Art. 17, lid 2, Wet WOZ; de Heffingsambtenaar heeft met de door hem gebruikte bruto kapitalisatiefactor aannemelijk gemaakt dat de waardes van de onroerende zaak in de onderhavige jaren niet te hoog zijn vastgesteld.
Bij het bepalen van de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase is de Heffingsambtenaar terecht uitgegaan van samenhangende zaken.
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHDHA:2025:2838&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken





Geef een reactie