• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Vergoeding verandert voor de btw niet van kleur

27 augustus 2021 door Remco Latour

Het crediteren van een factuur aan een gemeente om vervolgens het bruto factuurbedrag te vragen als investeringssubsidie is geen reden om de afgedragen btw te herzien.

Een btw-ondernemer had op 6 april 2017 een zogeheten Design, Build, Maintain, Operate and Finance-overeenkomst (DBMOF-overeenkomst) gesloten met een gemeente en een onderwijsstichting. Op grond van de DBMOF-overeenkomst moest de ondernemer een basisschool en dorpshuis realiseren en exploiteren. De stichting gaf de ondernemer voor dertig jaar een gebruiksrecht op de grond waarop de ondernemer een gebouw moest bouwen. Maar de stichting had geen opstalrecht ten behoeve van de ondernemer gevestigd op de grond. Behalve de eerdergenoemde stichting waren nog drie andere stichtingen aangemerkt als gebruikers van het gebouw. Vanwege financiële problemen bij de btw-ondernemer vond op 6 maart 2018 een verhoging van de bijdrage van de gemeente plaats.

Creditering van facturen

De btw-ondernemer reikte in de jaren 2017 tot en met 2019 facturen met omzetbelasting uit aan de gemeente voor in totaal € 3.253.054 (inclusief € 564.580 btw). Overigens voldeed de ondernemer maar € 354.802 op de aangifte. De gemeente vroeg de gefactureerde omzetbelasting niet terug bij het btw-compensatiefonds. Rond 25 april 2019 crediteerde de ondernemer alle aan de gemeente uitgereikte facturen. Vervolgens vroeg zij het bedrag van € 3.253.054 opnieuw aan bij de gemeente, maar ditmaal als btw-onbelaste investeringssubsidie. Ook verzocht zij de fiscus om teruggaaf van de in haar ogen onterecht afgedragen btw. Wanneer de Belastingdienst weigert een teruggaaf te verlenen, stapt de ondernemer naar de rechtbank.

Factuurbedrag is vergoeding

Voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant stelt de ondernemer dat het bedrag dat zij aan de gemeente heeft gefactureerd geen vergoeding is voor een btw-belaste prestatie. In plaats daarvan zou het gaan om een (investerings)subsidie als bijdrage van de gemeente in de eigen activiteiten van de ondernemer. De ondernemer zou het gebouw voor zichzelf hebben gebouwd. Zij zal dit gebouw immers voor dertig jaar voor eigen rekening en risico en op eigen naam exploiteren. De rechtbank oordeelt dat de DBMOF-overeenkomst geen aanknopingspunten bevat voor de stelling van de ondernemer. Sterker nog, de overeenkomst wijst juist erop dat het gefactureerde bedrag wel een vergoeding is voor een tegenprestatie. Deze tegenprestatie bestaat hieruit dat vier stichtingen duurzaam beschikking krijgen over huisvesting. Vanwege het rechtstreeks verband tussen vergoeding en tegenprestatie is sprake van een prestatie voor de omzetbelasting.

Vergoeding onder kost- of marktprijs

Verder gaat de rechtbank nog in op de situatie waarin een btw-ondernemer een prestatie verricht tegen een hogere of een lagere prijs dan de kostprijs of normale marktprijs. Deze omstandigheid is irrelevant voor de beoordeling of een prestatie rechtstreeks verband houdt met de ontvangen tegenprestatie. Het is overigens wel zo dat men geen rechtstreeks verband mag aannemen als het bedrag dat de ondernemer als tegenprestatie ontvangt maar een deel van de (te) verrichte(n) prestatie vergoedt en de hoogte ervan is bepaald op basis van andere factoren. Dat deze uitzonderingssituatie zich in deze zaak voordoet, volgt echter niet uit stellingen van de ondernemer. Bovendien gaat zij met haar stelling eraan voorbij dat men de overeenkomst als geheel moet bezien. Dat wil zeggen met inachtneming van de prestaties over en weer, waaronder de beschikbaarheidsvergoedingen die na de ingebruikname zouden plaatsvinden.

Wet: art. 37 Wet OB 1968

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 12 augustus 2021 (gepubliceerd 24 augustus 2021), ECLI:NL:RBZWB:2021:4044, AWB 21/722

Filed Under: BTW & overdrachtsbelasting, Fiscaal nieuws, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Limburgse oud-deken voelt zich tekortgedaan, dient klachten in tegen huidige deken
Volgende artikel
Ten onrechte verzonden naheffingsaanslag omzetbelasting Q2 of juni 2021

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

fiscale regels landbouw

Standpunt kwalificatie bouwterrein

De Kennisgroep omzetbelasting heeft de vraag beantwoord of het voor de kwalificatie als bouwterrein noodzakelijk is dat het omgevingsplan bebouwing toestaat.

laadpaal bij woning

VEH vraagt oplossing voor dubbele btw op laadpalen bij VvE’s

Vereniging Eigen Huis (VEH) roept staatssecretaris Eerenberg op om een einde te maken aan de onbedoelde dubbele btw-heffing bij het opladen van elektrische auto's via laadpalen van verenigingen van eigenaars (VvE's).

Standpunt samenloopvrijstelling bij beherend vennoot CV

De Kennisgroep overdrachtsbelasting beantwoordt de vraag of de samenloopvrijstelling geldt bij de verkrijging van aandelen in een beherend vennoot van een CV met de (economische) eigendom van een bouwterrein.

schoonheidssalon

Standpunt medische vrijstelling (schoonheidsspecialiste)

De Kennisgroep omzetbelasting heeft de vraag beantwoord of bepaalde diensten van een schoonheidsspecialiste zijn vrijgesteld.

kamer-leeg opvang

Standpunt inbrengvrijstelling bij onroerende zaken die geen functie meer vervullen in onderneming

De Kennisgroep overdrachtsbelasting neemt een standpunt in over de inbreng van onroerende zaken die nog wel kwalificeren als ondernemingsvermogen voor de IH maar geen functie meer vervullen in de onderneming.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

Masterclass Overdrachtsbelasting

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Nationaal Btw Congres 2026

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

AGENDA

Online cursus CV en bedrijfsopvolging

Online cursus Schenken en lenen in familieverband

Meerdaagse opleiding Vastgoedfiscaliteiten

Stoomcursus AI voor Fiscale professionals

Online cursus toepassing box 3 in de praktijk

Future Fit Professionals

Stoomcursus btw en internationaal zakendoen

Online cursus Immigrerende DGA’s: fiscale gevolgen en sociale zekerheid bij migratie naar Nederland

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Online cursus BTW, factuurvereisten en ViDA

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×