Belanghebbende is in 2016 en 2018 inwoner van Nederland en kiest in beide jaren voor partieel buitenlandse belastingplicht. Hij houdt via een buitenlandse vennootschap een lucratief belang en kiest voor de doorstootregeling. Het hof is, anders dan hof Amsterdam, van oordeel dat “inkomen uit aanmerkelijk belang wordt genoten” in de zin van artikel 3.95b, lid 5, Wet IB 2001 en dat aan de voorwaar…
Meer informatie: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHSHE:2025:3625&pk_campaign=rss&pk_medium=rss&pk_keyword=uitspraken




Geef een reactie