• Skip to primary navigation
  • Skip to main content
  • Skip to primary sidebar
  • Skip to footer
  • Nieuwsbrief
  • Contact

Taxence

Taxence

  • Nieuws & achtergrond
    • Nieuws
    • Branchenieuws
    • Blogs
    • Verdieping
  • Thema’s
    • AI & Tax Technology
    • Arbeid & Loon
    • Belastingplan
    • BTW & Overdrachtsbelasting
    • BV & DGA
    • Duurzaamheid (ESG & CSRD)
    • Estate planning
    • Alle thema’s
  • Opleidingen
    • AI & Tax Tech
    • ESG & CSRD
    • Estate Planning
    • BTW
    • Vastgoed
    • Internationaal
    • Arbeid & Loon
    • Formeel
    • Familiebedrijven
    • VPB
    • Pensioen
  • Belastingplan
  • Carrière
    • Personalia
    • Vacatures
    • Vacature toevoegen
    • Partners
  • Vakinformatie
    • NDFR
    • Addify
    • JES! Knowledge
    • Fiscaal en meer
    • Tax talks
    • Vakblad Estate Planning
    • Specials
  • Kennisbank

Na definitieve aanslag overdrager staat doorschuiving vast

25 oktober 2021 door Remco Latour

winst uit onderneming

Als bij een bedrijfsoverdracht is verzocht om fiscale doorschuiving en de aanslag bij een van de betrokken partijen definitief is, kan de andere partij die keus niet meer herzien.

In 2009 ging een echtpaar een vof aan met de maten van een maatschap. In deze vof exploiteerden de vennoten een varkenshouderij. De maten brachten de eigendom van roerende zaken, voorraden, kennis, zakelijke relaties en arbeid in. Bovendien hadden zij het gebruik en genot van bedrijfsgebouwen, erfvoorzieningen, wegen en varkensrechten ingebracht. De zaken waarvan alleen het gebruik en genot waren ingebracht, vormden buitenvennootschappelijk vermogen. Het echtpaar bracht de eigendom van de bedrijfserfgrond, kennis, zakelijke relaties en arbeid in. Kort nadat de vof was opgericht, sloten de vennoten een overeenkomst voor de overdracht van de onderneming in 2012. Daarbij zouden de maten hun aandeel in de varkenshouderij overdragen aan de echtgenoten. Volgens de overeenkomst zouden de partijen de faciliteit van de geruisloze doorschuiving naar ondernemers toepassen. De maten moesten echter een procedure voor de arbitragecommissie starten om de echtgenoten de vof-overeenkomst te doen nakomen.

Overnemer stelt dat sprake van constructie is

Nadat de echtgenoten faalden om de civiele rechter het vonnis van de arbitragecommissie te laten vernietigen, maakten zij bezwaar tegen de toepassing van de doorschuiffaciliteit. De Belastingdienst stond de echtgenoten echter niet toe om hun keuze eenzijdig te herzien. Het echtpaar gaat daarom in beroep. Voor Rechtbank Zeeland-West-Brabant stellen de echtgenoten dat hun samenwerking met de maten een schijnconstructie was. Deze constructie zou alleen zijn bedoeld om de doorschuiffaciliteit te benutten. De economische eigendom van het (buiten)vennootschappelijk vermogen zou direct bij het aangaan van de vof al zijn overgedragen. Daardoor liepen de overdragers slechts een zeer beperkt ondernemersrisico. De overeengekomen vaste prijs voor de overdracht van de onderneming zou ook daarop wijzen.

Voldaan aan voorwaarden

De rechtbank constateert dat de maten vóór de inbreng in de vof winst uitonderneming genoten. Zowel de overdragers als de overnemers hebben gedurende minstens 36 maanden vóór de overdracht winst uit onderneming genoten. Ook hebben zij gezamenlijk een verzoek ingediend om toepassing van de doorschuiffaciliteit. Daarmee is voldaan aan de voorwaarden.

Doorschuiving niet te herzien

Vervolgens is de vraag tot welk moment een gezamenlijk ingediend verzoek is te herzien. Dit is niet expliciet in de wet geregeld, zo stelt de rechtbank. Maar gezien de aard en werking van de faciliteit komt de rechtbank tot de volgende conclusie. De keuze is niet meer te herzien als bij (een van) de overdrager(s) of overnemer(s) de aanslag die volgt op de aangifte waarin de keuze is gemaakt onherroepelijk vaststaat. Een ander oordeel zou ertoe kunnen leiden dat de fiscale afrekening achterwege blijft bij de overdrager zonder dat de fiscale claim overgaat op de overnemer. De rechtbank verklaart het beroep van de echtgenoten ongegrond.

Wet: art. 3.63 Wet IB 2001

Bron: Rechtbank Zeeland-West-Brabant 13 oktober 2021 (gepubliceerd 22 oktober 2021), ECLI:NL:RBZWB:2021:5291, AWB 18/4077

Online cursus Fiscaal agrarische actualiteiten

Drs. Petrus Zijlstra gaat in op de de landbouwvrijstelling, de bedrijfsopvolgingsregeling, fiscale problematiek omtrent zonneweides en hybride structuren.

Meer informatie en aanmelden

Filed Under: Fiscaal nieuws, IB-ondernemer, Nieuws

Reageer
Vorige artikel
Beleidsregel vaststelling NOW-subsidie gewijzigd
Volgende artikel
Meer dan een miljoen zorgbonussen uitgekeerd

Reader Interactions

Gerelateerde berichten

Herwaardering voorraad via kapitaal leidt tot winstcorrectie

Rechtbank Gelderland oordeelt dat een na de aanslag ingediende aangifte niet geldt als de vereiste aangifte. De ondernemer maakt bovendien niet overtuigend duidelijk dat de winstcorrectie wegens herwaardering van de voorraad onjuist is.

Telemarketingwerk telt niet mee voor het urencriterium

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat telemarketingactiviteiten onvoldoende samenhangen met de bouw- en schilderwerkzaamheden van een ondernemer om tot dezelfde onderneming te behoren. De telemarketingactiviteiten vormen ook zelfstandig geen onderneming, waardoor de gewerkte uren niet meetellen voor het urencriterium.

herinvesteringsreserve

Agrarische activiteiten blijven bron van inkomen ondanks verliezen

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de agrarische activiteiten van een vof in 2019 en 2020 nog steeds een bron van inkomen vormen. De inspecteur maakt niet aannemelijk dat een objectieve voordeelsverwachting ontbreekt.

verlies ondernemer

Correctie box 3-vermogen wegens overtollige liquiditeiten in eenmanszaak

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de inspecteur het box 3-vermogen van de man terecht heeft gecorrigeerd wegens duurzaam overtollige liquiditeiten in zijn eenmanszaak. Slechts €165.000 van de bank- en spaartegoeden geldt als werkkapitaal; het restant is overtollig en valt in box 3.

belangen aandelen

Standpunt bijgeschreven vergoeding cumulatief preferente aandelen en financieringstoets lucratief belang

De kennisgroep ROW heeft de vraag beantwoord of de bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen meetelt voor de financieringstoets van artikel 3.92b, vierde lid, Wet IB 2001.

Geef een reactie Reactie annuleren

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Primary Sidebar

Opleidingen

AGENDA

Masterclass Btw-processen in SAP S/4HANA | PE Accreditatie

Stoomcursus Erfrecht – Civiel en fiscaal – Het hele erfrecht in één dag!  | PE Accreditatie

Basiscursus Estate planning | PE Accreditatie

Specialisatieopleiding Vermogensstructurering

Specialisatieopleiding Estate Planning | PE Accreditatie

Webinar Fiscale wijzigingen 2027 | PE Accreditatie

Online cursus Btw-aangifte | PE Accreditatie

Online cursus Staken van de onderneming: (turbo)liquidatie, WHOA liquidatie akkoord | PE Accreditatie

Masterclass Overdrachtsbelasting | PE Accreditatie

Online Basistraining AI voor de fiscale praktijk

Meer opleidingen

Footer

  • Fiscaal nieuws
  • Opleidingen
  • Kennisbank
  • Vacatures
  • Over ons
  • Adverteren op Taxence
  • NDFR
  • JES! (ESG producten)
  • Fiscaal en meer
  • Tax Talks
  • Register Estate Planners (REP)
  • Contact
  • Linkedin
  • X
  • Facebook
  • Aanmelden nieuwsbrief
  • Naar Lefebvre Sdu Webshop

Taxence is een uitgave van
Lefebvre Sdu
Maanweg 174
2516 AB Den Haag

Powered by Lefebvre Sdu

  • Disclaimer
  • Privacy Statement en Cookiebeleid
lefebvre SDU

Het laatste nieuws van
Taxence in je mail?

Aanmelden

 

×