Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het ... lees verder
ECLI:NL:RBMNE:2026:4329 Rechtbank Midden-Nederland, 13-07-2026, UTR 24/7077-V e.v.
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het ... lees verder
ECLI:NL:RBMNE:2026:4328 Rechtbank Midden-Nederland, 13-07-2026, UTR 24/6794-V e.v.
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het ... lees verder
ECLI:NL:RBMNE:2026:4335 Rechtbank Midden-Nederland, 13-07-2026, UTR 25/968-V
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het ... lees verder
ECLI:NL:RBMNE:2026:4331 Rechtbank Midden-Nederland, 13-07-2026, UTR 24/6879-V
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het ... lees verder
ECLI:NL:RBMNE:2026:4327 Rechtbank Midden-Nederland, 13-07-2026, UTR 24/7147-V e.v.
Uit de beoordeling van de gronden van het verzet volgt dat de rechtbank in de uitspraak van 23 december 2025 terecht heeft geoordeeld dat het beroep kennelijk, dus buiten redelijke twijfel, ongegrond was en de zaak terecht zonder zitting heeft afgedaan. Het ... lees verder
ECLI:NL:RBDHA:2026:19807 Rechtbank Den Haag, 10-06-2026, AWB – 25 _ 8472
Leges. Verordening en tarieventabel juist bekend gemaakt. Verweerder was niet verplicht om eiser vóór het in behandeling nemen van de aanvraag te informeren of te waarschuwen over hoeveel leges eiser daarvoor verschuldigd zou zijn. Geen aanleiding tot ... lees verder
ECLI:NL:RBMNE:2026:4273 Rechtbank Midden-Nederland, 02-07-2026, UTR 25/5687
Gemachtigde heeft geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd of gemotiveerd onderbouwd waarom een hogere kostenvergoeding dan het Hof hanteert redelijk zou zijn. De rechtbank ziet daarom reden om aan te sluiten bij een kostenvergoeding voor het ... lees verder
