• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

The one million dollar question

13 februari 2017 door Dick Barmentlo

Onlangs kwam ik op een website de aanduiding ‘the one million dollar question’ tegen. Hoewel ik aanvankelijk dacht onbedoeld op de website van een loterij te zijn beland, begreep ik al snel dat dit een in Amerika gebruikelijke uitdrukking is. Het gaat om een vraag die van cruciaal belang is en waarmee de gebruiker van de uitdrukking wil aanduiden dat het antwoord bepalend is voor succes of mislukking. Ook wordt de uitdrukking gebruikt in een situatie waarin er geen antwoord op de vraag bestaat.

Onwillekeurig dwaalden mijn gedachten af naar de fiscaliteit. Eén gek kan meer vragen dan tien wijzen kunnen antwoorden, luidt een andere (Nederlandse) zegswijze. Nu zou ik de cliënt of de Belastingdienst niet voor gek willen verslijten, maar een kern van waarheid zit er wel in. Hoe vaak stellen wij ons in het belastingrecht niet vragen waarop het antwoord slechts moeizaam te geven is? Vragen over de fiscaalrechtelijke analyse van een casus of over de strategische aanpak van een casus. Vanzelfsprekend is de belastingrechter voor de fiscale vraagstukken de aangewezen weg naar het eindoordeel in een casus. Maar ten gevolge van de daarvoor benodigde tijd, biedt een procedure – los van andere voors en tegens – lang niet altijd soelaas. Hopelijk brengt de invoering van de mogelijkheid voor de lagere rechter prejudiciële vragen te stellen aan de Hoge Raad (zie artikel 27ga AWR e.v.) daarin wat verlichting.

 

Onderzoeksplicht

Zo’n ‘one million dollar question’ is naar mijn mening ook de vraag wanneer de adviseur voldoende feitenonderzoek heeft gedaan ofwel wanneer heeft hij/zij aan de onderzoeksplicht voldaan. Dat raakt aan het normatief handelen van de adviseur: wat zou de redelijk handelend belastingadviseur hebben gedaan? Met andere woorden: geobjectiveerd handelen. Want dat is wel duidelijk uit de rechtspraak van de Hoge Raad: een subjectief oordeel van een individuele belastingadviseur volstaat niet. In de woorden van een ouder (maar nog steeds geldend) arrest: “‘dat het standpunt in die mate verdedigbaar is, dat de belastingplichtige redelijkerwijs kon menen juist te handelen door aangifte te doen als hij deed” (BNB 1988/319). Zo zijn we dan aangeland bij het pleitbare standpunt. Dat behoort in wezen steeds de ondergrens voor het handelen van de belastingadviseur te zijn.

 

Redelijkheidstoets

Het antwoord op de vraag naar het ‘voldoende zijn’ van het onderzoek is daarmee nog niet gegeven. Als vertrekpunt gelden vanzelfsprekend wet- en regelgeving, rechtspraak en doctrine. Ook de beroepsregels van de beroepsorganisaties NOB en RB geven enige richting. In het Reglement Beroepsuitoefening Nederlandse Orde van Belastingadviseurs is geregeld dat een belastingadviseur mag afgaan op de juistheid en volledigheid van de gegevens die de cliënt heeft verstrekt. En ook daar vinden we weer de redelijkheidstoets: “Zolang in redelijkheid aanwijzingen van het tegendeel ontbreken (…)”. Maar indien de gegevens aanleiding geven tot onderzoek, moet dat onderzoek worden verricht. En als, zo vervolgen de beroepsregels, de redelijkerwijs benodigde gegevens niet worden verkregen, kan geen dienstverlening plaatsvinden.

 

Oplettendheid

Ik leid hieruit af dat de belastingadviseur mag steunen op de gegevens van de cliënt en diens andere adviseurs, waaronder de accountant. Daarbij is wel voortdurend oplettendheid geboden en dienen die gegevens kritisch beoordeeld te worden. Ik denk overigens niet dat het gevolg moet zijn dat iedere post in een aangifte onderzocht moet worden; dat is ondoenlijk en mag redelijkerwijs niet worden gevergd. Maar steekproefsgewijs opvragen van onderliggende informatie, vragen stellen bij afwijkingen ten opzichte van eerdere gegevens en soortgelijk onderzoek, lijken mij goede invulling van de onderzoeksplicht.

 

Het volledige antwoord op deze one million dollar question zal niet snel worden gegeven, maar hopelijk helpt het voorgaande daarbij.

 

Snel op de hoogte van alle risico's op het gebied van het aangifteproces? Volg dan de PE-Pitstop van mr. Dick Barmentlo op 19 oktober 2016. > Meer informatie

Filed Under: Blogs, Formeel belastingrecht

Reageer
Vorige artikel
Ethisch handelen en de belastingadviseur
Volgende artikel
Hard bewijs nodig voor tijdige verzending aanslagbiljet

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Hoge Raad

Aansprakelijkstelling boete naast strafveroordeling niet in strijd met una via

De Hoge Raad oordeelt dat geen sprake is van schending van het una-viabeginsel. De aansprakelijkstelling voor een vergrijpboete blijft in stand omdat deze ziet op andere tijdvakken dan de strafrechtelijke veroordeling.

nob commentaar invorderingsrente

Inspecteur mag 4% belastingrente niet toepassen vóór 1 oktober 2020

De Hoge Raad beslist dat het verhoogde rentepercentage van 4% niet met terugwerkende kracht mag gelden vóór 1 oktober 2020. Voor die periode moet het oude lage tarief worden toegepast.

Geheimhoudingsplicht advocaten

Hof motiveert onvoldoende waarom RIEC-stukken geen onderdeel dossier zijn

Volgens de Hoge Raad moet beter worden gemotiveerd waarom RIEC-stukken buiten het dossier blijven, zeker als de inspecteur er later wel over beschikt.

Opinie | Stop btw-subsidie op alcoholica

Prof. mr. Redmar Wolf vraagt in deze NTFR Opinie aandacht voor fiscaal ‘klein bier’; in dit geval de btw-behandeling van alcoholica als onderdeel van een samengestelde prestatie. Onder de huidige Nederlandse regelgeving kan het voorkomen dat op een alcoholische versnapering per saldo het lage tarief wordt toegepast. Een biertje met btw-subsidie, derhalve. Een situatie die... lees verder

zwartspaarders

Antiwitwasaanpak moet effectiever en gerichter

De minister van Financiën erkent dat de antiwitwasaanpak in de periode 2020–2024 beter kon en zet in op een meer risicogebaseerde en efficiënte aanpak. Tegelijk blijft het doel om lasten voor bonafide partijen te verlagen en barrières voor criminelen te verhogen.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Fiscale AI-dag

Specialisatieopleiding Estate Planning

Basiscursus Estate planning

Masterclass Actualiteiten vermogensstructurering 2026

Masterclass Box 3 – Forfaitair stelsel met een Tegenbewijsregeling en de toekomst na 2028

Stoomcursus Vastgoedrekenen en -financieren

Masterclass verantwoord adviseren: Ethiek als kompas in de fiscaliteit

Masterclass Overdrachtsbelasting

Verdiepingscursus Afwikkeling van nalatenschappen

Verdiepingscursus Tweetrapsmakingen opzetten en afwikkelen

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

×