (band) met een bedrijf om te heffen. Het is een relatief lage drempel, zodat ook kleinere economieën kunnen profiteren van de nieuwe maatregelen. Onderzocht wordt nog of een verlaagde drempel van € 250.000 moet gelden voor ontwikkelingslanden.

Nieuwe afspraken vergen nieuwe manieren van geschillenbeslechting

De nieuwe afspraken zijn complex. Bovendien zijn de afspraken niet bilateraal, maar multilateraal van aard. Nieuwe effectieve mechanismen om geschillen te voorkomen en te beslechten zijn daarom noodzakelijk. In het akkoord zijn hierover afspraken gemaakt. Ontwikkelingslanden zijn geen voorstander van dergelijke afspraken. Daarom is overeengekomen of bindende geschilbeslechting optioneel kan worden voor bepaalde ontwikkelingslanden.

Internationale verdeling heffingsrechten

Een belangrijk doel van het akkoord is de internationale verdeling van heffingsrechten, zodat landen niet uit eigen beweging digitale dienstenbelastingen gaan heffen. Daarom is afgesproken dat toepassing van de nieuwe regels en intrekking van de digitale dienstenbelastingen gecoördineerd plaats gaan vinden.

Voorwaarden tweede pijler

De minimumbelastingregels voor de tweede pijler gaan gelden voor multinationals met een minimale omzet van € 750 miljoen. Landen mogen belasting bijheffen over de buitenlandse activiteiten, als de buitenlandse belastingheffing niet ten minste 15% bedraagt. Overheidslichamen, internationale organisaties, pensioenfondsen en investeringsfondsen vallen niet onder de maatregelen.

Twee nieuwe hoofdregels

Er komen twee hoofdregels. Dat zijn de zogeheten Income Inclusion Rule (IRR) en de Underaxed Payments Rule (UTPR).Bij de IRR mag het land waar de moedermaatschappij van een multinational is gevestigd belasting bijheffen als de buitenlandse winsten niet zijn onderworpen aan ten minste 15% belastingheffing. Als het land van de moedermaatschappij onvoldoende belasting heft, geldt de UTPR. Dan mogen andere landen volgens de UTPR bijheffen.

De substance carve-out

Een grote groep landen heeft verzocht om een uitzondering op te nemen op het minimumtarief van 15%. Die uitzondering geldt voor reële economische activiteiten. De gedachte achter deze zogeheten substance carve-out is dat dergelijke activiteiten minder kwetsbaar zijn voor kunstmatige winstverschuiving en de daaruit voortvloeiende belastingontwijking. De Substance carve-out houdt in dat de belastinggrondslag voor pijler 2 wordt verminderd met ten minste 5% van de loonkosten en materiële vaste activa. In de overgangsperiode van vijf jaar zal nog een percentage van 7,5 gelden. Buiten pijler 2 blijven ook de inkomsten uit internationale scheepvaart. Voor deze sector gelden reeds bijzondere winstbepalingsregels.

De Subject to tax rule

De staatssecretaris is ook blij met de gemaakte afspraken over de zogeheten Subject to tax rule (STTR). Deze bepaling ziet op belastingverdragen waarin bronlanden een verlaging van hun nationale tarieven hebben geaccepteerd, omdat ze ervan uitgaan dat de betaling in het andere land voldoende belast wordt. De STTR moet ervoor zorgen dat het bronland van waaruit de betaling plaatsvindt, mag bijheffen tot het overeengekomen minimumtarief. De exacte hoogte van dit tarief staat nog niet vast, verwacht wordt dat dit varieert tussen de 7,5% en 9%.

Toekomstige uitwerking

Het nu gesloten akkoord is een akkoord op hoofdlijnen. Veel landen zullen bijvoorbeeld nog verder moeten uitwerken hoe en door welke landen dubbele belasting moet worden voorkomen op de aanvullende heffingsrechten. Het is de bedoeling dat per 2023 beide pijlers in werking zullen treden.

Bron: aanbiedingsbrief akkoord in het Inclusive Framework over de herziening van het internationale belastingsysteem, nr. 2021-0000131418, Ministerie van Financiën, 5 juli 2021

Filed Under: Fiscaal nieuws, Internationaal & Europees recht, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Kamervragen over heffing Nederlandse pensioenen in België
Volgende artikel
Bezwaren tegen TVL-besluiten

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Digitale voorzieningen Wet minimumbelasting 2024

Op 1 juni 2026 stelt de Belastingdienst de digitale voorzieningen voor de Wet minimumbelasting 2024 beschikbaar. Voor entiteiten is het van belang inzicht te hebben in de verplichtingen en via welke kanalen de benodigde informatie moet worden ingediend.

Belastingverdragen

Onderhandelingen belastingverdragen 2026

Nederland is met vier nieuwe landen in onderhandeling over een belastingverdrag. Het gaat om Nieuw-Zeeland, Nigeria, Peru en Zimbabwe. De staatssecretaris van Financiën licht de stand van zaken en prioriteiten bij de belastingverdragen toe voor 2026.

crypto box 3 jongere

Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten

Het Uitvoeringsbesluit verzamel- en verificatievereisten voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten is gepubliceerd.

tijdelijke regeling e-commerce btw

Politiek akkoord over nieuw Douanewetboek van de Unie

Na jaren van onderhandelingen is een akkoord bereikt over een ingrijpende modernisering van de Europese douaneregels. Staatssecretaris Eerenberg licht de belangrijkste veranderingen en gevolgen voor handel en toezicht toe.

Mededeling Aangewezen ontwikkelingslanden op grond van artikel 6 Bvdb 2001

Het ministerie van Financiën heeft een Mededeling gepubliceerd over de als ontwikkelingsland aangewezen Mogendheden op grond van artikel 6 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 voor het jaar 2025.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Pillar 2 – Wet minimumbelasting 2024 (Pijler 2)

AGENDA

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag! 

Fiscale AI-dag

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×