Het ministerie van Financiën heeft een Mededeling gepubliceerd over de als ontwikkelingsland aangewezen Mogendheden op grond van artikel 6 van het Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 voor het jaar 2025.
Met betrekking tot de in die lijst opgenomen hoge middeninkomenslanden gelden aanvullende voorwaarden. Om als ontwikkelingsland te worden aangewezen moeten zij tevens worden aangewezen als landen waarop een door de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp krachtens artikel 3 van de Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken genomen besluit met het oog op het financieren van activiteiten van het midden- en kleinbedrijf dat ontwikkelingsrelevante investeringen wil doen, van toepassing is. Bovendien moeten zij ook reeds zijn aangewezen als ontwikkelingsland bij dit artikel zoals dat luidde op 31 december 2016.
De Mogendheden die voor het jaar 2025 voor de toepassing van het Bvdb 2001 kwalificeren als ontwikkelingslanden zijn: Afghanistan, Angola, Belize, Benin, Bhutan, Bolivia, Burkina Faso, Burundi, Cambodja, de Centraal Afrikaanse Republiek, Colombia, de Comoren, de Republiek Congo, de Democratische Republiek Congo, Djibouti, El Salvador, Eritrea, Eswatini, Gambia, Guatemala, Guinee, Guinee-Bissau, Haïti, Honduras, Irak, Iran, Ivoorkust, Jemen, Kaapverdië, Kameroen, Kenia, Kiribati, Laos, Lesotho, Libanon, Liberia, Madagaskar, Malawi, Mali, Mauritanië, Micronesië, Mongolië, Mozambique, Myanmar, Nepal, Nicaragua, Niger, Noord-Korea, Oost-Timor, de door Palestijnse Autoriteit bestuurde gebieden, Papoea-Nieuw-Guinea, Peru, Rwanda, de Salomonseilanden, Samao, Sao Tome en Principe, Senegal, Sierra Leone, Soedan, Somalië, Syrië, Tadzjikistan, Tanzania, Togo, Tokelau, Tsjaad, Tuvalu, Vanuatu, Zuid-Soedan.





Geef een reactie